Doorgaan naar content
bouwer

Pleyel

Het leven van Ignaz Pleyel begint als dat van een wonderkind. Op zijn veertiende ging hij naar het conservatorium, studeerde bij Joseph Haydn, schreef meer dan 40 symfonieën, 60 strijkkwartetten, twee opera’s, en talloze sonates en pianotrio’s.
Mozart was lyrisch over Pleyels composities en over zijn pianospel was hij vol lof.
Ignaz Pleyel werd kapelmeester in Straatsburg, componist in Napels, leidde in Londen een beroemde concertserie, ontkwam ternauwernood aan de guillotine in Parijs en werd uitgever in de Franse hoofdstad.
Toen hij zich toelegde op het bouwen van piano’s, was Ignaz Pleyel bijna vijftig. Ondanks een deplorabele start werd hij de grondlegger van een firma die een van de meest succesvolle zou worden in de geschiedenis van de Franse pianobouw.
Werkplaats(en)
Parijs, 1804-2013
 Ignaz Pleyel. Toegeschreven aan Antoine Vestier, 1780/1789.

Muzikaal wonderkind, concertmeester en componist

Ignaz Joseph Pleyel werd in 1757 als oudste van de acht kinderen van de muziekleraar Pleyel geboren in het Oostenrijkse dorp Ruppersthal. Het lag in wat destijds een deel was van het Heilige Romeinse Rijk. Muzikaal begaafd als hij was, werd zijn talent ontdekt door de graaf Erdődy. De graaf werd zijn beschermheer en maakte het mogelijk dat hij op 14-jarige leeftijd naar het conservatorium van Eisenstadt kon, waar Joseph Haydn les gaf. Erdődy betaalde zijn onderkomen en de kosten van zijn studie. Ignaz studeerde vijf jaar piano en compositieleer bij Haydn. Het werd een vriendschap die duurde tot Haydn stierf. Pleyels vroegste werk was de poppenopera Die Fee Urgele die in 1776 werd uitgevoerd in het paleis van Esterházy en een jaar later in Wenen.

Via Erdődy kreeg Pleyel in 1783 de positie van organist van de kathedraal van Straatsburg, muzikaal gezien een aantrekkelijke baan omdat het een volledig koor en orkest had en er veel concerten werden gegeven. De voertaal onder de musici was Frans. Hij verfranste zijn voornaam tot Ignace en kreeg de leiding over de École Musique ‘Prince de Rohan’ in Straatsburg. Tegelijkertijd werd hij de eerste assistent van František Xaver Richter, die als ‘Kapellmeister’ de volledige muzikale en organisatorische leiding van de kathedraal had.

Na diens dood kreeg Ignace deze functie. Naast dirigeren moest hij ook kerkelijke composities schrijven en concerten organiseren voor het grote publiek. Als beloning ontving hij 100 louis d'or per jaar en een bonus van twee paarden en een koets. Graaf Erdődy betaalde enkele reizen naar Italië wat hij voor een beginnende componist een must achtte. Ignace Pleyel werd in 1786 parttime componist in Napels. Hij kreeg opdrachten om stukken te schrijven voor een lier en de opdracht voor een opera, Ifigenia in Aulide. Die ging twee jaar later in première in het grote Napolitaanse Teatro San Carlo. Eenmaal terug in Straatsburg trouwde hij en in 1788 werd zijn zoon Camille geboren.

Kathedraal van Straatsburg

Kathedraal van Straatsburg

Mozart lovend over Pleyel

In die periode was Ignace ook een uiterst populaire musicus. Mozart riep na het horen van zijn spel: “Was für eine Freude für die Musik!” Over Pleyels pianokwartetten was Mozart nog lyrischer: "..es wird ein Glückstag für die Musik sein, wenn Pleyel später einmal Haydn ersetzen kann”. Anderen vonden hem een veelschrijver zonder veel waarde "Seine Kompositionen sind wie Sand am Meere, aber sie sind grӧsstenteils wenig wert”, aldus Eitner die een studie naar Pleyels werk deed.

De Franse Revolutie en de Professional Concerts in Londen

Ignace Pleyel wilde zich graag in Parijs vestigen. Dat was hét centrum van de muziek, maar vanwege de uitbraak van de Franse Revolutie week hij eerst uit naar Londen waar hij enkele jaren bleef.

Op uitnodiging van Wilhelm Cramer leidde hij daar in 1791 de fameuze Londense ‘Professional Concerts’ die sinds de oprichting door Johann Christian Bach ongekend populair waren. Pleyel voerde daar met veel succes een symfonie uit die hij voor die gelegenheid had geschreven.

