Doorgaan naar content
instrument

viool

Hubert de Launay

gebouwd in Utrecht in 2022

Een barokviool, gebouwd door Hubert de Launay in Utrecht, 2022. Volgens constructie en model van Hendrik Jacobs.

Geschiedenis van het instrument

Tijdens het onderzoek naar de Nederlandse vioolbouwschool, dat ik (Hubert de Launay) ruim 11 jaar geleden begon, ontdekte ik dat de 17de-eeuwse vioolbouwers in Nederland een andere constructie gebruikte dan iedereen vandaag de dag op de vioolbouwschool leert. Sterker nog, iedere bouwer had een eigen unieke (constructie)stijl binnen de stad Amsterdam, maar die van de beroemde vioolbouw meester Hendrik Jacobs is het meest indrukwekkend. Vooral omdat deze in bijna ieder opzicht anders was dan de hedendaagse aangeleerde standaard. Wat me met name opviel was het gebruik van linnen in de ribconstructie. Maar ook de opbouw van de hoekblokken, de inleg vervaardigd van walvisbalein en gereedschapssporen die zichtbaar waren in de krul en rond het randwerk van de viool.

Al vrij snel kwam ik er achter dat Jacobs geen mal gebruikte voor het vervaardigen van zijn instrumenten. Dit is fundamenteel anders dan de hedendaagse vioolbouw en heeft invloed op het eindresultaat. Vergelijk het met het bouwen van een huis, alleen dan zonder het gebruik van een steiger. De viool en het hout krijgen tijdens het bouwen zonder mal iets meer vrijheid en daardoor is er ruimte voor een subtiel eigen karakter in het eindresultaat.

Er volgden vele experimenten om de ribben, bedekt met linnen, te leren buigen en andere 17de eeuwse bouwtechnieken onder de knie te krijgen, zoals het gebruik van walvisbalein. Walvisbalein is niets anders dan samengeperst haar (keratine), maar is het beste te beschrijven als 17de eeuws kunststof. Balein is een hard materiaal en laat zich moeilijk bewerken maar als het eerst in heet water gekookt wordt, valt het eenvoudig te buigen; wederom een vioolbouwtechniek die verloren was gegaan. Walvisbalein is vandaag de dag uiteraard illegaal, maar ik vond een hedendaags alternatief: buffelhoorn.

Hoe verder ik kwam met de constructie van mijn viool des te meer vragen ik kreeg over specifieke details. Dit komt met name omdat er vandaag de dag niet één Jacobs viool is die zich nog in originele staat bevindt. Door schade, restauraties, onderhoud en gebruik zijn belangrijke originele details verdwenen, dacht men. Maar na jaren zoeken heb ik vele verloren geachte details teruggevonden. Deze waren verborgen in zo’n tien exemplaren die zich over de hele wereld bevonden en gaven details prijs die me verder konden helpen om de eerste viool, sinds 300 jaar gebouwd volgens traditionele Nederlandse bouwwijze, af te ronden. Zo heb ik een Jacobs-viool met originele hals opgeduikeld in Seattle. Ook vond ik originele ebbenhouten stemsleutels in het Muziekinstrumentenmuseum in Brussel en details zoals het materiaal en model van het staartstuk, vond ik in het depot van het Rijksmuseum. Het laatste stukje dat voor grote waarde was voor de akoestiek van de viool, een beschrijving van een originele Hendrik Jacobs-basbalk, vond ik in een boek uit 1930. Via omwegen bij Sotheby’s Londen en het Metropolitan Museum in New York vond ik de desbetreffende basbalk uiteindelijk bij een restaurateur in Chicago.

Deze jarenlange route heeft me gebracht langs vele locaties maar ook teruggebracht naar het gebruik van traditionele materialen; de eerder genoemde gereedschapssporen rond de randen en krul van Hendrik Jacobs bleken te komen van hondshaaienhuid. De grove stekelige huid van deze haai uit de Noordzee werd in de 17de eeuw gebruikt als schuurpapier. Mijn meest recente viool is dan ook niet geïnspireerd op één Jacobs-exemplaar, maar de viool is het resultaat van het volgen van de technieken die Jacobs moet hebben gebruikt tijdens het vervaardigen van zijn meesterinstrumenten.

De viool is door Het Muziekinstrumentenfonds aangekocht met steun van het Cultuurfonds en Stichting VLB Fonds. Momenteel is de viool in handen van Maaike van Dijk.

Over de bouwer Hubert de Launay

Hubert de Launay zette in 2003 zijn eerste stappen in de ambachtswereld aan het Hout- en Meubileringscollege in Amsterdam, aanvankelijk met de ambitie gitaarbouwer te worden. Een invloedrijke jaarstage bij contrabasbouwers Harry Jansen &...

Meer over deze bouwer