Maison Gand & Bernardel Frères
Eugène Gand en de beide Bernardels werden al direct na hun samenwerking succesvol. Zij bouwden overwegend voor de betere beroepsmusici en voor welgestelde amateurs. Voor de écht vermogende verzamelaars beschikte de firma zelfs over een niet eerder getoonde collectie instrumenten van Stradivari en Guarneri, die in twee generaties voornamelijk door de Gands was verworven. In de loop van de jaren verwierf de firma zoveel waardering dat de Franse regering hen de opdracht verleende om alle instrumenten voor het orkest van Palais de Trocadero te bouwen. Nadat Gustave Bernardel zich had teruggetrokken uit de firma, ging zij door als ‘Gand & Bernardel’. Het uiteindelijke succes van het bedrijf overtrof de oorspronkelijke al hooggespannen verwachtingen.

Het einde van Maison Gand Frères
In 1866 stierf Charles Adolphe Gand, vioolbouwer en ondernemer van de firma ‘Maison Gand Frères’. Hij werd maar 54 en was de spil van het familiebedrijf geweest. Hij had het samen met zijn broer Charles Eugène van hun vader overgenomen die er het voorname ‘Maison’ van had gemaakt. Het was gevestigd in een prachtig, vijf verdiepingen hoog pand aan de Rue Croix des Petits Champs in Parijs. Zij waren de Luthiers (vioolbouwers) de l’Opera, Luthiers du Conservatoire en Luthiers de la Musique du Roi. En hun clientèle bestond uit grote musici als Joachim, Sauzay, Vieuxtemps en Sainton. Een goede reputatie hadden zij al, maar die werd definitief gevestigd toen zij de kostbare strijkinstrumenten van het Franse hof, die in het Tuilerieënpaleis bewaard werden, hadden weten te herstellen of vervangen nadat een woedende volksmenigte, opgehitst door de Commune de Paris in 1848 het grootste deel van de collectie had vernield. De Tuilerieën zelf was in vlammen opgegaan.

Charles Adolphe Gand. Foto met dank aan Gaël Français

Charles Eugène Gand. Foto met dank aan Gaël Français
Samenwerking met broers Bernardel: Gand et Bernardel Frères
Na de dood van Charles Adolphe kwam de druk om het grote bedrijf te moeten leiden onverwacht op de schouders van Charles Eugène terecht. Alleen durfde hij die verantwoordelijkheid niet aan; hij had een partner nodig die zich al op het vakgebied bewezen had. Het liefst iemand wiens achtergrond gelijk was aan de zijne. Die vond hij in de persoon van Sébastien Bernardel. Deze was tegelijk met zijn eigen vader opgeleid door Nicolas Lupot. Sebastien had echter net besloten te stoppen met werken en had zijn beide zonen Ernest Auguste en Gustave Adolphe als opvolgers benoemd. Voor de broers bood een samenwerking met Gand een uitgelezen kans om het familievermogen van Bernardel en de reputatie van Gand samen te voegen tot een nieuw bedrijf. Gand kende de broers goed en ging akkoord.
Enkele maanden na de dood van Charles Adolphe werd de nieuwe firma in het handelsregister ingeschreven onder de naam: ‘Maison Gand & Bernardel Frères’.