Composities voor vioolduo, Ignace Pleyel. Bron*

Composities voor vioolduo, Ignace Pleyel. Bron*

Sonatines Ignace Pleyel

Sonatines Ignace Pleyel

Hanover Square Rooms, Thomas H. Shepherd, ca. 1830

De concerten vonden plaats in het chique Hanover Square Rooms dat met 900 toehoorders altijd uitverkocht. Joseph Haydn, die ook in Londen zat en leiding gaf aan de concurrerende ‘Salomons Concerts’, was als steun aan zijn voormalige leerling manifest aanwezig tijdens Pleyels concert in 1792. In deze Londense periode verdiende Pleyel een fortuin. Eenmaal terug in Straatsburg kocht hij daar in de Elzas het schitterende Château d’Ittenwiller van.

Pleyel ging in 1793 naar Parijs maar had de situatie niet goed ingeschat. Tijdens de terreur die door de stad raasde, vonden er tussen 1792 en 1795 40.000 mensen de dood onder de guillotine. Alle Franse kunstenaars van enige betekenis werden gesommeerd om een bijdrage  te leveren aan het tijdperk van vrijheid, gelijkheid en broederschap. Onvoldoende patriottisch zijn, betekende de galg of guillotine. Het feit dat hij geen Fransman van geboorte was en een kasteel en een groot vermogen bezat, maakte Ignace Pleyel tot 'bourgeois' en daarmee een potentiële kandidaat voor een gewelddadige dood.

Onthoofding op de Place de la Révolution, Pierre-Antoine Demachy, rond 1793.

Onthoofding op de Place de la Révolution, Pierre-Antoine Demachy, rond 1793.

Zeven keer werd hij verhoord en voor korte tijd vastgezet door het veiligheidscomité, Comité de salut public, dat al duizenden malen de doodstraf had opgelegd. Ignace toonde zich voor het comité met zijn twee hymnes op de revolutie; La Liberté en La Révolution waren kennelijk patriottisch genoeg en hij ontkwam zo aan een vroegtijdig einde. Zijn geld en kasteel raakte hij echter kwijt. De Elzas waar zijn landgoed in lag, was door de Fransen ingenomen.

Aan de Chaussée d’Antin begon hij in 1795 een muziekuitgeverij. Al snel gaf hij 4000 titels uit, niet alleen van zichzelf, maar ook van Beethoven, Haydn, Mozart en andere bekende componisten van die tijd. Een filiaal opende hij enkele jaren later in Wenen.

Camille Pleyel

Charles Lemmé en Camille Pleyel

De concurrentie in de uitgeverij was groot en heroïsche en patriottische muziekstijl van na de revolutie paste niet bij de componist Pleyel. Bovendien raakte hij verzeild in juridische kwesties over de rechten van zijn uitgaves. Sebastian Erard, die Pleyel in Straatsburg had leren kennen, bouwde in Parijs met groot succes piano’s en harpen. In 1804 begon Ignace Pleyel zelf ook met de bouw van piano’s. Hij begon bij de tien jaar jongere Charles Lemmé in Parijs, een bouwer die een grote catalogus van piano’s en klavecimbels voerde waarin hij de meest moderne vernieuwingen in de pianobouw verwerkte, waaronder die van hemzelf.

“Het is zeker dat mijn nieuwe methode het klaviermechanisme van veel muziekinstrumenten gaat veranderen, … wat een vooruitgang, wat een rijkdom.” (Charles Lemmé)

Drie jaar later begon Ignace Pleyel voor zichzelf. Hij verkocht zijn uitgeverij, stopte met componeren en richtte zich helemaal op de bouw van deze piano’s.

In tegenstelling tot Erard had Ignace Pleyel daar geen succes mee; hij nam harpen en andere instrumenten in zijn assortiment op, maar had in 1813 nog vrijwel niets verkocht. Niet alleen het gebrek aan handelsgeest, maar ook de nasleep van rechtszaken speelde daar een rol in. Zonder steun van zijn vriend Kalkbrenner zou hij failliet zijn geweest.

