Doorgaan naar content
instrument

viool

Johannes Franciscus Cuypers

gebouwd in Den Haag in 1797

Een viool, gebouwd door Johannes Franciscus Cuypers in Den Haag, 1797.

Geschiedenis van het instrument

De geschiedenis van deze viool kunnen we herleiden tot vlak na de tweede wereldoorlog, toen Willem Gehrels zichzelf de mooie Cuypers ‘cadeau deed’. De liefde voor de viool ontstond bij Willem Gehrels (1885 - 1971) al op jonge leeftijd tijdens de muzieklessen op de Gemeentelijke Kweekschool in Amsterdam. Gehrels ontwikkelde zich als veelzijdig schoolleraar, maar bleef tegelijkertijd ook muziek beoefenen. Zijn liefde voor de viool en de muziek in het algemeen, leidde ertoe dat hij zich uiteindelijk inschreef aan de 'Eerste Particuliere Muziekschool en Conservatorium Belinfante-Van Adelberg'.

Naast viool studeerde hij ook koordirectie bij Sem Dresden en verdiepte hij zich enige tijd in compositie. In 1915 behaalde hij zijn diploma als vioolonderwijzer, waarna hij in 1918 besloot om zich geheel aan de muziek te gaan wijden. Met name het dirigeren bleek hem zeer te liggen. Hij had al snel verschillende koren en richtte het Eerste Amsterdamse Kamerorkest 'De Phoenix' op. Ook was hij een aantal jaar koordirigent bij de Nationale Opera.

Gehrels zette zich enorm in voor een toegankelijk muzikaal onderwijs voor alle kinderen en richtte in 1931 de Stichting Volksmuziekschool (de huidige Muziekschool Amsterdam) op. Zijn initiatief had grote gevolgen voor het muziekonderwijs in Nederland en zorgde ervoor dat uiteindelijk in 1942 het Algemeen Vormend Muziekonderwijs werd ingesteld. Met subsidie van het ministerie van OC&W kon in 1947 het Gehrels Instituut worden opgericht. In 1968 werd hem het eredoctoraat in de letteren van de Universiteit van Amsterdam toegekend voor zijn verdiensten als pedagoog.

Gehrels kocht de Cuypers-viool begin vijftiger jaren toen hij dankzij zijn succesvolle werk wat spaargeld had opgebouwd. Zijn dochter, Florrie Hillenius-Gehrels, kan zich nog levendig herinneren dat er thuis veel kwartet werd gespeeld, waarbij haar vader de eerste viool speelde. Ze weet ook nog goed dat hij de aankoop van de Cuypers 'een cadeau voor zichzelf' noemde. Na zijn overlijden in 1971, bleef de viool in de familie, die hem gedurende een lange periode in bruikleen gaf aan het Studiefonds Oskar Back. Toen in 2009 de instrumentencollectie van dat fonds werd opgeheven, leek Het Muziekinstrumentenfonds de beste bestemming voor de Cuypers. Raphaella Engelsberg was de eerste bespeler van het instrument, sinds 2016 is de Haagse viool in handen van Leonid Nikishin.

Bronnen: Mevrouw Hillenius-Gehrels en artikel Muziekschool Amsterdam en artikel Social History.

Over de bouwer Johannes Franciscus Cuypers

Nederland kende twee periodes van bloei in de vioolbouw. De eerste was in Amsterdam van 1650 tot 1728, de tweede speelde zich grotendeels af in Den Haag, vanaf 1760 tot 1840. Deze piek had voornamelijk te maken met de familie Cuypers,...

Meer over deze bouwer