vioolstrijkstok
Leonid Nikishin

*1899 , Mirecourt †1977 , Parijs
Toen Victor François Fétique in 1913 voor zichzelf begon, nam hij op zich om zijn zoon zelf op te leiden. Niet alleen bij Bazin, maar ook bij Caressa & Français had hij gezien hoe dat in zijn werk ging. Deze leerschool zorgde van tijd tot tijd voor spanningen tussen vader en zoon, maar Marcel leerde het vak naar behoren. In de aanloop van de eerste wereldoorlog verslechterde de situatie en Victor had moeite om de eindjes aan elkaar knopen. Dat deed hij door tegen lage prijzen goedkope stokken voor andere ateliers te maken. Hij kon zich dan ook geen medewerkers veroorloven, alleen zijn zoon droeg al vroeg bij aan de productie.
Na 1918 kroop Frankrijk langzaam weer uit het dal en de economische situatie liet geleidelijk hogere bestedingen toe. In die tijd begonnen vader en zoon voor het eerst strijkstokken te maken met gouden montuur. Beiden maakten goede strijkstokken waarvan Victor vanaf 1924 de beste naar tentoonstellingen in Brussel, Livorno, Londen en Parijs stuurden. Uit de luxe afwerking van hun strijkstokken zoals sloffen van schildpad met een gouden fleur-de-lis die zij voor hun beste strijkstokken maakten, valt op te maken dat de daaropvolgende jaren voor het atelier erg succesvol waren.
Rond 1927 voegden Jules Fétique en André Richaume zich bij hen. Jules was net als Victor opgeleid bij Bazin en André bij Ouchard. Beiden waren voortreffelijke strijkstokkenmakers geworden. Van deze ervaren mensen leerde Marcel de fijne kneepjes van het vak. In die tijd trok zijn vader ook de Duitse Paul Weidhaas aan. Paul was in die tijd een buitengewoon gerespecteerde strijkstokkenmaker die opgeleid was in Markneukirchen en die in de beste Europese ateliers gewerkt had, waaronder dat van Max Möller in Amsterdam waar hij strijkstokken naar Frans model had leren maken.
Het atelier kwam in de belangstelling te staan toen Victor Fétique uitgeroepen werd tot un des ‘Meilleurs Ouvriers de France’. Het was een verkiezing die maar eens in de vier jaar gehouden werd en een zware selectie kende. De medaille werd Victor Fétique op de Sorbonne in Parijs plechtig overhandigd. De ceremonie daarvoor vond plaats op het Palais d’Elysee. Daarmee werd Victor Fétique’s atelier niet alleen onder de aandacht van musici gebracht, maar ook onder die van een breed publiek.
Marcel trouwde in 1930 met Eugénie Louise Herpson. In dat jaar begon hij ook voor zichzelf. Hij verdeelde zijn tijd tussen het werk voor zijn vader en zijn eigen atelier dat hij net geopend had. Dat bleef hij doen tot Victor Fétique drie jaar later, in 1933 stierf. Marcel nam het hout, de voorraad strijkstokken en zijn gereedschap over en zette het atelier van zijn vader voort, maar wel op zijn eigen adres.
Na de crisis van ’33, de tweede wereldoorlog en aansluitend de Algerijnse opstand waar veel Franse jongens het leger in moesten, werd in de vijftiger jaren de materiële wederopbouw belangrijker dan het in stand houden van een rijke muziekcultuur. Bovendien namen nieuwe technieken als ‘sprekende’ films en LP’s de plaats in van concerten. Orkesten werden opgeheven, musici raakten massaal werkeloos en de conservatoria bleven leeg. Dat had zijn weerslag op vioolbouwers en strijkstokkenmakers. Tussen 1950 en 1960 sloot het ene vioolbouw- en strijkstokkenatelier na het andere; eerst in Mirecourt, later de in grote provincie steden en tenslotte raakte de malaise ook Parijs.
Marcel Fétique overleefde de crisis, maar veel strijkstokken maakte hij na 1950 niet meer. Hij legde zich toe op restauraties en handel waar hij een goede naam in verwierf.
Het was gebruikelijk dat vioolbouwers en strijkstokkenmakers na hun eerste opleiding verder in de leer gingen bij anderen. Marcel Fétique niet; hij was opgeleid door zijn vader en door niemand anders. Alleen van Jules Fétique, André Richaume en Paul Weidhaas onderging hij al werkend hun invloed. Victor zelf liet Marcel weinig ruimte om een eigen model te ontwikkelen. En dat is er ook later niet van gekomen; hij maakte ze nog zo tot de jaren 40. Daarna zien kenners invloed van Emil Ouchard in zijn strijkstokken verschijnen. Na 1950 worden zijn strijkstokken zeldzamer en zijn meestal op bestelling gemaakt.
Het aantal strijkstokken dat hij gemaakt heeft was niet erg groot, wel worden ze door kenners zéér gewaardeerd. Met uitzondering van de afwerking van zijn sloffen, die niet altijd de hoogste graad van verfijning hadden, benaderden zijn strijkstokken die van zijn vader wel heel dicht. Zijn hele leven heeft hij strijkstokken van een gelijkmatige kwaliteit gemaakt. Marcel Fétique heeft gewerkt voor verschillend andere ateliers, waaronder Bailly en Chanot & Chardon. Hij heeft maar één brandstempel gebruikt: Mcel Fétique à Paris. Zijn strijkstokken waren vaak rond en oranje-bruin, meestal voorzien van een zilveren montuur.
Claudot-Hawad H., 2012, La lutherie se meurt, chronique épistolaire de la crise des années 1950-1960. Hal.
Millant B., Raffin J.F., (2000) l`Archet: les archetiers Francais 1750-1950. Paris.
Vatelot E. (1976), Les Archets Français. Nancy.
Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris.
Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2019.
Geneanet, geraadpleegd in 2019.
Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2019.