
viool
Annieke Bakker

*1696 , Mittenwald †1775 , Mittenwald

Sebastians vader was Mathias Klotz (1653–1743), zoon van de kleermaker Urban Klotz (Vrbanus Cloz, 1627–1691) en diens vrouw Sophia (?-1681). Als jongen van een jaar of twaalf was Mathias naar de stad Füssen gegaan waar veruit de beste luiten- en vioolbouwers van Europa werkten. Hij bleef daar twee jaar als leerling en in 1672 vervolgde hij zijn opleiding bij de luiten- en vioolmaker Pietro Railich in Padua.
Via Railich leerde Mathias Klotz ook de Venetiaanse luitenmakers kennen die tot de beste van Italië behoorden. Zij waren eveneens uit Füssen en omgeving afkomstig en eenmaal in Venetië hadden zij het vak tot een hoog niveau gebracht, net zoals in Padua. Het vakmanschap van zijn vader zou voor Sebastian van doorslaggevend belang zijn voor zijn latere succes, het netwerk dat zijn vader had opgebouwd eveneens.
Het vakmanschap van zijn vader zou voor Sebastian van doorslaggevend belang zijn voor zijn latere succes, het netwerk dat zijn vader had opgebouwd eveneens
Toen Mathias zes jaar later klaar was met zijn opleiding gaf Railich hem een document waarmee hij zich als vioolbouwer, overal in de streek waar het gilde het voor het zeggen had, mocht vestigen. Daarin stond dat Mathias Klotz "trouw en eerzaam had gewerkt”, en “in niets zijn goede naam en eer was aangetast”. Zijn leermeester vertrouwde erop dat Mathias “voorbeeldig blijft in werken en daden”.

Getuigschrift (1678) van Pietro Railich over Mathias Klotz: "À Mattio Cloz dá Mithbolt", gemarkeerd in geel. *Zie Bronnen
Mathias Klotz-monument in Mittenwald
Eenmaal terug in Mittenwald mocht Mathias zich meesterluitenmaker noemen. In 1686 trouwde hij met Sebastians moeder Maria Seiz. Het gilde-document werd opgenomen in de trouwakte. Uit de akte blijkt ook dat Mathias toen al een eigen huis met tuin en een werkplaats bezat. Daar werd Sebastian in 1696 geboren. Uit de vele notariële akten van aan- en verkoop blijkt dat zijn vader in de loop van de eerste jaren na zijn huwelijk al vermogend was. Hij bezat meerdere huizen, stukken bouwgrond en akkers. Sebastian groeide dan ook op in een welvarend gezin.
Mede door zijn aanzien had Mathias contacten met de verderaf gelegen steden als Venetië, Salzburg en Wenen al gelegd. Het waren steden waar de muziekcultuur zich sneller ontwikkelde dan in de rest van Europa.
Mittenwald, Sebastians geboortestad, lag aan de belangrijke oud-Romeinse ‘Via Raetia’, een handelsroute die van Augsburg naar Venetië liep en de ‘Rottstraße’ werd genoemd. Langs die weg lagen op vaste afstanden herbergen en overslagpunten. Tot 1650 was Bolzano nog dé handelsstad van de streek geweest, maar na een hevig conflict hadden de machtige Venetiaanse kooplieden hun markt verlegd van Bolzano naar Mittenwald. In die stad werden goederen uit heel Europa overgeslagen en verder getransporteerd. Daaronder zaten ook veel muziekinstrumenten.
Het hout dat rond Mittenwald groeide bleek bij uitstek geschikt voor de vioolbouw. Dat trok ambachtslieden naar de stad en toen Sebastian begon, werkten er al enkele vioolbouwers en een veelvoud aan leerlingen en gezellen, vrijwel allemaal opgeleid door zijn vader. Het systeem van de gilden dat de vioolbouw in Füssen groot had gemaakt werd ook in Mittenwald ingevoerd.

