Doorgaan naar content
bouwer

Victor François Fétique

*1872 , Mirecourt      †1933 , Parijs

Toen Victor François Fétique rond zijn twaalfde aan zijn opleiding tot strijkstokkenmaker begon, moest de eerste publicatie over het vak nog verschijnen; bij het grote publiek was er nauwelijks iets over het vak bekend, laat staan dat het gewaardeerd werd. De eerste toelichting bij een gedrukte catalogus van strijkstokken was van Bazin en verscheen pas in 1901. Alleen onder beroepsmusici stonden bekwame strijkstokkenmakers in hoog aanzien. Daar hadden de groten als Tourte, Lupot en Voirin voor gezorgd.

Victor François Fétique stond ook in die traditie. Zijn bijdrage aan een brede erkenning, ook buiten de wereld van de muziek, zat in de ‘uitzonderlijk hoge kwaliteit en consistentie’ van zijn werk. Zo luidde althans de toelichting die hoorde bij de prestigieuze titel ‘Meilleurs Ouvriers de France’ die hij voor zijn hele oeuvre kreeg. Het was een verkiezing die maar eens in de vier jaar gehouden werd en een zware selectie kende. De medaille werd Victor Fétique op de Sorbonne in Parijs plechtig overhandigd. De ceremonie daarvoor vond plaats op het Palais d’Elysee. Victor Fétique had zijn vak daarmee onder de aandacht van een breed publiek gebracht.

Victor François werd in 1872 als zoon van de vioolbouwer Charles Claude Fétique en Anne Joséphine Barbé in Mirecourt geboren; het stadje in de Vogezen waar de meeste goede Franse strijkstokkenmakers en vioolbouwers vandaan kwamen of hun opleiding volgden. Zijn eerste leermeester was Charles Claude Husson. Een uitermate deskundig vakman die gewerkt had voor belangrijke strijkstokkenmakers als Vuillaume, Lamy, Voirin en Gand&Bernardel. De charismatische Husson had grote invloed op de jonge Victor Fétique.
Werkplaats(en)
Mirecourt, ±1889-1901
Parijs, 1901-1933

Levensloop

Zijn leertijd vervolgde hij bij Sigisbert Maline en Emile Miguel waar hij zijn vakbekwaamheid verfijnde om die uiteindelijk bij Charles Nicolas Bazin te kunnen gebruiken. Dat atelier was veruit het belangrijkste in Mirecourt. Het was een broedplaats voor belangrijke makers. Nicolas Bazin speelde een belangrijke rol bij het tot ontwikkeling brengen van talent bij zijn werknemers. Hij gunde iedereen grote vrijheid, maar hij zorgde er wel voor dat alle strijkstokken die zijn atelier verlieten toch herkenbaar Bazin waren. Begin 1900 telde Bazin’s atelier tussen de 12 en 17 werknemers; het was uitgegroeid tot een professioneel bedrijf waar jaarlijks tussen de 2000 en 3000 strijkstokken gemaakt werden. De meeste van uitstekende kwaliteit.

Victor François Fétique trouwde in 1896 met Jeanne Madeleine Meyer met wie hij drie jaar later, na twee al bij de geboorte overleden kinderen nog een zoon, Marcel Gaston, kreeg. Victor François volgde de weg van de meeste vioolbouwers en strijkstokkenmakers uit Mirecourt; ook hij ging naar Parijs. Hij was een van de eersten bij het Parijse ‘Maison Caressa & Français’. Dat huis heette wel zo, maar was feitelijk het atelier Gand & Bernardel dat zij voortzetten. De leiding hadden Albert Caressa en Henri Français in 1901, het jaar waarin Victor Fétique met zijn jonge gezin in Parijs aankwam, overgenomen.

Onder Gand en de broers Bernardel was het atelier al zéér vooraanstaand geweest, maar door de gedreven en ambitieuze Caressa en Français groeide het uit tot een internationaal zeer gerespecteerde firma die bekend stond om hun bijzondere collectie strijkinstrumenten en strijkstokken. De begintijd en de expansie van deze firma maakte Victor Fétique van nabij mee want hij bleef er twaalf jaar. Hij onderhield in die tijd ook veel contact met de strijkstokkenmaker Claude Thomassin voor wie hij stokken maakte. In deze periode ontwikkelde hij zijn definitieve stijl.

In 1913 begon hij in Parijs voor zichzelf. Zijn eerste strijkstokken waren eenvoudig, maar goed gemaakt; een eenvoud die wel paste wel bij de economische malaise die de aanloop naar de Eerste wereldoorlog met zich meebracht. Doordat hij moeite had om de eindjes aan elkaar te knopen moest hij veel opdrachten accepteren die hem weinig opleverden.

Na de oorlog kroop Frankrijk langzaam weer uit het dal en de economische situatie liet geleidelijk hogere bestedingen toe. In die tijd begon hij voor het eerst strijkstokken te maken met gouden montuur. Daarvan stuurde hij er enkele naar de tentoonstellingen in Brussel en Londen van 1924. In het jaar daarop exposeerde hij in Livorno en twee jaar later in Parijs. Uit de luxe afwerking van zijn strijkstokken, zoals sloffen van schildpad met een gouden fleur-de-lis die hij voor zijn beste strijkstokken maakte, valt op te maken de daaropvolgende jaren voor hem erg succesvol waren. Zijn beste werk stuurde hij in 1931 naar de grote tentoonstelling in Parijs.

