Doorgaan naar content
bouwer

Charles Alfred Bazin

*1907 , Mirecourt      †1987 , Epinal

Als vierde generatie strijkstokkenmaker kreeg Charles Alfred Bazin een familietraditie mee die al helemaal uitgebalanceerd was en hem op zijn vakgebied zoveel bood dat hij zelf geen nieuwe wegen hoefde te zoeken. Alfred was met name trots op zijn grootvader. Diens sociale bewogenheid en groot vakmanschap hadden hem een reputatie gegeven waardoor zijn naam ook jaren na zijn dood overal met eerbied en bewondering genoemd werd.

In de strijkstokken van Charles Alfred was zijn leven lang nog de hand van zijn grootvader zichtbaar. Zijn vader en grootvader hadden hun strijkstokken gemaakt voor de meeste grote vioolbouwers in Frankrijk. Aanvankelijk deed Charles Alfred dat ook, maar later stopte hij daar weer mee en leverde voornamelijk rechtstreeks aan musici. Ook specialiseerde hij zich in meer exclusievere strijkstokken. Na de dood van zijn vader nam hij diens atelier over. Nog twintig jaar maakte hij met succes een groot aantal zeer goede strijkstokken. Tegen het eind van zijn loopbaan nam dat wat af. Zijn dood betekende ook het einde van het atelier. Opvolgers had hij niet, na zijn dood verdween weliswaar de laatste strijkstokkenmaker Bazin, maar de reputatie bleef.
Werkplaats(en)
Mirecourt, 1922-1980

Leven en loopbaan

Charles Nicolas (1847-1915), de grootvader van Charles Alfred was een van de meest legendarische strijkstokkenmakers van zijn tijd geweest. Strijdbaar, sociaal en alom gerespecteerd had hij het tot gemeenteraadslid gebracht en een groot deel van zijn leven was hij bezig geweest met de realisatie van een nationale vakschool voor vioolbouw. Zijn atelier was een broedplaats voor belangrijke makers waar op het hoogtepunt van zijn succes zo’n 3000 strijkstokken per jaar gemaakt werden. Charles Alfred was zijn jongste kleinzoon en de vierde generatie strijkstokkenmakers van de familie. Charles Alfred zou met zijn exclusieve strijkstokken de familietraditie voortzetten.

Charles Alfred werd in 1907 geboren als zoon van Charles Louis Bazin (1881-1953) en Jeanne Dubois (1882-1953). Zijn vader had een atelier in Mirecourt waar hij samen met acht andere medewerkers strijkstokken maakte voor een groot aantal vooraanstaande vioolbouwers.

Het atelier van zijn vader ademde nog de sfeer van de vorige generatie Bazin, want zijn grootvader Charles Nicolas werkte er nog steeds. Beiden waren markante persoonlijkheden. Van jongs af aan was Alfred in het atelier van zijn vader te vinden waar hij na schooltijd al rond 1913 kennis maakte met de technieken van het vak. Lang zou dat echter niet duren.

Kort na Alfreds’ zevende verjaardag begonnen de gewelddadigheden van de eerste wereldoorlog en werd zijn vader weggeroepen om in dienst te gaan. Niet in een actieve gevechtseenheid, maar in het muziekcorps van het 26e infanterieregiment. Een jaar later, in 1915 stierf zijn grootvader Charles Nicolas. In 1918 kwam Charles Louis terug uit de oorlog. Ruim 275 mannen uit Mirecourt hadden de loopgraven niet overleefd, honderden anderen waren getraumatiseerd en gewond geraakt. Onder hen waren veel vioolbouwers en strijkstokkenmakers, maar zijn vader was ongedeerd gebleven. Charles Louis had weliswaar niet meegevochten, maar was zoals alle musici van het regiment, aan het front ingezet als hospitaalsoldaat en brancardier waar hij de gruwelijkheden van de loopgravenoorlog van nabij had meegemaakt. Als een bezetene, zoals Millant & Raffin (2000) het omschreven, ging Charles Louis na terugkomst weer in zijn atelier aan het werk.

In 1919 verhuisde het gezin naar een statig pand in Mirecourt waar ook het atelier in werd ondergebracht. Charles Alfred begon zijn opleiding als strijkstokkenmaker pas echt in september 1922. Zijn grootvader, die hij maar zeven jaar had gekend, had grote indruk op Charles Alfred gemaakt. Zijn strijkstokken waren legendarisch, maar hij was ook het grote voorbeeld voor hoe een atelier geleid moest worden dat Alfred graag had nagevolgd.

Leiding aan een groot bedrijf zou Charles Alfred niet gaan geven. Vanaf 1925 deed Charles Alfred het management van zijn vaders firma, maar door de naderende crisis nam het aantal klanten snel af en moesten zij veel van hun medewerkers ontslaan; er bleven nog maar acht over tot er in 1936 nog slechts vier strijkstokkenmakers in het atelier werkten, waaronder Charles Alfred zelf.

