Doorgaan naar content
bouwer

Hilaire Darche

*1862 , Brussel      †1929 , Brussel

Hilaire Darche was de jongste van een grote familie vioolbouwers die drie generaties in Brussel hebben gewerkt. Van de zeven Darches was hij de meest succesvolle. Afkomstig uit Mirecourt, was zijn grootvader naar Brussel gegaan en daar het ‘Maison Darche’ begonnen; een zaak die onder wisselende samenstelling van familieleden drie generaties bleef bestaan.

Hilaire werkte samen met N.F. Vuillaume, de vioolbouwer die zijn vader had opgeleid. Hij werd expert in oude instrumenten, ‘Luthier du Conservatoire’ in Brussel en een veel gevraagd jurylid.

Zijn instrumenten waren geliefd onder concertmusici. Hij bouwde ze voornamelijk naar Guarneri del Gesù en Guadagnini.
Werkplaats(en)
Brussel, ±1882-1929

Meer over Hilaire Darche

Hilaire’s grootvader, Nicolas Darche (1771-1850), was geboren in de Noord-Franse stad Mirecourt waar de meeste Franse vioolbouwers vandaan kwamen of hun opleiding begonnen waren. Ook Nicolas was daar vioolbouwer geworden. In Mirecourt werkten in die tijd zo veel vioolbouwers dat, wilden zij voldoende inkomsten met het uitoefenen van hun vak verdienen, het merendeel hun beroep elders moest uitoefenen. De meesten gingen naar Parijs dat het centrum van de muziekcultuur. Hun bestaan was daar zwaar, vaak armoedig en Parijs chaotisch.

Françoise Vuillaume, Hilaire’s grootmoeder had gezien hoe haar geniale broer Jean Baptiste Vuillaume in Parijs succesvol was geworden, maar Nicolas François Vuillaume, haar ander broer, was de Parijse chaos ontvlucht en uiteindelijk naar Brussel gegaan. Met hem als voorbeeld verkoos Nicolas Darche, evenals nog twee broers, Brussel boven de Franse hoofdstad. Samen met Claude François, zijn oudste broer begon hij in 1845 een zaak die zij als ‘Maison Darche frères’ lieten registreren en die zij in de loop van de jaren uitbreidden met nog drie vioolbouw ateliers. Dat was het begin geweest van drie generaties vioolbouwers Darche.

België was nog maar een jonge natie, in 1830 zelfstandig geworden en ingeklemd tussen Nederland en Frankrijk, had het geen eigen muziekcultuur. Een hoofdrol in de muzikale ontwikkeling van het land speelde François-Joseph Fétis (1784-1871), die in 1833 aan het hoofd van het Brusselse conservatorium kwam te staan. In opdracht van de regering schreef Fétis het ‘Plan d’organisation de la musique dans le Royaume de Belgique’. Hij betoogde dat België zich op muzikaal gebied in een ‘état de dépérissement’ bevond en dat de muzikale wedergeboorte geen kwestie van geduldig afwachten was, maar een ‘project’ dat onder zijn persoonlijke leiding België mee kon laten tellen op het internationale toneel van de muziekcultuur. Daarvoor had hij het Brusselse conservatorium een centrale rol toebedeeld. Twee afdelingen moesten daarin voorop gaan lopen: piano en viool.

Hilaire’s vader, Jacques-Joseph, had daarvan geprofiteerd. Hij was door Nicolas François Vuillaume tot vioolbouwer opgeleid, had zich in 1852 bij de familiezaak aangesloten, maar kon door de groeiende belangstelling voor vioolspel in Brussel in 1854 voor zichzelf beginnen. In dat jaar ontmoette hij Eugenie Bauval met wie hij kort daarop trouwde. Zij kregen twee kinderen: Hilaire werd in 1862 geboren, een jaar later gevolgd door Joseph.

Hilaire kwam ter wereld in het jaar waarin ook de derde en vierde vestiging van het Maison Darche frères werden geopend. De derde zaak zat in de Rue de Laeken n°11-13. Jacques-Joseph kon de geboorte van Hilaire vieren met de opening van een nieuwe, vierde zaak die eveneens in de Rue de Laeken zat, schuin tegenover de andere vestiging. De familie Darche was overduidelijk succesvol.

