History of this instrument
In 2012 meldt zich een echtpaar bij Het Muziekinstrumentenfonds. Meneer is amateurmusicus en blijkt in het bezit van een bijzondere cello gebouwd door Jean Baptiste Vuillaume in Parijs, rond 1845. De cello is voorzien van een taxatie waarop een aanzienlijke waarde vermeld staat. Iedereen bij Het Muziekinstrumentenfonds is even stil. Er worden wel vaker instrumenten aan Het Muziekinstrumentenfonds geschonken, maar dit is wel een heel bijzondere schenking. Zoals altijd laten we een nieuwe taxatie ter controle doen. Een kleine twee weken later komt er bericht: het instrument is inmiddels het dubbele waard. Een nog langere stilte op kantoor. Wij melden het nieuws aan de potentiële schenker. Hij aarzelt geen moment. “Het brengt geen wijziging in mijn voornemen het instrument te schenken”, zo schrijft hij. Later stuurt hij ons een korte geschiedenis van zijn instrument.
“In 1945 heeft mijn vader de cello voor een vriendenprijsje over kunnen nemen. Als onwetend snotaapje van 13 jaar kreeg ik die cello met de boodschap ‘het is een heel mooie’. Ik ben bang dat het niet veel indruk heeft gemaakt en dat ik er ook niet erg mooi op speelde. Ik weet wel dat mijn moeder vanuit de keuken schreeuwde: ‘niet zo vals!’ Ik heb toen les gekregen van een cellist verbonden aan een van de radio-orkesten. Ik ben blijven spelen tot ik het huis uit ging, rond mijn 20e. Nadien is de cello zijn kist niet meer uitgeweest, totdat in 1966 het Naardens Kamerorkest werd opgericht. Een vriendin had de advertentie gelezen en zei: ‘als jij gaat, ga ik ook.’ In het begin was het een jammerlijke boel tot er een andere dirigent voor het orkest kwam staan. Deze dirigent wilde dat je je partijen studeerde. Dat is mede aanleiding geworden om weer les te gaan nemen. In Naarden heb ik ook veel kwartet gespeeld met een doorgewinterd groepje die de kwartetliteratuur goed beheerste. Ik liep achteraan en zorgde dat ik op een ‘1’ weer aanwezig was. Hier kwam een eind aan toen we in 1975 naar Den Haag verhuisden. Daar ben ik gaan spelen in het Collegium Musicum Haganum dat toen onder leiding stond van Jules van Hessen. Ik ben les gaan nemen bij een cellist van het Residentie Orkest. Daarnaast ben ik ook gaan spelen in het orkest Bellitoni dat toen onder leiding van Jules van Hessen en later Alexandru Lascae stond. Na een aantal jaren ben ik hier uitgestapt en heb het mij eenvoudiger gemaakt door toetreding tot het dagorkest Carpe Diem (voor huisvrouwen en gepensioneerden). Daarnaast heb ik veel kamermuziek gespeeld.”
“Het bezit van de Vuillaume heeft bij mij een aantal keren tot gewetensbezwaren geleid. Moest er eigenlijk niet een professionele musicus op spelen? Ik heb mij door mijn omgeving toch laten verleiden er zelf op te blijven spelen. Nu is echter de tijd gekomen dat de fysieke en geestelijke aftakeling begint toe te nemen en dat het instrument een betere bespeler moet krijgen. Het middel daartoe was een schenking aan Het Muziekinstrumentenfonds. Het probleem was echter een vervangend instrument te vinden waar ik toch met plezier op zou kunnen blijven spelen. Via via ben ik nu in het bezit van een instrument, in 2011 gebouwd door de Roemeen Alexandru Gavaller.”
“Het Muziekinstrumenten Fonds was erg blij met de schenking, zeker toen bleek dat de waarde alsmaar hoger werd bij de diverse taxaties. Voor mijn vrouw en mij heeft dat echter geen rol gespeeld. Een dergelijk instrument heb je niet in eigendom. Je hebt het in bruikleen van een begenadigd bouwer. Het legt de verplichting op dat er mooi op gespeeld wordt. Je mag een dergelijk instrument dan ook eigenlijk niet verkopen voor geldelijk gewin. Mijn vrouw en ik hebben het idee dat het instrument nu in goede handen is en dat het goed bespeeld zal worden.”
De cello is achtereenvolgens door het Muziekinstrumenten Fonds in bruikleen gegeven aan Mette Seidel en Alexander Warenberg. Sinds eind 2023 is Kalle de Bie de bespeler.
About the builder Jean-Baptiste Vuillaume
In September 1867, ten years before his death, Jean-Baptiste Vuillaume wrote about the violins, violas, and cellos he had submitted that year to the Great Exhibition in Paris; “I exhibited two quartets that embody everything I know, in...
