vioolstrijkstok
Daniils Čiričs

*1800 , Mirecourt †1878 , Parijs

Bij de geboorte van Nicolas Rémy Maire, was de chaos van de Franse revolutie ook al doorgedrongen tot het provinciestadje Mirecourt. Het had weinig goeds gebracht, maar wel mochten de 117 plaatselijke vioolbouwers en strijkstokkenmakers eindelijk een eigen beroepsgroep oprichten, los van het houtbewerkersverbond waar zij tot dan toe onder vielen. Meer dan de helft van hen was echter straatarm gebleven. Dat zij nu hun eigen belangen konden behartigen, bood zicht op een iets beter perspectief.
De eigendommen van de elite en de geestelijkheid in Mirecourt waren al direct na het begin van de Revolutie zonder enige vorm van vergoeding afgenomen. Een deel van wat vóór de revolutie nog een Benedictijner klooster was geweest, deed dienst als hoofdkwartier van de gendarmerie en een ander deel was verbouwd tot theater. Daarin klonk de muziek van vóór de revolutie niet meer voor de elite, maar zongen gewone burgers revolutionaire liederen.
De ouders van Nicolas Rémy Maire werkten als wevers in een van de kleine textielfabrieken in de stad, waren arm en konden nauwelijks lezen of schrijven. De burgers hadden nog maar net met de nieuwe tijdrekening om leren gaan, waardoor de geboorte-akte van Nicolas Rémy Maire vermeldde dat hij op 8 Nivôse IX geboren was. Enkele jaren later zou daar weer 29 december 1800 hebben gestaan.
Een van de belangrijkste strijkstokkenmakers in Mirecourt was Etienne Pajeot. Een vakman die niet onderdeed voor de grote meesters in het vak uit Parijs, en die bovendien boordenvol ideeën voor nieuwe technieken zat. Rond 1830 had hij een model strijkstok ontwikkeld waar Jean Baptiste Vuillaume uit Parijs een patent op nam. Bij deze uiterst begaafde strijkstokkenmaker, die Millant zelfs briljant noemt, begon Nicolas Rémy Maire aan zijn loopbaan. Tegen de tijd dat Nicolas nog maar net zijn vak verstond, waren zijn strijkstokken al zo goed dat die gemakkelijk verwisseld konden worden met die van Etienne Pajeot.
Na enkele jaren bij Pajeot gewerkt te hebben, begon Nicolas Maire in 1826 voor zichzelf en twee jaar later trouwde hij met Anne Contal eveneens uit Mirecourt. Anne hield zich actief met het bedrijf bezig, dat al direct vanaf hun huwelijk als ‘Maire-Contal’ werd ingeschreven in het register.
De gezondheidszorg had tijdens de revolutie ernstig te wensen overgelaten; en ook daarna verbeterde die niet direct. Van de negen kinderen uit het gezin Maire-Contal bereikten er maar drie de volwassen leeftijd.
De economische crisis die Frankrijk in 1830 trof, raakte ook het bedrijf van Nicolas en Anne hard. Al in datzelfde jaar ging hun bedrijf failliet. Halverwege de jaren veertig leken zij weer helemaal hersteld te zijn. Nicolas Maire meldde zich in 1844 aan voor de Exposition Universelle in Parijs en verklaarde bij de inschrijving ongeveer vierduizend strijkstokken per jaar te produceren, voor een bruto-inkomen van vijftien / zestienduizend frank en vijftien arbeiders in dienst te hebben. Deze expositie was een belangrijke gebeurtenis, georganiseerd in opdracht van Napoleon om zijn grootsheid te kunnen illustreren. Hij liet 60.000 deelnemers komen om te laten zien wat zij op hun vakgebied tot stand hadden gebracht. Ook Nicolas Rémy Maire ontving een uitnodiging. De Exposition bleef een jaar lang open en trok 11 miljoen bezoekers. J.B. Vuillaume won goud en Gand & Bernardel Frères wonnen een zilveren medaille voor hun inzending. De strijkstokken van Nicolas Maire werden geprezen omdat ze zo op de beste stokken van Etienne Pajeot leken, die overigens niet mee deed omdat zijn reputatie al lang en breed gevestigd was.