Hilaire’s vader werd in 1867 ziek en overleed kort daarop. Hij was 35 en Hilaire nog maar 5. Zijn moeder hertrouwde niet, maar bleef, financieel ondersteund door de familie, voor de twee kinderen zorgen.

In navolging van zijn vader wilde Hilaire eveneens vioolbouwer worden. Hij vertrok op zijn zestiende naar Parijs en werd leerling bij Charles Gaillard. Gaillard was een vooraanstaande vioolbouwer en een beroemdheid onder musici. Hij had zijn opleiding bij Charles Gand genoten en bouwde in de stijl van Guarneri en Stradivari. Nadat hij voor zichzelf was begonnen in de Rue Notre-Dame de Rouvrance, werkte hij volledig in de stijl van zijn leermeester. Zijn instrumenten waren verfijnd en daarom zeer gezocht. Hilaire Darche werkte vier jaar bij Charles Gaillard in de Rue Notre-Dame de Rouvrance. Bronnen vermeldden later dat Hilaire bij Didier l’aîné zijn opleiding voortgezet heeft, maar die was al dertig jaar eerder overleden.

Brussel werd diep geraakt door een financiële depressie. Het ‘Maison’ overleefde de crisis niet en werd opgeheven. Eenmaal opgeleid tot goede vioolbouwer kon Hilaire niet meer bij het familiebedrijf terecht, maar ging werken voor Nicolas François Vuillaume, van wie zijn vader het vak had geleerd.

Nicolas François Vuillaume had jarenlang samen met zijn gevierde broer Jean Baptiste in Parijs gewerkt, maar maar was de chaos van de stad ontvlucht. In Brussel floreerde Nicolas François. Zijn atelier groeide en hij kon medewerkers aannemen. Hilaire Darche was zijn eerste, gevolgd door Charles Darche en later Nicolas (II) Darche. Nicolas François Vuillaume was op het gebied van vioolbouw de meest vooraanstaande figuur in België en genoot een goede reputatie als vioolbouwer, kenner en restaurateur. Hilaire Darche werkte bijna vijf jaar bij Vuillaume en bleef nog enkele jaren in het atelier werken nadat Nicolas François Vuillaume de zaak in 1875 overdeed aan Georges Mougenot (1843–1937), een leerling van Nicolas (I) Darche.

De financiële crisis in België leidde in 1886 zelfs tot een volksoproer maar dat weerhield Hilaire niet om in dat jaar een eigen zaak, het ‘Maison H. Darche aîné’ te beginnen aan de Boulevard Waterloo 86.

In 1894 fuseerde hij met zijn broer. Het ‘Maison J. Darche aîné’ en het ‘Maison H. Darche jeune’ zetten hun activiteiten voort als ‘Maison Darche Frères’ in de Rue de la Montagne, aldus de advertenties in de Brusselse bladen. Naast strijkinstrumenten verkochten zij vanaf dat moment ook piano’s en orgels.

Centraal in de Belgische vioolwereld stond Eugene Ysaye. Deze virtuoze violist werd in 1886 benoemd tot hoofddocent aan het conservatorium van Brussel. Hij was bevriend met de grootste musici van zijn tijd en ongekend populair. Onder zijn leiding bereikte de vioolopleiding van het conservatorium een hoog afstudeerniveau. De vioolklassen groeiden en de Brusselse welgestelden speelden in kleine ensembles of orkesten. Ysaye begon in 1894 een eigen kwartet en organiseerde een concertserie die in Brussel zeventien seizoenen zou bijven bestaan. Eugene Ysaye en Hilaire Darche kenden elkaar goed. Op Ysaye’s aanraden liet Joseph Jacob, de cellist van het Ysaye kwartet, een cello door Hilaire Darche bouwen.

Hilaire Darche bouwde veel voor musici. Vannes vermeldt in zijn Dictionaire Universele dat de instrumenten van Hilaire Darche in het bijzonder bij concertmusici populair waren. De welgestelden en verzamelaars kochten liever oude Italiaanse of Franse instrumenten. De handel daarin werd voor de firma Darche Frères zeker zo belangrijk als de nieuwbouw. Hilaire werd expert op het gebied van oude instrumenten.

