
Beste Yıldız: “Ik wilde
mezelf uitdagen binnen het
solistische repertoire”
Dankzij de waardevolle steun van muziekliefhebbers kan Het Muziekinstrumentenfonds zijn bijzondere collectie beschikbaar stellen aan talentvolle musici. Zo ook aan de Turkse cellist Beste Yıldız, die sinds februari een Italiaanse cello, gebouwd door Chiocchi, en een Harm Bakker-strijkstok van het fonds in bruikleen heeft. Lees verder om hem te leren kennen.
'Vanuit Turkije kwam ik naar Nederland om te studeren aan het Koninklijk Conservatorium. Ik kwam daar met mijn eigen cello. Mijn docent Larissa Groeneveld zei meteen: “Die moet je verkopen.” Ik vertrouwde haar, dus dat deed ik. Larissa bood me haar tweede instrument aan: een cello gebouwd door Hakkert die zij bespeelde tijdens haar studie. Ik was echt geshockeerd dat ik op haar oude cello mocht spelen. Al wist ik niet voor hoe lang dat zou zijn. “Totdat je een beter eigen instrument hebt gevonden,” zei ze.
Larissa had me echt een groot cadeau gedaan. Die nieuwe cello werd mijn superheld – hij had me gered. Ik heb er uiteindelijk 5,5 jaar op gespeeld. Alleen vanaf het vijfde jaar merkte ik dat ik het instrument door en door kende. Ik voelde dat ik toe was aan een nieuwe uitdaging. En toen ik in 2024 tot de halve finale van de Cello Biënnale kwam, adviseerde de jury me ook om van instrument te wisselen. Bovendien heb ik de ambitie om solist te worden, en de cello paste daar niet helemaal bij. Ik wilde mezelf uitdagen binnen het solistische repertoire en daarvoor had ik een nieuw instrument nodig. Larissa, celliste Lucia Swarts en een aantal goede vrienden raadden me toen aan om contact op te nemen met Het Muziekinstrumentenfonds.'
'Ik probeerde twee instrumenten uit: een Cuypers uit Nederland en een prachtige Italiaanse cello gebouwd door Chiocchi. Ik zei al tegen collectiebeheerder Geertje: het is alsof je een toverstok uit Harry Potter vindt. Ik speelde een beetje op de Italiaan en dacht meteen: oké, dit is hem! Maar goed, ik ben geen tovenaar, haha. Natuurlijk heb ik veel op beide instrumenten gespeeld om te ontdekken welke het beste bij me past.
Mijn enige twijfel was: hoe gaat het instrument klinken in een grote zaal of met een ensemble? De Chiocchi is namelijk een echt solistisch instrument. Hoe zou het de ruimte vullen? Hoe zou het klinken vanaf de achterste rij? Dus probeerde ik beide cello’s ook in een kerk en in de grote zaal van het conservatorium in Amare. Daar bleek dat ze qua projectie behoorlijk aan elkaar gewaagd waren. Uiteindelijk kwam het dus echt neer op karakter en persoonlijk gevoel. De Cuypers voelde voor mij net iets te introvert. De Chiocchi heeft daarentegen iets ‘ouds’, ook al is de Cuypers feitelijk ouder. De Chiocchi voelde meer als míj: iets dieper van klank, met veel karakter. Het instrument raakte me gewoon. En het is iets kleiner, wat beter bij mij past.
Ik kreeg toen ook de kans van Het Muziekinstrumentenfonds om een paar strijkstokken uit te proberen, al wist ik nog niet zeker of ik de Chiocchi zou kiezen. Ik speelde onder andere met een Franse Viorin en een stok van Harm Bakker (Nieuwegein, 2008). Die laatste vond ik de meeste kracht hebben. De Bakker-stok matchte trouwens niet zo goed met de Cuypers, maar wél met de Chiocchi.'