«Les affaires vont très mal, je n'ai vendu ni pianos ni harpes, pas même une pauvre guitare » (Ignaz Pleyel aan Camille)

In 1815 trad zijn oudste zoon Camille tot het bedrijf toe. Camille reisde naar Engeland en bestudeerde daar de meest geavanceerde piano's van die tijd, met name de Broadwood-piano’s. Daar ontmoette hij een vriend van zijn vader, de pianist en pedagoog Friedrich Kalkbrenner. Als betere manager dan zijn vader, haalde hij het bedrijf meerdere keren uit de problemen. In 1824 reorganiseerde hij het geheel.

Friedrich Kalkbrenner, Auguste Bry naar een tekening van Alphonse Farcy

Kalkbrenner, harpenbouwer en Hofleverancier

Kalkbrenner had een tournee achter de rug die een enorm succes was. Hij onderhield veel invloedrijke contacten in de muziekwereld en speelde geregeld samen met Beethoven, Haydn en Hummel. Zijn zelfvertrouwen was grenzeloos. Na terugkeer van zijn reizen vroeg Camille aan Kalkbrenner om onofficieel medefirmant van Pleyel te worden. Hij bleek een uitstekende zakenman te zijn en was steenrijk. Net als Erard begon de firma Pleyel met het bouwen van harpen. In 1831 verleende koning Louis-Philippe aan Ignace de titel ‘Koninklijke Pianobouwer’ en Camille kreeg de titel van ‘Koninklijke Harpenbouwer’.

Een deel van het succes van de firma kwam door de vriendschappelijke relaties die Camille Pleyel onderhield met veel internationaal bekende musici, zoals Cramer en Moscheles. Zij droegen actief bij aan de promotie van Pleyel-instrumenten. Camille verwerkte de innovaties die hij had gezien op zijn reizen in de Pleyel piano’s. De firma heette toen Pleyel et Compagnie.

Nog voor Ignace zich uit het bedrijf terugtrok, voegde Friedrich Kalkbrenner zich officieel bij Pleyel. Tot dan toe bouwde het bedrijf de piano’s slechts; de verkoop liet het aan anderen over. Met Kalkbrenners komst, verkocht en verhuurde het vanaf dat jaar de instrumenten zelf. Daarnaast richtten zij ook een tweede onderdeel op dat zich opnieuw met het uitgeven van muziek bezighield. Vanaf toen was Kalkbrenner financieel betrokken bij alles wat er door de Pleyel bedrijven werd uitgevoerd, maar Camille bleef aan de leiding.

Cartouche van de Pleyel uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds

Cartouche van de Pleyel uit de collectie van Het Muziekinstrumentenfonds

Ignaz stopte in 1824 met werken en overleed in 1831 op 74-jarige leeftijd. Hij werd begraven op het kerkhof Père-Lachaise in Parijs.

Drie jaar na de dood van zijn vader stuurde Camille Pleyel een vleugel in naar de grote internationale expositie in Parijs en won er een gouden medaille mee. Mede door dat succes werd Pleyel hofleverancier.

Graf van Ignace Pleyel, Père Lachaise:
"Ignace, PLEYEL, 14 novembre, 1831. De profundis"

Graf van Ignace Pleyel, Père Lachaise:"Ignace, PLEYEL, 14 novembre, 1831. De profundis"

Chopin als pleitbezorger van de Pleyel

Op 1 januari 1830 richtten Ignace Pleyel en Camille samen aan de Rue Cadet in Parijs de ‘Salon Pleyel’ op. Een van de uitvoerenden van het openingsconcert was Kalkbrenner die er een stuk voor zes piano’s voor schreef. Salon Pleyel werd hét centrum voor het Parijse muziekleven. Ook internationale pianisten als Cramer, Steibelt, Moscheles, Hummel en John Field bezochten de salon en speelden er.

Door Frédéric Chopin kreeg de firma een nieuwe impuls. Gearrangeerd door Kalkbrenner, ontmoette Camille in 1831 deze beroemde componist. Chopin had dolgraag Kalkbrenners leerling willen zijn en droeg hem op handen. In 1830 had hij zelfs zijn Eerste pianoconcert aan hem opgedragen. Nu nodigde Kalkbrenner Chopin namens Camille Pleyel uit voor een speciaal voor hem georganiseerd pianoconcert in de eigen Salon van Pleyel. Chopin was onder de indruk van Camilles spel én van het instrument.

“Vandaag de dag is er maar één die Mozart kan spelen, en dat is (Camille) Pleyel” (Chopin)

In 1832 gaf Frédéric Chopin zelf een reeks concerten in de Salon Pleyel. Chopin was dermate ingenomen met het instrument waarop hij mocht spelen dat hij direct een Pleyel kocht.