Vijftien jaar lang maakten vader en zoon Bazin strijkstokken voor de grote vioolbouwers in Frankrijk. Zij voerden een aantal verschillende modellen, maar de meeste waren toch gebaseerd op die van Charles Nicolas die zij alleen nog iets verder verfijnden. Deze behoorden tot de meest gezochte moderne stokken.

Omdat Charles Alfred de strijkstokken van zijn grootvader niet in aantallen kon evenaren, zocht hij het geleidelijk aan meer in exclusiviteit. Hij weigerde om verder nog voor vioolbouwers of handelshuizen te werken en verkocht zijn strijkstokken alleen nog maar rechtstreeks aan musici. Ook werden zijn strijkstokken zelf exclusiever door meer met kostbare materialen als goud en schildpad te gaan werken.

In 1939 trouwde hij met Edmée Anne Guinot (1907-1974). Een jaar later brak de tweede wereldoorlog uit en Charles Alfred moest eind 1940 in dienst. Zijn zoon Patrick, die in 1941 geboren werd, zou hij pas na de oorlog weer zien.

Bij terugkomst begon hij zijn eigen atelier waar hij lang alleen werkte. In 1952 nam hij het bedrijf van zijn vader over maar kon hij de meeste medewerkers niet houden. De keuze voor exclusiviteit had klanten gekost.

Na de oorlog was Mirecourt op z’n retour. Strijkstokken en instrumenten werden en masse in fabrieken buiten de stad gemaakt, en van de 2000 mensen die rond 1840 als vioolbouwer of strijkstokkenmaker in Mirecourt hadden gewerkt was er nog maar een handjevol over. Alleen de sterksten konden de concurrentie het hoofd bieden. De keuze van Alfred om niet mee te gaan met de massaproductie, maar zich juist te specialiseren in exclusieve strijkstokken was ingegeven door zijn trots op de familienaam. Een goede keuze daar hij tot aan zijn pensioen zijn vak kon blijven uitoefenen op de plek die naar zijn grootvader was genoemd. In 1953 stierf zijn vader en kort daarop zijn moeder.

Charles Alfred was van mening dat de grote betekenis die zijn grootvader voor Mirecourt had gehad, beter tot uitdrukking moest komen. Daarom diende hij samen met enkele medestanders een verzoek bij de gemeenteraad van Mirecourt in om een straat naar hem te noemen. In 1960 werd dat gehonoreerd en was de Rue Charles Nicolas Bazin een feit. In dat jaar kocht Charles Alfred Bazin een huis in de straat die naar zijn grootvader was genoemd.

Nog twintig jaar maakte hij daar met succes een zeer groot aantal strijkstokken. Hij had voldoende verdiend om in 1980 met pensioen te kunnen gaan. Zijn zoon Patrick had voor een academische opleiding gekozen en een andere opvolger had hij ook niet, waardoor hij het atelier moest sluiten. Zeven jaar later stierf hij als laatste strijkstokkenmaker van de grote Bazin familie. Vier generaties Bazin zijn van onschatbare waarde geweest voor de strijkstokkenmakers en voor de gemeente Mirecourt.

Charles Alfred heeft veel zeer goede strijkstokken gemaakt, meestal rond en van bruin-rood of bruin-oranje hout. Hij brandde zijn stokken met drie verschillende stempels: de vroegste met de naam ‘C Bazin’ en rond 1955 ging hij over op ‘Charles Bazin’. Er zijn maar enkele strijkstokken van hem bekend met de stempel ‘Charles Bazin France’.

Van zijn medewerkers of leerlingen zijn François Lotte (1889-1970), Rene Lotte , Louis Morizot (1937-1970), Louis Gillet (1891-1970), Marcel Lapièrre (1907-1979) en Jean-Claude Ouchard (1935-2012) de bekendsten.

Werk en invloed

Musici en strijkstokkenmakers hebben veel te danken aan de familie Bazin. De gemiddelde kwaliteit van hun werk was uitstekend. Charles Nicolas, de grondlegger, had min of meer gedwongen door de vroege dood van zijn vader, zijn eigen weg moeten vinden. Zonder al te zeer gebonden te zijn aan conventies of strenge richtlijnen had hij zich door vallen en opstaan tot een markante persoonlijkheid ontwikkeld. Voor zijn zoon en zeker voor Alfred lag dat anders, voor hen was het pad al uitgestippeld. Dat is terug te vinden in hun strijkstokken waarin nog lang de familietraditie leidend was. Pas na 1952 wordt de hand van Charles Alfred iets meer persoonlijk. Zijn strijkstokken worden slanker en hebben een zeer kleine kop. Tot begin zeventiger jaren wist hij een hoog niveau vast te houden, waarna de kwaliteit geleidelijk wat afnam.

Bronnen

Millant B., Raffin J.F., 2000, l`Archet: les archetiers Francais 1750-1950. Paris.

Vatelot E.,1976, Les Archets Français. Nancy.

Jacquot A.,1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris.

Henley W.,1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2020.

Geneanet, geraadpleegd in 2020.Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2020.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
7 april 2020