Mittenwald (1700) op een schilderij van Valentin Gappnig in de "Fürstengang" in Freising
Instrumenten van belangrijke bouwers als Amati, Stainer en anderen uit Augsburg en Venetië passeerden Mittenwald. Niet alleen via de ‘Rottstraße’, maar ook over de rivier de Isar die langs Mittenwald liep en waarover goederen stroomafwaarts naar München gebracht werden. Instrumenten van Mathias en Sebastian Klotz vonden via dezelfde routes hun weg naar andere delen van Europa.
Het atelier van Mathias en Sebastian groeide uit tot een grote familiewerkplaats
Portret van Leonore barones Von Keyserlingk met luit, Antoine Pesne, circa 1745
Sebastian begon rond zijn twaalfde bij zijn vader. In zijn atelier werkten zijn oudste broer Georg en de vioolbouwer Andreas Jais al. Het gilde eiste dat iemand ten minste twee jaar als leerling en zes jaar als gezel bij een meester-vioolbouwer moest hebben gewerkt, voor hij onder eigen naam instrumenten op de markt mocht brengen. Rond zijn twintigste mocht Sebastian dan ook een eigen etiket voeren. Vermoedelijk bouwde Sebastian aanvankelijk meer luiten dan violen, want in de diverse akten en oorkondes werd hij aangeduid als ‘Plectopoeus’, luitenmaker.
Na het overlijden van Sebastians moeder hertrouwde zijn vader en kreeg Sebastian er nog drie broers bij. Ook zij werden vioolbouwer. Het atelier van Mathias en Sebastian groeide uit tot een grote familiewerkplaats. Bij Sebastians huwelijk met Maria Rosina Mayr (ca. 1704-1770), kreeg het echtpaar officieel een gedeelte van een pand aan de Stainergasse 33 in eigendom, waar Sebastian zijn werkplaats in begon. Zes jaar later was die te klein geworden en verhuisden zij naar de Hochstraße. Daar zou hij de rest van zijn leven blijven werken.
Van hun elf kinderen volgden er vier in de voetsporen van hun vader. Zijn oudste broer die inmiddels zelfstandig vioolbouwer in Mittenwald was, stierf in 1737 en zes jaar later zijn negentigjarige vader Mathias. Zijn instrumenten en die van de andere familieleden waren internationaal bekend zoals blijkt uit de brief van Leopold Mozart uit 1764: „Parijs en Londen zitten vol met violen van Klotz uit Mittenwald”. Wolfgang Amadeus Mozart bezat een Klotz-viool die tussen 1710 en 1750 gebouwd werd. Wolfgang had er meerdere, maar deze zou hij bijna dertig jaar gebruiken.
Leopold Mozart in 1764: „Parijs en Londen zitten vol met violen van Klotz uit Mittenwald”
Na de dood van Georg en Mathias was Sebastian de belangrijkste vioolbouwer in Mittenwald.
Sebastian’s vier zonen die in de voetsporen van hun vader traden, hebben ongetwijfeld bij Mathias en Sebastian in de werkplaats hun eerste ervaringen op het gebied van de vioolbouw opgedaan, maar hun vervolgopleiding brachten zij bij een andere meester vioolbouwer door. Drie zonen zijn daarna voor zichzelf begonnen, maar Aegidius keerde terug naar de werkplaats van Sebastian. Onderzoekers nemen aan dat rond die tijd de viool gebouwd is waar Amadeus Mozart later op gespeeld heeft.
Uit de periode van 1726 tot ongeveer 1740 zijn er alleen handgeschreven etiketten van Sebastian bekend. Daarna liet hij zijn etiketten drukken. De plaatsnaam Mittenwald schreef hij eerst nog met ‘vv’, vanaf 1760 veranderde hij weer van model en gebruikte hij de ‘w’.
Seb. G. Kloz, in Mittenvvald, 1732 Sebastian Klotz in, Mittenvvald an der Iser 1734 Sebastian Kloz, in Mittenwald, 1761.

Handgeschreven etiket Sebastian Klotz, 1933. Foto met dank aan Geigenbaumuseum Mittenwald

Etiket Sebastian Klotz, Mittenwald geschreven met 'vv' en 'w'
Van Mathias is lang aangenomen dat hij bij Amati in Cremona en in Absam bij Stainer zijn vak had geleerd. Die aanname had te maken met Mathias’ werk dat veel weg had van beide vioolbouwers. Het werk van Sebastian leek in de eerste jaren nadat hij zelfstandig geworden was nog op dat van zijn vader, later werd dat persoonlijker. Hij werkte zeer nauwkeurig; de randen en de inleg zijn verfijnd gemaakt.
De voornaamste twee modellen waren langgerekt en hadden verticaal lopende f-gaten. Ze hadden korte hoekpunten en een wat toegeknepen middenronding. Hij bouwde ze om een binnenmal waarbij de onderste ribbe van hoekpunt tot hoekpunt doorloopt. De lijmranden liet hij schuin in de hoekblokken vallen, een constructiemethode die ook in Cremona gebruikt werd. De welving is minder hoog dan die uit andere streken. Sebastian gaf de krul scherpe windingen en liet het geheel iets naar voren knikken.
Tot 1800 was de bouwstijl van Sebastian Klotz het voorbeeld van wat later de ‘Mittenwalder Schule des Geigenbaus’ genoemd werd
De lak die Sebastian gebruikte was dun en had meestal een intensief bruine kleur. Die zette hij over hout dat niet bijzonder fraai getekend was. Door de meer verfijnde manier van werken worden de instrumenten van Sebastian hoger gewaardeerd dan die van zijn vader. Volgens musici is de klank zacht en vol. Ten tijde van Mozart waren ze geliefd als orkestinstrumenten. Sebastian had veel leerlingen uit Mittenwald. Anton en Andreas Gäßler evenals Johann Georg Psenner waren de bekendste.
Mittenwald is uitgegroeid tot hét opleidingscentrum voor vioolbouw in Duitsland. Daar heeft de familie Klotz, die er van ca. 1690 tot 1988 werkte, in belangrijke mate toe bijgedragen.
Archief van het Vioolbouwmuseum Mittenwald.
Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.
The Smithsonian Institution, The Klotz family.
Tarisio Cozio archive, geraadpleegd in 2022.
* Geigenbaumuseum-mittenwald.de: Early violin making in Mittenwald – Mathias Kloz and his sons (c. 1685–1740, history and illustrations of instruments)