Chopin en George Sand. Adolf Karpellus, 1923

Chopin werd een Pleyel-pianist. Hij voelde zich verbonden met het bedrijf en waardeerde de nuances van het klankontwerp boven die van Erard. Hij gaf er les op in Parijs, componeerde erop in Nohant en speelde erop voor zijn grote liefde George Sand. Hij kocht zelfs een piano voor zijn buitenverblijf in Valldemossa. Tussen Camille en Chopin ontstond een samenwerking waar beiden hun voordeel mee deden. Chopin mocht twee keer per jaar een piano uitzoeken die Camille voor niets liet bezorgen. Het instrument werd aan het eind van het seizoen verhuurd of verkocht. Chopin ontving 10% commissie over iedere Pleyel waar hij op had gespeeld. Zeven jaar duurde deze constructie. Voor Camille werd deze vorm van marketing zo belangrijk dat hij met enige regelmaat voor de leerlingen en vrienden van Chopin verkoopbijeenkomsten organiseerde.

Ook de privé-concerten die Chopin in zijn Parijse appartement gaf, droegen bij aan het succes van Pleyel. De concerten waren grenzeloos populair en werden bezocht door een keur aan internationaal bekende musici, dichters, schrijvers en andere kunstenaars. Iedere keer als er een nieuwe Pleyel arriveerde, gaf Chopin voor die gelegenheid een feestelijk concert.

Nieuwe modellen

Naast het bestaande assortiment van vier piano’s bracht Pleyel in 1838 de Grande Piano, een staande piano en een babyvleugel op de markt. De Pleyels werden een wereldwijd succes; de firma verscheepte niet alleen piano’s binnen Europa, maar ook naar Amerika, Colombia, Chili, Peru, India en Australië.

Camille Pleyel deed in 1852 opnieuw een gooi naar een gouden medaille. Hij stuurde een inzending naar Londen en won een zilveren medaille.

Periode van groei en innovaties

In Auguste Wolff vond Camille Pleyel een goede partner voor het groeiende bedrijf. Wolff was een uitstekend musicus die lid was van de Conservatoriumstaf van het Parijse conservatorium en een groot netwerk had. Hij trad in 1850 tot de firma toe, eerst als medefirmant, en toen Camille Pleyel in 1855 overleed, als directeur.

Wolff was voortdurend op zoek naar innovaties. Hij veranderde het hamermechaniek en voegde een tweede snarenlaag toe aan de Pleyels Grand Piano. Ook was de constructie van de pedalen een van zijn octrooien. Pleyel produceerde in 1855 1400 piano’s per jaar.

Fabriek met stoommachines

Wolff liet in Saint-Denis een enorme, door stoommachines aangedreven Pleyel-fabriek bouwen met een laboratorium, klank- en droogruimtes. Die innovaties betroffen niet alleen technische, maar ook sociale. Voor zijn 800 werknemers verbeterde hij de werkomstandigheden en stelde leningen beschikbaar. Onder zijn leiding werden er nieuwe modellen piano’s ontworpen, maar de productie van de harpen beëindigde hij. Wolff liet op de binnenplaats van de fabriek voor 200.000 francs aan harpen verbranden met al het bijbehorende materiaal.

In Frankrijk was een hevige concurrentiestrijd ontstaan tussen Érard en Pleyel. Érard was eerder begonnen met bouwen en was verder met technische innovaties, Pleyel won het op klank. Liszt prefereerde openlijk een Érard, Chopin een Pleyel.

Gustave Lyon

Gustave Lyon

Door de concurrentie met Érard, móest ook Wolff wel verder innoveren. Hij vond in de ingenieur Gustave Lyon de innovator die de firma met zijn kennis van akoestiek verder kon brengen. Gustave Lyon was geen musicus, maar was afgestudeerd aan de polytechnische universiteit van Parijs. Hij hield zich wetenschappelijk bezig met geluid. Met zijn verbeteringen aan de slechte akoestiek van het Palais du Trocadéro had hij zijn reputatie als klankdeskundige gevestigd. Daarna werd hij door talloze architecten ingehuurd voor dit werk, zo ook door Le Corbusier. Zijn netwerk was goed voor Pleyel.