Maison Gand & Bernardel Frères. Bron: archieven Musée de la Musique, Parijs
Vertrek uit het geboortehuis
Het tweede ingrijpende besluit van Charles Eugène was om zijn geboortehuis aan de Rue Croix des Petits Champs met de grote ateliers en verkoopruimtes, dat zijn vader vijfenveertig jaar geleden van zijn collega Koliker had overgenomen, te verkopen. Maison Gand & Bernardel Frères ging aan de overkant van de staat, in het meer bescheiden pand van Bernardel verder.
De functie van Luthier de l’Opera, de Conservatoire en van de Chapelle Royale leverde bij elkaar niet veel meer dan 900 frank per jaar op, maar verleende wel groot prestige. Eugène Gand’s vader en broer hadden deze veelbegeerde functie jarenlang bekleed, maar die ging niet automatisch over op het nieuwe bedrijf. Het duurde nog tot eind 1867 voor de benoeming rond was, voornamelijk gebaseerd op het feit dat Charles Eugène Gand een van de beste vioolexperts van zijn tijd was.
Verkoopcollectie Stradivari en Guarneri 'del Gesù'
Onder Charles Adolphe had Eugène nog een tamelijk bescheiden rol in de firma gespeeld, maar in het nieuwe bedrijf bleek hij een uitzonderlijk goede zakenman te zijn. De beide Bernardels gaven leiding aan de ateliers. Daarin werkten uitsluitend goede vakmensen. De catalogus van de firma bestond uit instrumenten uit eigen atelier en instrumenten die door tijdgenoten gebouwd waren, maar voorzien werden van het Gand & Bernardel Frères-label. Maar er was ook nog een apart katern: ’Catalogue descriptif des instruments de Stradivarius et J. Guarnerius’ met 252 instrumenten van Stradivari en Guarneri 'del Gesù’. Die was in 1870 samengesteld door Eugène Gand. Zo’n indrukwekkende verkoopcollectie was nog nooit eerder op de markt geweest.
Vue de l'exposition Universelle de Paris 1867, Edouard Manet
De Exposition Universelle in Parijs was al sinds 1844 een belangrijke gebeurtenis waar hordes mensen naartoe trokken. Maar in 1867 wilde Napoleon, ‘keizer der Fransen’ de wereld laten zien hoe goed Frankrijk er na jaren van zijn voortvarend leiderschap voor stond. Dat liet hij groots en indrukwekkend aanpakken door 60.000 deelnemers te laten zien wat zij op hun vakgebied tot stand hadden gebracht. Ook Maison Gand & Bernardel Frères ontving een uitnodiging. De Exposition bleef een jaar lang open en trok 11 miljoen kijkers. J.B. Vuillaume won goud en Gand & Bernardel Frères won een zilveren medaille voor hun inzending.
In 1870 kwam Frankrijk in oorlog met Duitsland. Volkomen tegen de verwachtingen in eindigde die een jaar later met de gevangenschap van Napoleon. Het Franse Keizerrijk viel en de Derde Franse Republiek (1870-1940) begon zich af te tekenen. De nieuwe republikeinse machthebbers streefden een andere samenleving na, maar ook daarin konden Gand en de Bernardels zich goed handhaven. Gand wist zelfs, ondanks het hernieuwde standenverschil, door te dringen in het sociale en muzikale leven van de haute bourgeoisie.
Gand wist zelfs, ondanks het hernieuwde standenverschil, door te dringen in het sociale en muzikale leven van de 'haute bourgeoisie'
Gand was een graag geziene gast op de grote muziekpartijen die de Parijse aristocratie weer organiseerde en waarop het beste uit de internationale muziekwereld uitgenodigd werd om te spelen. Daar ontmoette hij ook vermogende verzamelaars zoals André Wilmotte en David Laurie. Deze kochten samen in enkele jaren tijd 47 instrumenten van Stradivari en Guarneri bij Gand & Bernardel Frères.
Palais du Trocadéro
Ter gelegenheid van de Wereldtentoonstelling van 1878 werd het Palais du Trocadéro gebouwd, een gebouw met vier concertzalen, opgetrokken in Moorse en neo-Byzantijnse stijl. Nadat Gand en Bernardel in dat jaar gouden medailles voor hun instrumenten gewonnen hadden, vroeg de Franse regering hen om ruim 80 instrumenten voor het nieuw te vormen orkest van het Palais du Trocadéro te bouwen. Daarmee lieten zij voor het eerst J. B. Vuillaume, die op deze opdracht gerekend had, teleurgesteld achter.
