
cellostrijkstok
Isaac Sam Lottman

*1787 , Mirecourt †1857 , Troyes

François Jude Gaulard trouwde met Ursule Fétique, die eveneens afkomstig was uit een familie van strijkstokkenmakers en kreeg twee zonen. De oudste was Nicolas Alexandre die vioolbouwer zou worden maar al jong overleed in de Algerijnse Oorlog en Louis Auguste. Ursule overleed in 1855, waarna François Jude Gaulard Mirecourt verliet om bij zijn zoon Louis Auguste te gaan werken die vioolbouwer was geworden in Troyes dat ten zuidoosten van Parijs lag. De laatste twee jaren van zijn leven bleef François Jude Gaulard strijkstokken maken tot hij in 1857 overleed.

Bron: Tarisio
François Jude Gaulard wordt wel eens de stokkenmaker van de zon genoemd. De veelal ivoren sloffen die hij al vanaf 1810 maakte, voorzag hij van een kundig gemaakte inleg van een ovaal met een zilveren Franse lelie, exact zoals die van Pajeot. Later verving hij de lelie door een parelmoeren ster met zilveren rand die wat weg had van een zon met zonnestralen. Die zou hij de rest van zijn leven blijven maken. Dit demonstreert zijn vakbekwaamheid, maar hij ging niet mee met de voortdurend veranderende techniek van zijn Parijse vakgenoten die de strijkstok verbeterden. Zij gebruikten al een zilveren plaatje tussen de slof en de stang, waardoor deze minder kwetsbaar was en gemakkelijker te spannen was. Gaulard heeft dit nooit toegepast.
De periode waarin hij pernambuco strijkstokken met ivoren slof en zon maakte, was tussen 1820 en 1835. Hij maakte ze verfijnd, waardoor ze extra kwetsbaar waren. Zijn sloffen bleef hij versieren, soms met ‘zijn zon', maar ook met schilden toen hij rond 1835 was overgegaan op sloffen van ebbenhout.
De strijkstokken die Gaulard later maakte, en zeker nadat hij verhuisd was naar Troyes, zijn wat minder elegant. Opmerkelijk is dat hij de vroege sloffen wel met een zilveren of gouden achterkant maakte, maar vanaf 1820 tot aan zijn dood niet meer. Dit in tegenstelling tot vrijwel alle andere stokkenmakers die daar vijfentwintig jaar eerder al mee begonnen waren.
Voor zijn stokken gebruikte hij niet alleen het gebruikelijke pernambuco, maar ook vaak slangenhout, ijzerhout of een andere exotische houtsoort. Ongeveer de helft van zijn strijkstokken zijn rond, de andere helft achthoekig. De koppen van veel stokken hebben meestal een korte neus en vertonen een net iets andere afwerking dan gebruikelijk; zo voorzag hij de onderkant van de kop soms van een ingelegde versiering of alleen van een ebbenhouten versterking zonder het laagje been of ivoor.
Zijn eerste stokken stempelde hij zoals Pajeot, met een M achter zijn naam om daarmee Mirecourt aan te duiden: ‘GAULARD M’, maar vanaf ca. 1825 alleen GAULARD. Ook stokken zonder brandstempel komen voor.
De strijkstok die Het Muziekinstrumentenfonds in de collectie heeft is een zgn. ‘mariage’; een stang gemaakt door Gaulard en een slof en het knopje van François Eury. Eury was geen tijdgenoot, maar een strijkstokkenmaker die 25 jaar eerder leefde. De slof en het knopje zijn derhalve later aangepast. Eury werkte in de nabijheid van François Tourte, waarvan hij veel overnam. In tegenstelling tot Gaulard gebruikte Eury wél het zilveren plaatje tussen de slof en de stang. Een van de meest kenmerkende aspecten van het werk van Eury was het zilveren deel dat de voorzijde van de slof afdekte. De ‘zool’, die eveneens van zilver was, was breed en liep door van de onderkant tot aan de bovenzijde van de achterkant, wat een ander veel voorkomend kenmerk was van Eury’s werk. De stok van het fonds heeft een dergelijke Eury-slof.
Akoka J., 2017, A history of 18th Century bows, z.p.
Haine M. , 2013, Les marques de fabrique des facteurs d’instruments deposé ..de 1860-1919.
Millant B., Raffin J.F., 2000, l`Archet: les archetiers Français 1750-1950. Paris
Thoene J., 2006, Violins & Bows, London.
Gaudfroy B., 2001, ‘La Naissance de ‘l Archet Moderne, Paris.
Raffin, Jean Francois; Millant, Bernard, 2000, L'Archet. Paris: L'Archet Éditions.
Vatelot, Étienne, 1976, Les Archet Francais. Sernor: M. Dufour.
Henley W., 1969, Universal Dictionary of Violin & Bow Makers. Brighton.