Doorgaan naar content

Maak kennis
met Zenzele
Mthembu-salter

Dankzij de waardevolle steun van onze donateurs kan Het Muziekinstrumentenfonds instrumenten beschikbaar stellen aan talentvolle musici. Zo ook aan de Zuid-Afrikaanse contrabassist Zenzele Mthembu-Salter. Hij heeft sinds februari een contrabas, gebouwd door Jaap Bolink, in bruikleen van het fonds. Lees verder om hem te leren kennen.

Nieuws
4 mei 2026 door Indy de Vries

Waarom was je op zoek naar een ander instrument?

‘Ik verhuisde van Zuid-Afrika naar Nederland om te gaan studeren aan het Conservatorium van Amsterdam. Helaas had ik niet de mogelijkheid om mijn instrument mee te nemen naar het buitenland, dus eenmaal in Amsterdam heb ik voor lange tijd op de contrabassen van het conservatorium gespeeld. Dat ging een tijdje prima, maar ik wilde graag mijn eigen contrabas hebben. Ik hoorde over Het Muziekinstrumentenfonds via mijn docent, Clemens van der Feen, die ook een contrabas van het fonds in bruikleen heeft gehad. En een paar studievrienden van me die een instrument van het fonds hebben, raadden het me ook aan. Ik ging toen meteen over het fonds lezen en diende een aanvraag in. Het Muziekinstrumentenfonds heeft instrumenten van hoge kwaliteit, en daar was ik echt naar op zoek. Dat heb ik gevonden in deze bas. Ik ben er erg blij mee en ik speel er met plezier op.’

Welk instrument uit de collectie heb je gekozen en waarom?

‘In eerste instantie kreeg ik de beschikbare contrabassen te zien op foto’s. Ik zag een instrument uit 1969, wat me erg nieuwsgierig maakte. Ik probeerde een paar contrabassen uit en toen ik bij deze bas aankwam, trok hij meteen mijn aandacht vanwege de resonantie. Als ik de open A-snaar aansloeg, klonk het ongelooflijk mooi en de klank sprak me echt aan. Ook met de strijkstok. Ik heb andere instrumenten geprobeerd, maar dit was degene die het meest natuurlijk aanvoelde. Het instrument past bij mijn speelstijl en mijn houding. Dat heb ik niet met alle instrumenten. Bij deze bas wilde ik gewoon niet meer stoppen met spelen. Toen besloot ik: Ja, dit is hem!

Wat ik ook erg mooi vind aan deze contrabas is de platte achterkant. Dat is vrij uniek voor een contrabas. Ik heb erover gesproken met Jaap Bolink, de bouwer van dit instrument. Vorige week heb ik hem voor het eerst ontmoet in zijn atelier in Hilversum. Hij vertelde me dat iemand hem in de jaren 60 had gevraagd om dit instrument met een platte achterkant te maken. Het is de enige contrabas die hij met zo’n achterzijde heeft gemaakt. Die is bovendien ook voorzien van een mooi ontwerp, een soort middeleeuwse versieringen, wat het instrument ook uniek maakt. Dat is ook waarom het instrument me zo opviel. Het is zo goed gemaakt. Bolink is een gevestigde instrumentenmaker.’

Zet je de contrabas dan ook met zijn achterblad naar voren in je kamer?

‘Ja, hahaha. Omdat het er mooi uitziet. Het is bijna een kunstwerk.’

Hoe was het om de bouwer van dit instrument te ontmoeten?

‘Het was erg fijn om met Jaap te praten. Ik kon hem vragen om wat kleine aanpassingen aan de contrabas te doen. Hij kon bijvoorbeeld wat buzzing verhelpen. Het is een heel oud instrument, maar het is erg goed onderhouden. En ik wil het ook in goede conditie houden. Ik kijk ernaar uit om er de komende jaren mee op te treden.’

Waarom ben je in Amsterdam gaan studeren?