Enkele jaren nadat hij voor zichzelf begonnen was, nam de vraag naar zijn strijkstokken al toe. Vanaf ca 1920 werden ze niet allemaal meer in zijn werkplaats gemaakt. Hij kocht ze soms in Mirecourt bij goede strijkstokkenmakers als Thomassin, Morizot en Rémi, veranderde er dan iets aan en zette er zijn brandstempel op. Daarnaast maakte hij in die tijd ook zelf een groot aantal strijkstokken.

Met de stokken die hij kocht kon hij wel aan de vraag voldoen, maar dat kwam zijn naam als strijkstokkenmaker niet direct ten goede. Dat veranderde toen rond 1927 ook zijn jongere broer Jules en zijn neef André Richaume bij hem kwamen werken. Jules was net als Victor opgeleid bij Bazin en André bij Ouchard. Beiden waren inmiddels voortreffelijke strijkstokkenmakers geworden, net als zijn eigen zoon die hij zelf had opgeleid en die vanaf 1925 als volleerd strijkstokkenmaker in zijn atelier stond. De strijkstokken die zij maakten waren vaak van vergelijkbare kwaliteit als die van Victor. Aan sommige strijkstokken werkten ze samen. Hoe uitzonderlijk getalenteerd de broers Fétique waren mag blijken uit het feit dat na Victor ook Jules werd gekozen tot un des ‘Meilleur Ouvriers de France’.

In die tijd trok Victor Fétique de Duitse Paul Weidhaas aan. Een in Frankrijk, door cultuur- en taalverschillen nog niet zeer voor de hand liggende keuze, maar van Victor wel een goede zet. Paul Weidhaas was in die tijd een buitengewoon gerespecteerde strijkstokkenmaker die opgeleid was in Markneukirchen. Een man die graag en veel reisde en die in de beste Europese ateliers gewerkt had, waaronder dat van Max Möller in Amsterdam waar hij strijkstokken naar Frans model had leren maken! Bovendien bracht Paul Weidhaas veel ervaring en internationale connecties mee. Dat hielp Fétique bij zijn ambitie om ook in het buitenland een goede naam te krijgen. Weidhaas was in staat om op aanwijzing van Victor zeer goede strijkstokken te maken naar Fétique’s model. En zoals gebruikelijk zette Victor ook daar zijn brandstempel op. Het verschil tussen de strijkstokken die Weidhaas voor Victor Fétique maakte en de strijkstokken van Victor zelf kan alleen door deskundigen worden waargenomen. Reislustig als hij was vertrok Weidhaas na enkele jaren weer.

In zijn ambitie om een groot en indrukwekkend bedrijf neer te zetten kreeg zijn ondernemerschap de laatste jaren de overhand en werd hij nonchalanter bij de keuze van zijn medewerkers; ze zorgden wel voor productie, maar niet altijd voor kwaliteit. De strijkstokken die zijn broer, zijn neef, zijn zoon en hijzelf maakten bleven, ook in de latere jaren, wel onveranderlijk van voortreffelijke kwaliteit. Geplaagd door gezondheidsproblemen stierf Victor Fétique in 1933. Zijn zoon zette het atelier voort tot 1977.

Werk en invloed

Kenners van het werk van Victor Fétique zien in de eerste strijkstokken nog de invloed van Husson en Bazin; die zijn elegant en fijn. Later worden zijn stokken hoekiger zoals in Parijs in zwang kwam. In beide perioden maakten Victor, zijn broer en André Richaume strijkstokken die tot de meest evenwichtige uit die tijd worden gerekend.

De strijkstokken die buiten zijn atelier gemaakt zijn, door of in samenwerking met anderen, zijn minder van kwaliteit, evenals sommige van de latere strijkstokken. Gaston was zo beïnvloed door zijn vader dat er nauwelijks onderscheid gemaakt kan worden tussen het werk van die twee. Dat bleef zo, ook nadat hij het atelier van zijn vader had voortgezet. Zijn strijkstokken zijn gewoonlijk rond en oranje-bruin tot rood-bruin van kleur. Er zijn verschillende brandstempels van hem bekend.

Naast de genoemde medewerkers zijn er vermoedelijk nog enkele Duitse strijkstokkenmakers geweest die in zijn atelier gewerkt hebben, maar daar zijn geen bronnen van. Victor Fétique heeft strijkstokken gemaakt voor Paul Jombar, Caressa & Français, Chanot & Chardon en Maucotel & Deschamps.

Bronnen

Millant B., Raffin J.F., (2000) l`Archet: les archetiers Francais 1750-1950. Paris.

Vatelot E. (1976), Les Archets Français. Nancy.

Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris.

Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2019.

Geneanet, geraadpleegd in 2019.

Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2019.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
16 juli 2019