De Salle Pleyel

De Salon Pleyel van Ignaz en Camille aan de Rue Cadet werd al snel te klein en er werd gezocht naar een grotere. Daarvoor nam de voormalige echtgenote van Camille, Marie Pleyel in 1937 het initiatief. Zij was een van de meest succesvolle pianistes van haar tijd en had die carrière afgebroken om met Camille Pleyel te kunnen trouwen, maar was in 1836 weer van hem gescheiden. De Salle werd rijk gedecoreerd en voldeed aan de moderne eisen van die tijd. Kort voor haar tournee naar Sint-Petersburg en Wenen in mei 1839, opende Marie Pleyel de nieuwe Salle Pleyel aan de Rue du Rochechouard. De firma financierde de inrichting en de exploitatie. De Salle telde 550 zitplaatsen en kende al in het eerste jaar enkele premières. Camille voorzag de Salle van acht Pleyel-piano’s die voor het openingsstuk nodig waren.

Klavecimbel Pleyel, 1889, in het Musikinstrumenten Museum Berlin

Verdere expansie

Het was mede door de technische kennis van Gustave Lyon dat de piano’s van Pleyel van een nieuw en lichter soort metalen frame konden worden voorzien. Deze innovatie bracht Pleyel een bijzondere honorering op de Exhibition Universelle in Parijs van 1889. In dat jaar werden er 100.000 Pleyels verkocht. Onder zijn directie produceerde de firma Pleyel ook klavecimbels. Het bedrijf had inmiddels 600 werknemers.

Wolff overleed in 1887 en Gustave Lyon, ondertussen getrouwd met Wolffs dochter, werd de nieuwe directeur. In 1890 bouwde de firma in opdracht van de componist Villa-Lobos een speciale Grande Piano met daarin alle vernieuwingen die de firma op zijn naam had staan. Tussen 1920 en 1930 kwamen meer modellen op de markt die de firma succes brachten.

Crisis en verval

Dat succes duurde tot de crisis van 1929. Nog enkele jaren wist Gustave Lyon het uit te zingen, maar in 1933 werd er een faillissement aangevraagd. Het bedrijf slonk tot enkele werknemers en bleef voornamelijk in naam bestaan. Daarna werden er uitsluitend enkele zeer bijzondere instrumenten gebouwd voor een kleine, rijke klantenkring. Het bedrijf dat een slapend bestaan leed, werd in 1961 door een fusie met de pianofabrikanten Érard en Gaveau nieuw leven ingeblazen. In 1971 werd het in zijn geheel opgekocht door Schimmel, die een beperkt aantal Pleyels per jaar maakte.

Overnames

In 1994 kocht de pianofabriek Rameau de namen Pleyel en Gaveau, en twee jaar later werd Pleyel weer zelfstandig. Pleyel opende een volledig gemoderniseerde fabriek en een onderzoekscentrum te Alès in Zuid-Frankrijk.

In 2007 vierde Pleyel zijn 200e verjaardag als pianobouwer met concerten, lezingen en speciale evenementen. De terugloop van de verkoop van instrumenten werd het bedrijf niet lang daarna noodlottig; het bedrijf sloot de poorten in 2013.

Bronnen

Nicholas, J.,2006, Kalkbrenner, Londen

Knopf A.A., 1931. Chopin, Frédéric. Chopin's Letters, New York

Gottschalk, L. M., 1964 Notes of a Pianist, Princeton

Karasowski, Moritz. , 1981, Frédéric Chopin: His Life and Letters, London

Marmontel, A. F. 1978, Les Pianistes célèbres, Paris

Nicholas, J. Liner. 2006, Notes to Hyperion recordings of Kalkbrenner Piano Concertos No. 1, Op. 61 and No. 4, Op. 127, London

Schonberg, H. C., 1984, The Great Pianists, New York

Slonimsky, N., ed., 1958,  Baker's Biographical Dictionary of Musicians, New York

Weitzmann, 1897, C. F. A History of Pianoforte-Playing, New York

Hardy T., 2001, Wilhelm Cramer, London/New York

Moran, M, 2021, Classical Music in Poland and the Europe of Chopin - Reviewer's Notebook

Johdeheer.nl/lp/pleyel-pianos-en-vleugels.html, bezocht in 2025

Archief van het Internationale Pleyel Gezellschaft, bezocht in 2025

Benton, R. 2001, Pleyel family. Grove Music Online. Bezocht in 2025

Benton, R. ,1966, "London Music in 1815, as Seen by Camille Pleyel"

Tourneux, M. , 1900, Bibliographie de l'histoire de Paris pendant la Révolution française. Monuments, moeurs et institutions, Parijs

afbeelding* gallica.bnf.fr/Bibliothèque nationale de France

Auteur
Jan Boekhout
Datum
3 februari 2025