‘Deels omdat ik van jongs af aan les kreeg van een geweldige Nederlandse contrabassist die naar Zuid-Afrika verhuisde, Hein van de Geyn. Hij is een fantastische contrabassist die in de jaren 80 veel optrad met bijvoorbeeld Chet Baker, John Abercrombie en Toots Thielemans. Een ware legende in de jazzwereld. Toen hij met pensioen ging, verhuisde hij naar Zuid-Afrika en opende daar een bakkerij, toevallig in de buurt waar ik ben opgegroeid. Ik zocht in mijn tienerjaren muzieklessen en Hein werd mijn muzikale mentor. Hij heeft me echt gevormd als bassist. Hij moedigde me aan om met hem op te treden en raadde me aan om in Amsterdam naar het conservatorium te gaan, waar hij veel muzikanten kende. Bovendien wilde ik mijn horizon verbreden en mezelf uitdagen om nieuwe mensen te ontmoeten. Nederland is goed voor me geweest. Het is tot nu toe echt heel fijn.’

Wat bracht je ertoe om contrabas te spelen toen je jong was?

‘Ik ben niet begonnen met de contrabas, ik begon eerst met akoestische gitaar. Al mijn broers speelden ook gitaar, maar ik wilde iets doen wat zij niet deden, dus stapte ik over op de elektrische basgitaar. Via Hein ben ik in de jazz terechtgekomen. Hij liet me kennismaken met veel jazzmuzikanten, zoals Miles Davis. Hein leerde me de contrabastechniek op een elektrische bas. Daardoor was het uiteindelijk makkelijker om over te stappen. 'Als je groot genoeg bent, moet je de contrabas gaan bespelen', zei Hein. Ik denk dat ik negentien was toen ik daarmee begon.’

Maak je weleens muziek met je broers?

‘Ja, het eerste album dat ik opnam, was met een broer van mij en een paar andere Zuid-Afrikaanse muzikanten. Dat album, getiteld Future Kwela, kwam vorig jaar uit. We maken vooral Zuid-Afrikaanse jazz en singer-songwriter muziek. Mijn broer speelt de gitaar en ik speel de bas en zing ook. Ik probeer het niveau van mijn koor te bereiken, haha.’

Vertel ons meer over jouw koor!

‘Ik ben ongeveer twee jaar geleden begonnen met het koor, Ingoma Yesintu. Het bestaat uit een paar zangers die ik heb ontmoet aan het conservatorium, een contrabassist (dat is Zenzele, red.) en een percussionist. Het idee is dat we een ​​volledig akoestische setup hebben, zodat we overal kunnen spelen. We zijn momenteel bezig met het opnemen van een album. En het hoogtepunt wordt een optreden met het volledige koor tijdens mijn bachelorrecital. Daar werk ik nu naartoe.’

Wat kunnen we horen op jullie aankomende album?

‘De muziek is beïnvloed door veel stijlen zoals Europese klassieke muziek en Amerikaanse jazz, maar de kern is Afrikaans. Ik schrijf de composities en koormuziek. Ik houd van allerlei soorten muziek en ik vind het leuk om die te combineren. Ik laat me inspireren door mijn docenten hier, en op het conservatorium kom ik in aanraking met muzikanten van over de hele wereld. Ik ken geen grenzen als het gaat om genres. De teksten schrijf ik in het Engels en in mijn moedertaal, Zoeloe. Die leer ik aan de zangers, die trouwens niet uit Zuid-Afrika komen. Zo brengen we de Zuid-Afrikaanse zangcultuur naar Europa.’

En wat zijn je plannen voor na het afstuderen?

‘Ik zou graag zoveel mogelijk live spelen en op festivals staan. Vorig jaar mocht ik het Bass Fest in Rotterdam openen. Dat was een mooie kans voor mij als jonge musicus. Het zou nog geweldiger zijn om mijn muziek te laten horen met de Bolink, vooral voor verschillend publiek. Ook hoop ik door Europa te reizen en te spelen in bijvoorbeeld Frankrijk en België. Livemuziek is het belangrijkst voor mij.’

Onze talenten

Een muziekinstrument van hoge kwaliteit is vaak erg kostbaar, maar ook onmisbaar. Een goed instrument bevordert de ontwikkeling van talent, inspireert en daagt uit. Door te doneren aan het Het Muziekinstrumentenfonds helpt u structureel ruim 435 muzikale talenten aan een goed instrument dat bij hen past. Het Muziekinstrumentenfonds en de musici zijn u hier uiterst dankbaar voor!

Leer de talenten kennen