In 1892 werd Hilaire voorzitter van de Belgische handelskamer van vioolbouwers. Vijf jaar later werd hij gevraagd als jurylid voor het vioolbouwcouncours op de wereldtentoonstelling in Brussel. Ook nam hij hors concours deel aan de exposities in Luik en Gent waar hij eveneens jurylid was. Drie medewerkers van de firma Darche wonnen een bronzen medaille. In 1910 stuurde Hilaire instrumenten in naar de Exposition Universele in Brussel, wederom hors concours. Zijn naaste medewerkers Joseph Henri en Camille Boulangeot wonnen ieder een gouden medaille.

Als erkenning van zijn vakmanschap werd Hilaire Darche in 1900 benoemd tot "Luthier du Conservatoire Royal de Musique Bruxelles”, een functie die George Mougenot en Nicolas François Vuillaume vóór hem hadden bekleed.

In navolging van de Franse traditie kreeg de leerling die het jaarlijkse eindexamenconcours van het Brussels conservatorium won, een viool die gebouwd was door de Luthier du Conservatoire. Die bouwde Hilaire Darche in alle jaren van zijn aanstelling. Hilaire en Joseph Darche zetten in 1907 gezamenlijke een fonds op waaruit ieder jaar een prijs werd toegekend aan een violist die veel voor de muziek betekend heeft. Het fonds bestond in 2022 nog steeds. Een jaar na zijn aanstelling werd Hilaire geridderd tot 'Chevalier de l’Orde de Roi Leopold’.

Hilaire is niet officieel getrouwd geweest, maar had wel een dochter. Een van zijn voormalige medewerkers, Louis Lagarenne, keerde in 1908 terug uit Mirecourt en ging met haar een relatie aan. Hilaire stopte geleidelijk met werken en liet het atelier aan Louis Lagarenne over. In 1915 werd de firma op zijn naam gezet. Hilaire Darche overleed in Brussel in 1929. Na 1915 bouwde Lagarenne nog veel instrumenten die hij het originele label van Hilaire meegaf. Alleen de brandstempel aan de binnenzijde verraadt de bouwer: ≤i≥’H. Darche à Bruxelles é La Garenne Bruxelles’.

Hilaire had ook strijkstokken in zijn assortiment. Die liet hij maken in Parijs door Eugene Nicolas Sartory, een van de meest gerenommeerde strijkstokkenmakers van zijn tijd. Deze stokken brandde hij met ‘H. Darche Brussels’.

Werk en invloed

Hilaire was een productieve vioolbouwer met een oeuvre van violen, altviolen, cello’s en enkele viola's d’amore. Bij N.F. Vuillaume had hij veel goede oude Italiaanse instrumenten kunnen bestuderen, waaronder die van Guarneri del Gesù en van G.B. Guadagnini. Eenmaal zelfstandig, bouwde hij zijn instrumenten naar hun voorbeeld. Rond 1890 voegde hij enkele modellen van grote Franse bouwers aan zijn oeuvre toe.

Zoals veel vioolbouwers die hun wortels in Mirecourt hadden, liet ook Hilaire Darche daar met enige regelmaat ‘witte’ violen bouwen. Deze werden door zijn medewerkers voorzien van de afwerking.

Zijn instrumenten zijn over het algemeen van uitstekend materiaal vervaardigd. Hij voorzag ze van een diepe rood-bruine lak. Vóór de fusie met zijn broer brandde Hilaire zijn instrumenten aan de binnenzijde met ‘H. Darche Bruxelles’, daarna met ‘H. Darche aîné’.

Etiket: ‘Hilaire Darche. Luthier / du Conservatoire Royal de Bruxelles / l'An 1908’. Zijn eigen instrumenten signeerde hij binnenin aan de halszijde van het bovenblad, de atelier instrumenten missen de handtekening.

Foto met dank aan Tarisio

Bronnen

Dictionnaire des facteurs d'instruments de musique en Wallonie et à Bruxelles du 9e siècle à nos jours" par Malou Haine, Nicolas Meeùs, Pierre Mardaga.Cité de la musique/Musée de la musique, Violons, Vuillaume, un maître luthier français de XIXe siècle, 1998, Paris.

Millant R., 1979, J-B Vuillaume; Sa vie et son oeuvre. Hill&sons, London.

Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2023.

Geneanet, geraadpleegd in 2023.

Nationaal archief van België, geraadpleegd in 2023.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
11 januari 2023

Geen instrumenten in bruikleen gegeven