
contrabas
Frances Inzenhofer

*1810 , Mirecourt †1867 , Mirecourt

Joseph Xavier Jacquet werkte ook na zijn opleiding nog enkele jaren in de werkplaats van Pillement waar hij zich specialiseerde in contrabassen voor de Parijse markt. In 1837 trouwde hij met Cécile, de dochter van Joseph Pillement. Door de bruidsschat die zij meebracht werd zij mede-eigenaar van de zaak, waarna deze officieel Jacquet-Pillement heette. Beide namen stonden op het briefpapier en op de etiketten. Bij de relaties die hij er via zijn schoonfamilie bij kreeg, zaten voor de vioolbouwwereld indrukwekkende namen: Voirin, Maucotel, Gand, Bailly, Sartory, Mougenot en Eury.
Familieverbanden speelden onder de vioolbouwers van Mirecourt een belangrijke rol
In 1838 werd zijn zoon Gabriel Xavier geboren, de eerste van vijf kinderen, waarvan er drie vioolbouwer zouden worden. Gabriel Xavier ging bij zijn vader in de zaak, de beide andere zonen die tien en twaalf jaar later ter wereld kwamen, werden zelfstandig. Ook zij specialiseerden zich in contrabassen. Xavier Gabriel verkocht zijn instrumenten geregeld onder eigen naam, maar vaker werden ze, net als die van zijn broers onder andere namen verkocht, waaronder die van Joseph Xaviers schoonzoon George Mougenot in Parijs.
Familieverbanden speelden onder de vioolbouwers van Mirecourt een belangrijke rol. Meer dan de helft van de beroepsbevolking van de stad had op een of andere manier te maken met de bouw van muziekinstrumenten: orgels, klarinetten en in het bijzonder strijkinstrumenten en strijkstokken, en waren vaak aan elkaar gelieerd.
Die liaison van families van vioolbouwers was voornamelijk om daar wederzijds voordeel van te hebben. Dat was geen luxe, maar noodzaak. Aan het begin van de negentiende eeuw was de concurrentie onder vioolbouwers moordend. Industrialisatie in Duitsland en Frankrijk leidde tot een overproductie van goedkope instrumenten. Inkomsten van de bouwers daalden en hun bestaanszekerheid werd steeds minder vanzelfsprekend. Wie het zich kon veroorloven ging naar Parijs, achtergebleven bouwers knoopten relaties met hen aan om hun instrumenten daar door hen te laten verkopen. Familie had voorrang, en wie zich kon onderscheiden eveneens.
Joseph Xavier gaf vanaf 1860 zijn contrabassen soms fantasievolle koppen mee, zijn zoon Gabriel ging een stapje verder en maakte er zijn handelsmerk van. Tot rond 1840 bouwde hij contrabassen met een gewelfde achterzijde, later bouwde hij ze steeds vaker met een vlakke achterkant. Zijn zoon bouwde na Xaviers dood vaak ‘moderne’ contrabassen, instrumenten waarvan de vorm niet was afgeleid van een gamba, maar van een cello.
Contrabas Jacquet-père, collectie Muziekinstrumentenfonds
Na de dood van Joseph Xavier in 1867 zette Gabriel Xavier de zaak voort, later bijgestaan door Joseph Xavier’s kleinzoon Moise-Gabriel.
Er zijn weinig instrumenten van Joseph Xavier Jacquet bekend, vermoedelijk is het merendeel onder andere namen verkocht.
Veruit de meeste contrabassen van Jacquet-père, zoals hij genoemd werd, hadden een model dat afgeleid was van de gamba; het instrument had geen geprononceerde hoeken en een achterblad zonder knik. Hij gebruikte goed en vaak mooi gevlamd esdoorn voor het achterblad en fijnnervig hout van de zilverspar voor het bovenblad. Zijn instrumenten werkte hij af met een roodbruine tot goudgele lak. De meeste bassen waren driesnarig en werden later alsnog van een vierde snaar voorzien met een toegevoegd stemmechaniek. Joseph Xavier Jacquet brandde zijn instrumenten aan de binnenkant met X. JACQUET.
Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.
Guilbert A., 1845, Histoire de villes de France, Parijs.
Claudel J.P., 1983, Chronique d'une cité Vosgienne, Mirecourt sous la Révolution, Parijs.
www:archives.recherches.vosges.fr, geraadpleegd in 2024
www:luthier-mirecourt.fr, geraadpleegd in 2024
www:geneanet.org, geraadpleegd in 2024