Doorgaan naar content
bouwer

Joseph Xavier Jacquet

*1810 , Mirecourt      †1867 , Mirecourt

De familie Jacquet, Joseph Xavier en zijn drie zonen, waren alle vier vioolbouwers, maakten een aantal violen en celli, maar gingen de geschiedenis in als bouwers van contrabassen. Toen Joseph Xavier vioolbouwer wilde worden, had hij geen relaties in die branche; zijn vader was slager en zijn moeder werkte in een kantatelier.

Zijn loopbaan begon hij vermoedelijk als leerling van Joseph Pillement, een vioolbouwer in Mirecourt. Pillement was een wijdvertakte en in Mirecourt zeer gerespecteerde familie met veel vioolbouwers en handelaren in muziekinstrumenten.

Joseph Pillement had in Mirecourt een werkplaats waarin hij voornamelijk contrabassen en andere grote instrumenten bouwde en daar als een van de betere contrabasbouwers van zijn tijd bekend stond. Veel ervan waren voor zijn oudere broer François Pillement, maar hij bouwde ze ook voor anderen. François woonde aan het begin van zijn loopbaan nog in Mirecourt maar was in 1789 vertrokken. Zijn latere instrumenten dragen een label uit Parijs, maar door de chaos van de bloedige Franse Revolutie die in dat jaar uitbrak, werd hij daar nooit geregistreerd. Veel Parijse vioolbouwers lieten een deel van hun instrumenten uit Mirecourt komen, vaak waren die onafgewerkt en werden ze in Parijs van lak en details voorzien.
Werkplaats(en)
Mirecourt, 1825-1860

Huwelijk en zakelijke belangen vervlochten

Joseph Xavier Jacquet werkte ook na zijn opleiding nog enkele jaren in de werkplaats van Pillement waar hij zich specialiseerde in contrabassen voor de Parijse markt. In 1837 trouwde hij met Cécile, de dochter van Joseph Pillement. Door de bruidsschat die zij meebracht werd zij mede-eigenaar van de zaak, waarna deze officieel Jacquet-Pillement heette. Beide namen stonden op het briefpapier en op de etiketten. Bij de relaties die hij er via zijn schoonfamilie bij kreeg, zaten voor de vioolbouwwereld indrukwekkende namen: Voirin, Maucotel, Gand, Bailly, Sartory, Mougenot en Eury.

Familieverbanden speelden onder de vioolbouwers van Mirecourt een belangrijke rol

In 1838 werd zijn zoon Gabriel Xavier geboren, de eerste van vijf kinderen, waarvan er drie vioolbouwer zouden worden. Gabriel Xavier ging bij zijn vader in de zaak, de beide andere zonen die tien en twaalf jaar later ter wereld kwamen, werden zelfstandig. Ook zij specialiseerden zich in contrabassen. Xavier Gabriel verkocht zijn instrumenten geregeld onder eigen naam, maar vaker werden ze, net als die van zijn broers onder andere namen verkocht, waaronder die van Joseph Xaviers schoonzoon George Mougenot in Parijs.

Familieverbanden speelden onder de vioolbouwers van Mirecourt een belangrijke rol. Meer dan de helft van de beroepsbevolking van de stad had op een of andere manier te maken met de bouw van muziekinstrumenten: orgels, klarinetten en in het bijzonder strijkinstrumenten en strijkstokken, en waren vaak aan elkaar gelieerd.

Moordende concurrentie

Die liaison van families van vioolbouwers was voornamelijk om daar wederzijds voordeel van te hebben. Dat was geen luxe, maar noodzaak. Aan het begin van de negentiende eeuw was de concurrentie onder vioolbouwers moordend. Industrialisatie in Duitsland en Frankrijk leidde tot een overproductie van goedkope instrumenten. Inkomsten van de bouwers daalden en hun bestaanszekerheid werd steeds minder vanzelfsprekend. Wie het zich kon veroorloven ging naar Parijs, achtergebleven bouwers knoopten relaties met hen aan om hun instrumenten daar door hen te laten verkopen. Familie had voorrang, en wie zich kon onderscheiden eveneens.

De contrabassen van Jacquet

Joseph Xavier gaf vanaf 1860 zijn contrabassen soms fantasievolle koppen mee, zijn zoon Gabriel ging een stapje verder en maakte er zijn handelsmerk van. Tot rond 1840 bouwde hij contrabassen met een gewelfde achterzijde, later bouwde hij ze steeds vaker met een vlakke achterkant. Zijn zoon bouwde na Xaviers dood vaak ‘moderne’ contrabassen, instrumenten waarvan de vorm niet was afgeleid van een gamba, maar van een cello.

Contrabas Jacquet-père, collectie Muziekinstrumentenfonds

Na de dood van Joseph Xavier in 1867 zette Gabriel Xavier de zaak voort, later bijgestaan door Joseph Xavier’s kleinzoon Moise-Gabriel.

Er zijn weinig instrumenten van Joseph Xavier Jacquet bekend, vermoedelijk is het merendeel onder andere namen verkocht.

Model afgeleid van de gamba

Veruit de meeste contrabassen van Jacquet-père, zoals hij genoemd werd, hadden een model dat afgeleid was van de gamba; het instrument had geen geprononceerde hoeken en een achterblad zonder knik. Hij gebruikte goed en vaak mooi gevlamd esdoorn voor het achterblad en fijnnervig hout van de zilverspar voor het bovenblad. Zijn instrumenten werkte hij af met een roodbruine tot goudgele lak. De meeste bassen waren driesnarig en werden later alsnog van een vierde snaar voorzien met een toegevoegd stemmechaniek. Joseph Xavier Jacquet brandde zijn instrumenten aan de binnenkant met X. JACQUET.

Bronnen

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

Guilbert A., 1845, Histoire de villes de France, Parijs.

Claudel J.P., 1983, Chronique d'une cité Vosgienne, Mirecourt sous la Révolution, Parijs.

www:archives.recherches.vosges.fr, geraadpleegd in 2024

www:luthier-mirecourt.fr, geraadpleegd in 2024

www:geneanet.org, geraadpleegd in 2024

Auteur
Jan Boekhout
Datum
15 februari 2024