Doorgaan naar content
talent

Mattias Spee

vleugel

Mijn naam is Mattias Spee. Ik ben pianist, componist en improvisator en ik heb een prachtige vleugel van Grotrian-Steinweg in bruikleen van het Muziekinstrumentenfonds. U kunt mijn eigen website hier vinden.

In 2013 heb ik van Het Muziekinstrumentenfonds een Bechstein-vleugel, gebouwd in 1911, in bruikleen gekregen. Hiervoor had ik een rechtopstaande piano in de huiskamer staan, maar op een gegeven moment voldeed dit instrument niet meer aan mijn eisen en wensen met betrekking tot mijn muzikale studie: een vleugel zou dat wel doen. Van niet-pianisten heb ik vaak de vraag gekregen wat het wezenlijke verschil tussen en rechtopstaande piano en een vleugel is. De uiterlijke verschillen zijn duidelijk, maar in het algemeen maken ze nagenoeg hetzelfde geluid, toch? Maar er is wel degelijk een verschil tussen beide typen instrument.

Doordat bij een vleugel de hamerkop van boven naar beneden beweegt bij het aanslaan van een toets, is de aanslag van een vleugel duidelijk anders dan die van een rechtopstaande piano, waarbij de hamerkop van achter naar voor beweegt. Ook heeft een vleugel langere en dus dunnere snaren die zorgen voor een andere aanslag en een grotere variëteit in mogelijke klanken en kleuren. En doordat bij een vleugel de snaren dunner zijn, de klankbodem meer oppervlakte heeft en de pedalen anders werken, kan op een vleugel worden geëxperimenteerd en gespeeld met resonantie en boventonen. Een vleugel is dus wel degelijk anders dan een piano.

Bij optredens speel ik altijd op een vleugel, dus is het belangrijk te kunnen studeren op een vleugel om ervaring op te doen en gevoel voor het beheersen van aanslag en klank te ontwikkelen. Hoe beter een pianist zijn instrument kent, hoe uitgebreider zijn 'palet' is bij het maken van een 'muzikaal schilderij'. Om bovenstaande redenen en door het bereiken van een bepaald punt in mijn muzikale ontdekkingstocht, voelde ik op een gegeven moment dat ik toe was aan het in huis hebben van een vleugel.

Het Muziekinstrumentenfonds heeft mij toen een instrument van vleugelfabrikant C. Bechstein met het serienummer A.102.214 in bruikleen gegeven. Deze vleugel was, voor hij in het bezit kwam van het Muziekinstrumentenfonds, eigendom van de beroemde dirigent Anton Kersjes. De vleugel was 1,84 meter lang en is dus niet erg groot, maar omdat ik de vleugel voornamelijk gebruikte voor pianostudie (in mijn huiskamer), waren deze afmetingen ideaal. Na zes jaar op deze vleugel te hebben gespeeld, was ik toe aan een andere, modernere vleugel.

Mijn pianistische ontwikkeling, de repetities met andere muzikanten bij mij thuis en mijn voorliefde voor hedendaagse muziek maakten dat de Bechstein die ik zes jaar lang met veel plezier had bespeeld, niet meer helemaal voldeed aan mijn verwachtingen jegens mijn instrument. Daarom was ik ontzettend blij dat kon wisselen van vleugel. Het Muziekinstrumentenfonds bood mij een Bösendorfer aan, die beter aansloot bij wat ik op dat moment nodig had. Toen ik moest verhuisde naar een kleinere ruimte, heb ik weer van instrument gewisseld. Het grote voordeel hiervan was, dat ik van het instrument een vleugel van Grotrian-Steinweg kreeg met 3 pedalen. De Bechstein en de Bösendorfer hadden beiden maar 2 pedalen. Doordat ik mijn focus meer legde op compositie, improvisatie en hedendaagse muziek, miste ik het 3e pedaal regelmatig.  Nu kan ik naar hartenlust spelen wat ik wil, zonder te worden beperkt in de technische mogelijkheden van het instrument.

Het Muziekinstrumentenfonds heeft op enorm bijgedragen aan mijn ontwikkeling als pianist en componist door me eerst de Bechstein, toen de Bösendorfer en nu de Grotrian-Steinweg in bruikleen te geven. Beide instrumenten hebben daarbij ontzettend bijgedragen aan mijn speelplezier. Met mijn instrument treed ik niet op, zoals andere Muziekinstrumentenfonds-musici doen. Toch helpt mijn instrument mij bij mijn ontwikkeling als pianist, waar ik profijt van heb bij mijn optredens.