Waarschijnlijk ontmoette Maire tijdens die expositie collega’s uit Parijs die hem in contact brachten met de grote werkplaatsen in de hoofdstad, waaronder het Maison Gand dat ongeschonden uit de crisis was gekomen.
In 1849 stierf zijn vriend en leermeester Pajeot voor wie hij in de laatste jaren veel werk verzet had. Vrijwel direct na diens dood verhuisde hij een deel van zijn werk naar Parijs, waar hij in de Rue de Viarmes een zaak opende, maar hield ook nog tot zeker 1853 zijn werkplaats in Mirecourt aan. Gezien het grote aantal plechtigheden waarbij hij als getuige optrad, moet hij buitengewoon geliefd zijn geweest, maar een goede zakenman was hij kennelijk niet want in 1853 werd Maire-Contal in Mirecourt opnieuw failliet verklaard. Nicolas Maire kon zich nu volledig richten op hun vestiging in Parijs.
Anne Contal trok zich terug uit de zaak, maar zijn zoon François nam haar plaats in. Van 1853 tot 1866 heette het bedrijf dan ook ‘François-Maire’. Dankzij het feit dat hij jarenlang bij Pajeot gewerkt had, geliefd bij sommigen, gehaat door anderen, maar door iedereen erkend als een groot vakman, begon hij voor enkele grote namen van de hoofdstad te werken, in het bijzonder voor Jean Baptiste Vuillaume, maar ook voor Maison Gand & Bernardel Frères en George Chanot.
Na 1866 vertrok zijn zoon en veranderde het bedrijf zijn naam weer in ‘Maire’. Kort voor zijn dood verhuisde Nicolas nog naar Montmartre, Rue Burq 10, waar zijn schoonzoon Etienne Hildibrand een werkplaats had. Daar stierf Nicolas Rémy Maire op 17 juni 1878. Anne verkocht na zijn dood de inboedel inclusief alle niet verkochte strijkstokken aan het Maison Chanot & Chardon.
Gezien het feit dat Nicolas Rémy Maire jaren lang heeft samengewerkt met Etienne Pajeot, is het niet verwonderlijk dat hij in de eerste jaren nadat hij zich als zelfstandige gevestigd had, strijkstokken maakte die nauwelijks van zijn leermeester te onderscheiden waren.
Vanaf het moment dat hij een vestiging in Parijs opende, veranderden zijn strijkstokken in de meer gangbare, grootstedelijke stijl van Claude Fonclause, een nogal op de voorgrond tredende tijdgenoot met wie Nicolas Maire samen bij Etienne Pajeot had gewerkt.
In de loop van de jaren perfectioneerde Nicolas Rémy Maire zijn werk. Hij gebruikte tussen 1840 en 1855 voortreffelijk hout en verwerkte vaak veelkleurig paarlemoer, goud en ivoor, maar eigen modellen ontwikkelde hij nauwelijks. Hij maakte ze daarentegen vaak naar de wens van de opdrachtgever. Voor Gand, Pajeot, en zeker voor Vuillaume was de kwaliteit van zijn strijkstokken onberispelijk.
Nicolas Rémy Maire was een voortreffelijk vakman, maar had uitdagingen nodig om excellent werk te leveren. Technisch zijn de strijkstokken van Maire altijd perfect. Zijn beste strijkstokken zijn naar de mening van Millant te vergelijken met de beste die in de 19e eeuw gemaakt zijn.
De strijkstokken die Het Muziekinstrumentenfonds in de collectie heeft, zijn beide van rond 1850-1860 en zijn een goed voorbeeld van wat hij in zijn Parijse periode maakte.
Millant B., Raffin J.F., (2000) l`Archet: les archetiers Français 1750-1950.
Tarisio, cozio digitaal Archief, bezocht in 2021.
Vatelot E. (1976), Les Archets Français.
Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.
Geneanet, geraadpleegd in 2021.
Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2021.