Waarschijnlijk ben ik een van de oudste bruikleners van het Muziekinstrumentenfonds. Al sinds 1992 bespeel ik een prachtige, vriendelijk klinkende 18e eeuwse boheemse cello. Aanvankelijk als volbloed klassiek musicus in kamermuziek, nu alleen nog in theatrale context. Ik noem mezelf "acterend musicus". In de combinatie van zingen, cellospelen en acteren voel ik me in mijn element. Terwijl ik voor "gevaarlijke" voorstellingen nog steeds mijn eigen oude cello inzet, beschouw ik de cello van het Muziekinstrumentenfonds het meest als mijn eigen instrument. Hij en ik zijn vergroeid met elkaar. Er was een tijd dat bij elke brief van het fonds mijn hart oversloeg van de angst: moet ik hem misschien gaan teruggeven? Gelukkig staan ze bij het Muziekinstrumentenfonds achter mijn carriere switch van de klassieke muziek naar het theater en mag ik de cello voorlopig blijven bespelen! Ooit maakte ik een ontroerend moment mee na afloop van een theatervoorstelling.
Jongetje: is die cello van jouzelf?
Ik: die cello is niet van mij, maar van het Muziekinstrumentenfonds.
Jongetje: Mag je hem dan wel elke dag mee naar huis nemen?
Meisje: Tuurlijk. Anders kan ze toch niet oefenen!
Jongetje: Moest je dan beloven dat je er heel voorzichtig mee bent?
Ik: Ja, en dat doe ik ook.

