Doorgaan naar content
bouwer

Nicolas Lupot

*1758 , Stuttgart      †1824 , Parijs

De vioolbouwer Nicolas Lupot was de derde generatie vioolbouwers van de Franse familie Lupot. Hij werd alleen niet in Frankrijk geboren, maar in de Duitse stad Stuttgart. Dat had hij te danken aan het feit dat zijn vader van 1754 tot 1768 als vioolbouwer in dienst was van de muziekminnende hertog Karl Eugen von Württemberg. Toen Nicolas in 1758 geboren werd, zat het hof van de hertog in Stuttgart.

De familie Lupot had hun oorsprong echter in Mirecourt, dat nog een stadje was waar een belangrijk deel van de bekende Franse vioolbouwers het vak zouden leren. Zijn grootvader, Jean Lupot, was in Mirecourt vioolbouwer geweest en zijn vader, François Lupot, had het vak van hem in Mirecourt geleerd. Ook zijn moeder kwam uit een vioolbouwersfamilie die het vak in Mirecourt geleerd had. Zij was de dochter van de vioolbouwer Jean-Baptiste Touly. Dat François en Nicolas zich later in Frankrijk zouden vestigen lag voor de hand.
Werkplaats(en)
Orléans, 1782-1795
Parijs, Rue de Grammont, 1796-1806
Parijs, Rue Croix-des-Petits-Champs, 1806-1824

Leven en loopbaan

Nicolas woonde in zijn jeugd nabij het hof van Württemberg, eerst in Stuttgart, later in een van de bijgebouwen van het slot Ludwigsburg. De hertog deed er alles aan om aan zijn hof de weelde van Versailles te overtreffen. Daarom had hij niet alleen een concert- en theaterzaal laten bouwen, maar ook twee hofcomponisten, een eigen concertmeester en een eigen vioolbouwer in dienst.

Karl Eugen von Württemberg

Karl Eugen von Württemberg

De voorkeur van Karl Eugen von Württemberg was behoudend en ging uit naar de heersende barokstijl. Zijn smaak betrof niet alleen de muziek, maar de hele entourage aan het hof was in die stijl opgetrokken. Zijn componisten hadden de opdracht om muziek in barokstijl te schrijven; nieuwere varianten duldde de hertog niet. In die omgeving werkte François Lupot en bouwde zijn instrumenten, passend bij de muziek die er uitgevoerd werd. Daar kreeg Nicolas de eerste lessen van zijn vader. In 1768, hetzelfde jaar dat de eerste hofcomponist Jommelli door de hertog werd ontslagen, vertrok ook François Lupot. Hij had veertien jaar voor de muziekminnende, maar autoritaire Hertog gewerkt.

In Orléans bouwde hij violen, harpen, luiten en meer

Hun nieuwe vestigingsplaats was Orléans. Daar maakte Nicolas aanvankelijk onder leiding van zijn vader zijn eerste instrumenten en vanaf 1782 deed hij dat zelfstandig. François en zijn zoon bouwden er violen, harpen, luiten, theorbes en strijkstokken in de heersende stijl. Bij zijn vader zou Nicolas 36 jaar blijven vóór hij in 1796 naar Parijs trok om bij François-Louis Pique te gaan werken.

François-Louis Pique en de invloed van Giovanni Battista Viotti

Daar ging enige tijd van aftasten aan vooraf. François-Louis Pique was een gerenommeerd vioolbouwer en had Giovanni Battista Viotti als klant die een Stradivari uit 1709 bezat. Viotti was invloedrijk; niet alleen als virtuoos violist, maar hij componeerde en was directeur van verschillende Franse en Engelse operagezelschappen. Zijn voorkeur ging uit naar zijn Stradivari die hem in staat stelde om met een andere techniek warmer, maar vooral krachtiger te spelen dan op de instrumenten uit de baroktijd. Dat leerde hij ook aan zijn leerlingen. Dat waren onder andere Rudolph Kreuzer en Marie-Pierre Baillot. Door deze zeer geziene musici kregen de nieuwe Italiaanse instrumenten al snel groot aanzien. François-Louis Pique zag het succes van de nieuwe viool-voorkeuren die Viotti uitdroeg en begon violen te bouwen die gebaseerd waren op de Italiaanse school.

De Franse Revolutie: zelfs de violen uit de voorbije tijd waren niet langer in zwang

Bij die transformatie zocht François-Louis Pique iemand die samen met hem aan de vraag naar nieuwe instrumenten zou kunnen voldoen. Het was Michel de Woldemar die Nicolas Lupot daarvoor bij Pique aanbeval. Eerst bood Pique aan om enkele instrumenten van Nicolas Lupot te verkopen. Daarna stuurde hij hout om Lupot violen voor zich te laten bouwen. Tenslotte nodigde hij hem uit om naar Parijs te komen. In deze periode zag Nicolas Lupot in Parijs de enorme verandering in de Franse samenleving die tot de Franse Revolutie, waar hij nu middenin zat, hadden geleid. Niets was hetzelfde gebleven, de elite bestond niet meer en burgers hadden het voor het zeggen. Zelfs de violen uit de voorbije tijd waren niet langer in zwang; geen Stainer en Amati modellen meer, maar die van Stradivari en Guarneri kregen de voorkeur. Die pasten beter bij de nieuwe revolutionaire muziek. Speelde Viotti in Parijs een leidende rol in de verandering van uitvoeringspraktijk, Pique volgde die op de voet met zijn nieuwe instrumenten. Nicolas Lupot leerde in de vier jaar dat hij bij Pique werkte om instrumenten te maken naar de nieuwe smaak van spelers en publiek.

