
Carla Leurs
van Giovanni Battista Guadagnini

Verlangen. Hoop. Schuldgevoel. Rouw. Het zijn niet de geringste emoties die de kop opsteken wanneer een violist op zoek gaat naar een ander instrument. Vraag maar aan Carla Leurs en Bas Treub. Ze treffen elkaar in Grand Café Restaurant 1e Klas, een schilderachtige ruimte aan perron 2b van het Centraal Station in Amsterdam. Anderhalve meter afstand houden is hier geen probleem. De zaal oogt overweldigend leeg, met hoog plafond en vioolbruine lambrisering.
Eerst een voorstelrondje. Carla Leurs (42) was tot 2019 concertmeester van het Orkest van het Oosten. Tegenwoordig werkt ze als solist en kamermusicus, ze wordt steevast vergezeld door haar Lupot, een Franse viool uit 1808. Op zijn beurt voert Bas Treub (33) de tweede violen aan in het Nederlands Kamerorkest. Hij koestert een Frans instrument van Emile Germain, bouwjaar 1891. Beide instrumenten zijn in bruikleen van Het Muziekinstrumentenfonds.
Carla: ‘Ik speel al mijn halve leven op de Lupot. Het is een prachtig instrument met een typisch Franse klank. Vergelijk het met hoe de taal klinkt: een beetje nasaal, met een goede projectie. Maar ik merk dat ik toe raak aan een warmer, ronder geluid met andere kleuren.’
Bas: ‘Daar sluit ik me bij aan. Ik zoek een viool waarop ik me enerzijds thuis voel, anderzijds moet hij me uitdagen.’
Carla: ‘Als musicus wil je nu eenmaal altijd je grens verleggen. Je speurt constant naar andere, nieuwe klanken.’
Bas: ‘Maar ik merk wel hoe moeilijk het is te switchen. Ik heb onlangs twee weken kunnen stoeien met Carla’s Lupot. Ik hoorde meteen: die viool heeft kwaliteit. Maar vervolgens gaat het erom of je ook een persoonlijke connectie krijgt. Sluit het instrument aan op mijn klankvoorstelling? Past hij bij mijn innerlijke wereld? Het is niet echt een makkelijke viool, je moet er hard op werken. Ik betrapte me erop dat ik opluchting voelde toen ik teruggreep naar mijn ouwe trouwe Germain. Oh, wat een verademing!’

Bas Treub

Carla Leurs
Carla: ‘Eerst heb ik uitgebreid gepraat met Fris Schutte, de instrumentenbeheerder van Het Muziekinstrumentenfonds. Samen stel je een kader vast: wat voor viool zoek ik, wat wil ik ermee, hoe kan het fonds helpen? Daarna hebben we een concrete vraag uitgezet bij alle vioolbouwers en handelaren in Nederland. Deels vanwege corona, maar vooral omdat we de Nederlandse instrumentenmarkt willen steunen.’
Bas: ‘Ik bewandel verschillende wegen. Om te beginnen vraag ik om me heen. Verder ben ik bij veilinghuizen in Londen geweest. En vorig jaar was ik Cremona, het beroemde Italiaanse vioolbouwersstadje. Ik heb er veel instrumenten uitgeprobeerd en met één viool had ik een klik, maar uiteindelijk is het niks geworden. Net als Carla heb ik een aanvraag ingediend bij het fonds. Via hen heb ik al een handvol violen geprobeerd, maar helaas zonder resultaat. Ik voel mezelf weleens een lastige klant, maar gelukkig blijft het fonds geduldig. Ze begrijpen de dilemma’s waar je tegenaan loopt.’
Carla: ‘Voor mij is dat wel een dingetje. Met niets of niemand heb ik zoveel tijd doorgebracht als met mijn Lupot. Ik heb hem in veel verschillende gemoedstoestanden bespeeld: als ik tot over mijn oren verliefd was, zwanger was, maar ook als iets in het leven tegenzat.’
Bas: ‘Ik heb met mijn Germain zoveel beleefd. Eindexamen, audities, de halve wereld rondgereisd. Het instrument kanaliseert mijn liefde voor muziek, dat schept een emotionele band.’
Carla: ‘Bij mij was het soms erg, hoor. Om de Guadagnini te leren kennen, liet ik de Lupot bewust in de kist. Op een gegeven moment moest ik die zelfs in de klerenkast opbergen. Het was zo verleidelijk de Lupot weer even op te pakken en terug te gaan naar het vertrouwde.’
Bas: ‘Ik voel me soms schuldig. Dan zeg ik: sorry schat, ik ga het nu even proberen met een ander. Van de andere kant: we moeten we er niet te sentimenteel over doen. Ik herinner me dat de viool van mijn docent Peter Brunt ooit werd gestolen. Hij vond het verschrikkelijk, maar later vertelde hij dat het juist ook goed was geweest. Het dwong hem eindelijk eens een ander instrument te proberen.’
Carla: ‘Op een dag werd ik gebeld door Frits Schutte. Hij zei: ga eens langs bij de vioolbouwer Andreas Post in Amsterdam. Daar ligt een Guadagnini, een prachtig 18de-eeuws instrument. Laatst heb ik er Vivaldi mee opgenomen en toen ik mezelf terughoorde dacht ik voor het eerst in al die jaren: nou nou... Alleen al in de eerste acht maten zat zóveel kleurverschil! Met die viool heb ik nu toch wel een serieuze date.’
Bas: ‘Ik sta nog steeds open voor een ander instrument. Maar ik identificeer me zó met het geluid van de Germain, dat zou ik het liefst meenemen. Tegelijkertijd wil ik óók iets nieuws.’
Carla: ‘Op een gegeven moment moet je kiezen. Je kunt niet zeggen: doe maar een beetje van dit en een beetje van dat.’
Bas: ‘Het gaat ook om de kunst van het loslaten. Daar ben ik kennelijk niet zo goed in.’
Carla: ‘Ik appte laatst met Bas: misschien moeten we samen drie instrumenten hebben, dan hebben we minder stress. Kunnen we rouleren, haha!’