Gustave Bernardel. Foto met dank aan Gaël Français
Maison Gand et Bernardel
In 1886 ging Ernest Bernardel met pensioen en begon een volgende fase voor het Maison dat voortaan ‘Gand et Bernardel’ heette. Charles Eugène Gand en Gustave Bernardel zetten het bedrijf samen voort tot Charles Eugène Gand in 1892 stierf na korte tijd ziek te zijn geweest. Tijdens de dienst die ter gelegenheid van zijn begrafenis werd gehouden speelde het voltallige orkest van de Opera. De ceremonie werd door de meeste Parijse kranten verslagen. Zelfs in Engeland werd er aandacht aan zijn dood besteed. Daar schreef Alfred Hill, die hem persoonlijk goed had gekend, lovend over hem: ‘Hoewel Eugène Gand zich iedere dag bezig hield met de dagelijkse gang van zaken in het bedrijf, verzuimde hij zelden een dag aan zijn werkbank en lakte de meeste van de instrumenten zelf’. Eugène Gand had het Maison Gand & Bernardel Frères tot het belangrijkste van Frankrijk gemaakt. Over hem had Antoine Vidal al drie jaar eerder geschreven dat hij ‘Een van de meest vooraanstaande Franse vioolbouwers van onze tijd’ was.
Werk en invloed
In de 20 jaar dat de firma bestaan heeft, kwamen er zo’n 1000 strijkinstrumenten en strijkstokken uit hun ateliers. De meeste waren van een verfijnde kwaliteit en gebouwd volgens de Franse traditie. Er bestond niet een herkenbaar Gand & Bernardel model, maar al hun instrumenten waren gebaseerd op de grote Cremonese vioolbouwers uit de vorige eeuw. Meestal gebruikten zij een licht bruine tot licht rode lak, maar ook kwam een dieper rode afwerking voor. De kenmerkend rode kleur zoals Lupot die gebruikte was eveneens verkrijgbaar, maar alleen op bestelling.
Gand & Bernardel Frères stond ook bekend om hun strijkstokken; die waren vervaardigd door de beste makers van die tijd zoals Charles Peccatte, Vigneron père, Pierre Simon, Joseph Henry, Claude Thomassin, and François Nicolas Voirin. Zij leverden hun strijkstokken aan de firma, vaak zonder in dienst te zijn, maar hun werk beïnvloedde de productie in het atelier zodanig dat de verschillen tussen een atelierstok en het origineel niet altijd eenvoudig te zien zijn. Op alle strijkstokken die de firma verkocht stond de brandstempel van Gand et Bernardel Frères, ongeacht wie de stok gemaakt had.
Door Maison Gand & Bernardel Frères werden er drie labels voor de strijkinstrumenten gebruikt. Op het eerste, gebruikt tussen 1866 en 1870, stond de titel 'Luthiers de la Musique de l'Empereur et du Conservatoire'. Tussen 1871 en 1886, alleen 'Luthiers du Conservatoire de Musique’ en nadat zij de instrumenten voor het Palais de Trocadero hadden gebouwd, werd ook dat op het label vermeld.

Foto met dank aan Gaël Français
De altviool die Het Muziekinstrumentenfonds in de collectie heeft dateert van 1877. In dat jaar ontving Gand & Bernardel Frères de eervolle opdracht om de instrumenten van het nieuwe Orchestre de Trocadero te bouwen.

Foto met dank aan Gaël Français
Bronnen
Milliot S. en Perrin N. 2017, Journée Européenne de la Lutherie. Parijs.
Thöne J, 2008, Italian & French Violin Makers, Dubai.
Carlson B., Schmitt J. F., Moroder I., Leonhard F., 2007, Italian & French Violin Makers, Keulen.
Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.
Millant R., 1979, J-B Vuillaume; Sa vie et son oeuvre. Hill&sons, London.
Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.
Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris.
Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2020.
Geneanet, geraadpleegd in 2020.
Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2020.
Archives de Musee de la Musique, geraadpleegd in 2020.
- Auteur
- Jan Boekhout
- Datum
- 26 november 2020