
cello
Pippa Drijver

*1875 , Markneukirchen †1957 , Den Haag

Bij de firma Kok werkte Paul Kunze tot Gerrit Kok in 1899 stierf. De oudste van de gebroeders, Johan Warnaar was al in 1889 gestorven. Na de dood van Gerrit ging het bedrijf door onder leiding van Gerrits weduwe. Zij werd bijgestaan door Paul Kunze die kort na het overlijden van Gerrit was getrouwd met hun dochter. In 1902 vestigde Paul zich als zelfstandig vioolbouwer in Amsterdam, maar vertrok in 1904 naar Den Haag. Paul Kunze was een nogal autonome, maar zeer productieve bouwer. Voor zover bekend werkte alleen de vioolbouwer Joseph Vedral bij Paul Kunze van 1905-1907. Paul Kunze bleef in Den Haag werken tot hij in 1957 stierf.
Paul Kunze maakte in zijn begintijd instrumenten naar Stradivarius en Guarneri, maar ontwierp na zorgvuldig onderzoek ook een eigen model. Dit week niet alleen qua verhoudingen af van instrumenten die hij voorheen kopieerde, maar ook wat afwerking betreft. Van belang daarvoor was een nieuwe impregneer methode die hij ontwikkeld had. Instrumenten die nog ‘in het wit’ waren dompelde hij onder in een mineraalhoudende vloeistof. Op deze manier verbeterde hij de klank en het instrument kreeg er een mooi en transparant uiterlijk van. De eerste viool die hij op deze manier bouwde, stuurde hij in 1912 naar het internationale vioolbouwers concours `Le monde Musical` in Parijs. Daar ontving hij er voor de klank en de afwerking de eerste prijs mee. Later exposeerde hij in 1930 met een viool in l’exposition de Liege. Ook daar ontving hij een prijs voor zijn inzending. Vanaf 1912 impregneerde Paul Kunze al zijn nieuwe instrumenten.
De violen en de cello die Het Muziekinstrumentenfonds in bezit heeft zijn van na die tijd. Om die reden is de veronderstelling gerechtvaardigd dat de instrumenten van het fonds ook op deze manier zijn gebouwd.
Paul Kunze was in 1949 een van de initiatiefnemers van de Nederlandse Groep van Vioolbouwers.
amati.com, makers archive. Geraadpleegd in 2019.
Balfoort D. J. (1931), De Hollandsche vioolmakers, Den Haag.
Blok P. J, Molhuysen P.C. (1912), Nieuw Nederlandsch biografisch woordenboek, Den Haag.
Bolink J, Giskes J, Lindeman F, Stam S, (1999), 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, Amsterdam.
Vannes R, (1951) Dictionnaire Universel des Luthiers, Spa.
Haags dagblad, Interview met Paul Kunze (zonder datum, zonder plaats).
Couturier L (1947)., Over de viool, haar makers en virtuozen.