Zelfstandig vioolbouwer in Parijs

Vier jaar later, in 1798 vestigde Nicolas Lupot zich als zelfstandig vioolbouwer in Parijs. Al snel kreeg hij grote vermaardheid als bouwer van goede, naar Italiaanse school gebouwde instrumenten en kon zijn lak wedijveren met de Italiaanse. In zijn werk was zijn bewondering voor Stradivari duidelijk waarneembaar; in 1824 verscheen er een boek met gesprekken tussen Abbé Sibire en Nicolas Lupot waarin hij zijn bewondering uitte over de instrumenten van Stradivari en die van Guarneri.
In 1806 verhuisde hij zijn atelier naar Rue Croix-des-Petits-Champs, eveneens in Parijs. Daar bleef hij de rest van zijn leven werken. Over het algemeen wordt deze periode gezien als zijn beste tijd.

Zijn meesterschap wordt breed erkend: prijzen bij het Concours du Conservatoire de Musique en een aanstelling als Luthier Honoraire van Louis XVIII vielen hem ten deel

Zijn tijdgenoten zagen al vroeg in hem een meester in zijn kunst; vanaf 1797 was de hoofdprijs voor de finalist van het Concours du Conservatoire de Musique een viool van Nicolas Lupot. Deze traditie zou jaren duren. Vanaf 1816 leverde Nicolas Lupot zelfs alle strijkinstrumenten voor dit conservatorium.

Politieke onrust had Frankrijk achtereenvolgens de Verlichting, de Moderne Tijd, Napoleon en na zijn val Lodewijk XVlll gebracht, die allemaal veranderingen in de muzikale cultuur hadden veroorzaakt. Toen Lodewijk XVIII in 1814 de monarchie weer in ere herstelde, was de reputatie van Nicolas Lupot dusdanig dat hij al een jaar later een aanstelling als Luthier Honoraire de sa Majesté le Roi Louis XVIII kreeg aan de Chapelle Royale van het Franse hof.

Schoonzoon Charles-François Gand treedt in zijn voetsporen

In 1782 was Nicolas Lupot getrouwd met Marie Christine Devreau. Zelf kregen zij geen kinderen maar adopteerden Cornélie Squimbre, dochter van vrienden. Rond 1802 trouwde Cornélie met de vioolbouwer Charles-François Gand. Deze kwam dat jaar in dienst bij Nicolas Lupot en bleef daar werken tot hij in 1812 naar Versailles vertrok. Toen Lupot in 1824 stierf, erfde zijn schoonzoon Charles-François Gand de zaak inclusief de aanstelling aan het hof en de Académie. Twee jaar lang zou Gand het atelier voortzetten voor hij samen met de andere leerling van Lupot, Auguste Sébastien Philippe Bernardel in Parijs een eigen atelier begon.

Werk en invloed

Het werk van Nicolas Lupot heeft verschillende periodes gekend. Van zijn instrumenten uit zijn tijd in Stuttgart is weinig teruggevonden. De tijd van 1782 tot 1796 in Orléans, wordt gezien als zijn overgangsperiode. Zijn instrumenten zijn gebaseerd op modellen van zijn vader en van Amati, vanaf 1796 werd hij zeer sterk beïnvloed door Pique en Stradivari. Na 1798 werd zijn werk meer onafhankelijk van andere bouwers en uiteindelijk vond hij na 1806 zijn meest volwassen vorm. Naast zijn eigen model heeft Lupot in deze periode nog naar Stradivari en naar Guarneri gebouwd. Voor de periode in Orléans gebruikte hij vier verschillende etiketten. Voor zijn Parijse tijd zes. Zijn oeuvre wordt beschouwd als het allerbeste van Frankrijk.

Etiket periode 1815-1824. Foto met dank aan: Gaël Français

Nicolas Lupot heeft drie invloedrijke leerlingen gehad: Charles-François Gand die bij hem werkte van 1802-1812 en Auguste Sébastien Philippe Bernardel. Vanaf 1798 heeft zijn broer François II in zijn atelier gewerkt. Later gevolgd door Pierre Silvestre.

Beide violen die Het Muziekinstrumentenfonds in bezit heeft dateren uit Lupots beste tijd.

Bronnen

Milliot S. en Perrin N. 2017, Lecture 3; journée Européenne De La Lutherie. Cordes sur Ciel.

Carlson B., Schmitt J. F., Moroder I., Leonhard F., Italian & French Violin Makers - Vol. 1, 2001, Cologne.

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

Henley W. , 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.

Jaquot A, 1912, la lutherie loraine et Français, Paris.

Sibre A. 1824, La Chélémonie ou Le Parfait Luthie. Paris.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
8 mei 2019