
Krijn Koetsveld
van Klop

Toen anderhalf jaar geleden Krijn Koetsveld bij Het Muziekinstrumentenfonds aanklopte, waren termen als ‘wellenbord’, ‘hangende tractuur’ of ‘verkropte pijpen’ voor ons nog nieuw. Dankzij het intensieve traject dat volgde voor de bouw van een Monteverdi-orgel, was de kennis gelukkig flink bijgespijkerd toen wij afgelopen 27 augustus in de Sint Aegtenkapel in Amersfoort een ultieme test uitvoerden.
De test was de cruciale laatste horde die genomen moest worden voordat groen licht kon worden gegeven voor de definitieve bouw van het Monteverdi-orgel. Tijdens deze test zou het klankkarakter van het te bouwen orgel worden bepaald; we waren op zoek naar het ‘suave’ karakter, zoals Monteverdi dat in 1610 bejubelde toen hij schreef over zijn favoriete orgel met houten pijpen (‘organo di legno’).
Orgelbouwers Henk en Niels Klop hadden twee kistorgels naar de kapel gebracht die zouden dienen als ‘testmodules’. Het ene orgel was uitgerust met cederhouten pijpen en mensuren (verhoudingen), gebaseerd op een houten orgel uit ± 1605 van bouwer Compenius. In het andere orgel waren cipressenhouten pijpen gemonteerd met mensuren gebaseerd op een anoniem orgel uit ± 1560 dat zich in Innsbruck bevindt.

De test ging van start met de twee organisten: Krijn Koetsveld (aanvrager van het orgel) en Pieter van Dijk (adviseur voor Het Muziekinstrumentenfonds). Ze speelden beurtelings korte fragmenten waarbij ze wisselden van orgel. Mede dankzij de prachtige ruimtelijke akoestiek van de zaal konden de verschillen tussen beide pijpmodellen duidelijk worden waargenomen. Het contrast zat hem niet in de kwaliteit, maar in het karakter van de klank en aanspraak. De uiteindelijke keuze zou dan ook afhangen van hoe het orgel zich zou verhouden tot een compleet ensemble van zangers en instrumentalisten.
De indrukwekkende muziek van Monteverdi spatte tegen de muren en kroop langs het gewelfde plafond toen ensemble Le Nuove Musiche een van de madrigalen van deze grote componist inzette. Het ensemble stond opgesteld tussen de twee orgels. Zo konden zangers en instrumentalisten optimaal ervaren wat er gebeurde als werd gewisseld van orgel. Tijdens verschillende korte pauzes werden de bevindingen besproken, argumenten uitgewisseld en deden de bouwers Klop nog enkele aanpassingen aan de intonatie van de orgels. Het orgel dat door vrijwel iedereen als favoriet werd aangewezen, leek vanuit de zaal zo nu en dan iets aan klankkracht te missen. Door de winddruk van dat orgel iets op te voeren, werd diens enige zwakke punt weggenomen. Het bleken de cipressenhouten pijpen met de mensuur uit Innsbruck te zijn die de harten van de Monteverdi-fans harder deed kloppen! De klank van die pijpen bleek de ideale ondersteuning voor het ensemble, zonder daardoor in de schaduw te komen staan. Een klank die steunt, die spreekt, die draagt, die boeit. De keuze was gemaakt!

Het Muziekinstrumentenfonds had de pers en een aantal betrokkenen uitgenodigd om de test bij te wonen. Onder hen bevond zich ook de particuliere donateur die dit project voor Het Muziekinstrumentenfonds financieel mogelijk maakt. Hij vertelde ons dat hij het geweldig vond om te zien hoe professioneel en zorgvuldig het fonds de test had georganiseerd. Dit sterkt ons in de overtuiging dat we op de goede weg zijn!
Wat moet u zich erbij voorstellen? Dit is de ontwerptekening van de Italiaanse decorateur:
