Doorgaan naar content
bouwer

J.B. Streicher (firma)

*1792 , Wenen      †1896 , Wenen

Chopin was een vurig pleitbezorger van Pleyel piano’s, Liszt was dat van Erard, maar Brahms zwoer bij de verfijnde klank van de Weense Streicher piano’s. Drie generaties hadden zich met het bouwen van piano’s bezig gehouden toen Johann Baptist Streicher, eigenaar van de gelijknamige fabriek, Brahms een piano aanbood voor privé gebruik. Tot zijn dood zou Brahms thuis vrijwel uitsluitend de Streicher piano bespelen.

De fabriek begon niet met de familie Streicher, maar met Johann Andreas Stein. Hij was eigenaar van 'Stein pianobau' in Augsburg en had een muzikaal wonderkind dat al vroeg de vindingen van haar vader uitprobeerde: Anna Maria Stein. Stein pianobau was voortgekomen uit zijn orgelbouw bedrijf. Voor de orgels van Johann Stein had Mozart al vroeg belangstelling. Toen Johann Stein rond 1757 benoemd werd tot organist bleef hij nog wel kleine orgels bouwen, maar hij maakte ook de in toenemende mate populair wordende fortepiano’s. In 1770 zou hij de aandacht van Mozart trekken met een aanslaggevoelige orgelmechaniek. Mozart vond dit belangrijk genoeg om daarvoor naar Augsburg te gaan.
Werkplaats(en)
Wenen, 1792-1896

Nannette Stein, wonderkind en aankomend pianobouwer

De speelbaarheid van zijn instrumenten bleef Johann Stein bezighouden, ook het aanslagmechanisme van zijn fortepiano’s verbeterde hij. Om dat te promoten gingen vader en dochter Stein in 1777 naar Wenen. Daar vochten zeker 60 vernieuwende pianobouwers om de aandacht van componisten en pianisten als Joseph Haydn, de jonge Ludwig van Beethoven en Johann Nepomuk Hummel. Steins vinding werd het ‘Weense’ aanslag mechaniek. 

‘Nannette’, zoals Anna Maria werd genoemd, was het zesde kind van het gezin Stein en groeide op in een muzikaal milieu van pianobouwers en musici. Als 7-jarige gaf zij al een openbaar pianoconcert in Wenen dat veel aandacht trok. Op haar tiende stemde zij piano’s in de fabriek van haar vader en probeerde de vindingen uit in de piano’s die haar vader bouwde. 

In 1777 bezocht Mozart opnieuw Augsburg, dit keer ging het om weer een nieuwe techniek in de piano’s van Johann Andreas Stein. Mozart had de piano uitgeprobeerd en was daar zeer positief over geweest. Bij dat bezoek speelde de 8-jarige Nannette piano voor hem. In een brief aan zijn vader Leopold merkte Mozart op dat Nannette volgens hem een grootse toekomst wachtte. Mozart had het over haar als pianiste, maar Nannette groeide uit tot een van de meest invloedrijke pianobouwers van Wenen.

Friedrich Schiller op de vlucht met zijn vriend Johann Andreas Streicher, Max Stieler, ca. 1850

Johann Andreas Streicher en Friedrich Schiller 

Johann Andreas Streicher groeide op in een armoedig arbeidersgezin in Stuttgart. Zijn vader overleed al toen hij 8 was, waarna hij tot zijn 16e in een kindertehuis verbleef. Ondanks deze beroerde omstandigheden ontwikkelde hij zich als autodidact tot begaafd musicus die in de kringen van de hofmusici terechtkwam. Daar ontmoette hij de schrijver Friedrich Schiller en er ontstond een vriendschap tussen beiden. In 1782 raakte de dichter en toneelschrijver in conflict met de hertog van Württemberg. Johann Andreas Streicher hielp hem om de gevangenschap te ontlopen. Hij gebruikte het geld bedoeld voor een reis naar Hamburg om les te krijgen van Carl Philipp Emanuel Bach, maar vluchtte samen met Schiller in het geheim de grens over. Daarna werd Johann Andreas Streicher rondreizend musicus en ging, in plaats van naar Hamburg, in 1786 naar Johann Andreas Stein in Augsburg waar hij zijn toekomstige vrouw Nannette ontmoette. 

Nannette Stein en Ludwig von Beethoven 

Na deze twee, voor Nannette belangrijke, ontmoetingen volgde er een derde. En net als die met Mozart en Streicher werd ook deze mede bepalend voor haar levensloop en werk als pianobouwer. Ludwig von Beethoven bezocht in 1787 de werkplaats van de Steins in Augsburg op zoek naar een geschikt instrument voor zijn forse aanslag. Dat werd het begin van een levenslange vriendschap tussen Beethoven en Nannette. Zij bleef haar hele leven Beethovens steun en toeverlaat. Ruim 60 brieven schreef Beethoven haar waaruit hun diepe en warme vriendschap blijkt. 

De eerste vrouwelijke pianobouwer 

In 1792 overleed de vader en Nannette, net 23 jaar oud, nam samen met haar broer Matthäus Andreas de zaak over en noemde het ‘Frère et Sœur Stein d’Augsbourg à Vienne' en in 1802 werd het ‘Frère et Soeur Stein’. Een jaar later kregen ze toestemming om in Wenen een zaak te openen.

Naammedaillon in een fortepiano uit de collectie van The Met, New York

Naamschild firma Nanette Streicher née Stein

Kennismaking met Wenen, de Streicher fabriek en hun eerste zoon 

Twee jaar na hun eerste ontmoeting trouwden Nannette en Johann Andreas Streicher in Augsburg en verhuisden kort daarop naar Wenen. De pianofabriek die zij daar lieten bouwen heette ‘Nannette Streicher née Stein’, wat destijds voor een vrouw zeer ongebruikelijk was. Daarmee begon de feitelijke geschiedenis van de firma Streicher. 

Uit het huwelijk tussen Nannette en Johann Andreas werd in 1796 Johann Baptist geboren. Zijn ouders werden al snel na zijn geboorte actief in de Weense muziekwereld die zich vaak afspeelde in salons. Deze Weense salons waren dé ontmoetingsplaatsen voor schrijvers, wetenschappers en musici. Het waren vaak de rijke, intellectuele vrouwen die soms wekelijks culturele avonden organiseerden in hun eigen woningen.

Ook Nanette en Andreas organiseerden een dergelijke muzieksalon. Daar speelden zij eerst zelf en later nodigden ze ook andere musici uit. In 1812 verplaatsten zij die bijeenkomsten van hun huis naar een concertzaal met 300 zitplaatsen die zij op het terrein van hun pianofabriek lieten bouwen. De zaal werd geopend met een groots aangekondigd concert waarbij veel vooraanstaande gasten uit Wenen aanwezig waren. Vanuit dit initiatief zou later dat jaar de Wiener Musikverein ontstaan. In deze Streicherzaal traden Clara en Robert Schumann, Johannes Brahms, Franz Liszt en Frédéric Chopin op.

Streicherzaal rond 1840

Pianobouwers en hun strijd om de aandacht van musici 

De firma Streicher was aanvankelijk in grote lijnen conservatief in hun opvatting over techniek, terwijl de grote bouwers als Erard en Pleyel in hoog tempo vernieuwingen doorvoerden in hun fortepiano’s. En juist daar viel Beethoven voor. In oktober 1803 kreeg hij een Erard piano toegestuurd. Het was Beethovens eerste piano van buitenlandse makelij. Hij was “er zo door betoverd, dat hij alle piano's die hier [in Wenen] zijn gemaakt in vergelijking daarmee als rotzooi beschouwt.” Een opmerking die hij na zijn kennismaking met Streicher terug zou nemen. De klank van de Franse piano was dan wel goed, maar de aanslag was veel zwaarder dan die van de Weense piano’s. 

Er was tussen 1775 en 1850 vrijwel geen succesvolle pianobouwer die niet een aantal innovaties, patenten of octrooien op zijn naam had staan. In een poging om musici voor hun instrument te winnen werden deze breed uitgemeten. Erard had er ruim dertig en Pleyel bijna vijftig. Naar schatting is 80 procent van alle innovaties door andere firma’s met een kleine wijziging in het ontwerp toegepast in de vleugels die daarna gebouwd werden. De familie Streicher zette 5 patenten op hun naam. 

De Franse revolutie, Napoleon en de gevolgen voor de muziek 

In 1792 verklaarde Frankrijk Oostenrijk de oorlog die pas in 1809 formeel werd beëindigd. Het had de Weense schatkist volledig uitgeput. Dit leidde tot inflatie, armoede en voedseltekorten in de stad. Piano’s werden er nog maar nauwelijks verkocht. De burgers kregen met harde hand via een wijdverspreid netwerk van spionnen een strikte censuur opgelegd om liberale en nationalistische ideeën te onderdrukken zoals die door de Franse revolutie werden gepropageerd. Componisten reageerden direct op de oorlog. Beethoven schreef zijn Eroica (oorspronkelijk voor Napoleon) en later Wellingtons Sieg om de overwinning op de Fransen te vieren. Omdat grote publieke bijeenkomsten argwanend werden bekeken, verplaatste het muziekleven zich steeds meer naar besloten salons. De piano werd van instrument van de elite een statussymbool voor de gewone burgerij. 

De Streichers en Beethoven 

In 1817 maakte Beethoven een turbulente tijd door. Terwijl Nannette leiding gaf aan de pianofabriek, nam zij anderhalf jaar lang Beethovens planning en huishouden waar, zodat hij zich kon concentreren op het componeren. Hij betrok haar bij zijn verslechterde gezondheid, achteruitgaand gehoor en somberheid. Met Andreas correspondeerde hij over de nieuwste vindingen van de Streicher piano’s. De morele en praktische steun die hij van de Streichers kreeg, hielp Beethoven door een erg moeilijke periode heen. 

Johann Baptist Streicher, lithografie Adolf Dauthage, 1862

Voorbereiding op veranderingen   

Tussen deze grote namen in de muziek en in dit energieke muzikale milieu groeide hun zoon Johann Baptist op. Zijn sociale vaardigheden en kennis over wat musici en componisten nodig hadden, ontwikkelden zich binnen deze entourage en hij paste dit toe bij het bouwen en verkopen van piano’s. 

Tot zijn zestiende volgde Johann Baptist het in Wenen zeer goed georganiseerde onderwijs en daarna ging hij in de werkplaats van zijn ouders werken. Daar leerde hij zowel de technische als artistieke kanten van de Weense pianobouw. 

In deze periode leverden zij de eerste piano aan Ludwig von Beethoven. Het mechaniek hadden zij afgestemd op zijn forse aanslag en het geluid op zijn beginnende doofheid. Dit instrument hield hij tot zijn dood

De snelle ontwikkelingen rond de bouw van fortepiano’s in Frankrijk en Engeland maakten het nodig om zich ook buiten Oostenrijk te oriënteren. Zijn ouders stuurden hem van 1821 tot eind 1822 op studiereis naar de meest vooraanstaande pianobouwers van die tijd: naar Sébastien Erard in Parijs en naar John Broadwood & Sons in Londen. Bij terugkomst werd hij mede-eigenaar van het bedrijf, dat tot ‘Nannette Streicher & Sohn’ gedoopt werd. 

In deze periode leverden zij de eerste piano aan Ludwig von Beethoven. Het mechaniek hadden zij afgestemd op zijn forse aanslag en het geluid op zijn beginnende doofheid. Dit instrument hield hij tot zijn dood. Na Beethoven kocht Goethe een Streicher en werd het de piano waar Felix Mendelssohn op speelde. Liszt verklaarde zich altijd een groot voorstander van Erard te zijn, maar op zijn concertreizen van 1838 en 1839 naar Bologna en Florence gaf hij toch de voorkeur aan een Streicher.

‘De fortepiano moet de speler
halverwege tegemoet komen; het instrument moet
niet dwingen tot hard zwoegen, maar juist met de
grootste elasticiteit reageren op de kleinste
nuances van de aanraking’

J.B. Streicher 1801

Nannette Streicher en haar opvolging 

Nannette droeg vanaf 1832 geleidelijk de fabriek aan haar zoon over en stopte met werken. ‘Nannette Streicher & Sohn’ had op dat moment 17 man in dienst en heette na de overname ‘J.B Streicher’. Nannette en Johann Andreas overleden vier maanden na elkaar in 1833. Kort daarvoor schreef Johann Andreas nog een boek dat een van de meest uitgebreide bronnen over de vlucht en literaire doorbraak van Schiller zou worden. Het was zijn tweede boek; het eerste schreef hij al in 1803 over het bespelen van de fortepiano; tenslotte had hij talloze composities voor dit instrument op zijn naam staan en had hij een liedboek voor de protestantse kerken samengesteld. 

Beethovens werkkamer, Johann Nepomuk Hoechle, 1827

Nannette’s vriendschap met Beethoven bleef ook voor Johann Baptist van groot belang. Bij zijn concerten en privé gebruikte Beethoven vaak een aan zijn wensen aangepaste Streicher grand-piano. Beethoven vroeg hen met grote regelmaat naar verbeteringen van zijn instrument. Voor de firma was het belangrijk om aan zijn eisen te voldoen daar Beethoven de Streicher piano’s een prominente plaats gaf in de Weense muziekkringen. Zijn verstandhouding met Johann Baptist was zo goed dat hij aan Johann Baptist vroeg hem te begeleiden op een reis naar Engeland waar hij hem kon introduceren bij zijn Engelse connecties. Wegens de verslechterde gezondheid van Beethoven ging de reis niet door. 

Expansie onder Johann Baptist 

Johann Baptist trouwde twee jaar later met de dochter van de Weense uitgever en componist Auguste André en kreeg met haar drie kinderen onder wie in 1836 hun jongste zoon Emil. Zij overleed al in 1847 op 45 jarige leeftijd. Emil was nog maar 11 jaar en werd opgevangen door de familie, waarna hij op zijn 18e in de fabriek begon te werken. 

Na de dood van zijn ouders werd Johann Baptist de enige eigenaar van de zaak aan de Ungargasse die van dat moment ‘Johann Baptist Streicher’ heette. Hij trouwde in 1849 met de pianiste Friederike Müller (1816–1895) met wie hij nog een dochter kreeg. Johann Baptist had vijf kinderen van wie alleen Emil in het bedrijf bleef. 

In tegenstelling tot grote firma’s als Erard en Pleyel die zo’n 5.000 piano’s per jaar verkochten (…), focuste Streicher zich met 17 medewerkers op grand piano’s van hoge kwaliteit voor de betere musici van Europa, jaarlijks maar zo’n 150 stuks

Tussen 1800 en 1850 explodeerde de populariteit van de fortepiano. In 1850 waren er in Parijs 200 pianobouwers en in Londen zo’n 180. In het veel kleinere Wenen was het aantal tussen 1800 en 1850 gegroeid tot zo’n 150 bouwers. In de jaren daarna verdwenen de meeste die zich niet gespecialiseerd hadden of die geen internationale ambities hadden. 

In tegenstelling tot grote firma’s als Erard en Pleyel die ieder met meer dan 200 medewerkers zo’n 5.000 piano’s per jaar verkochten en zich uitputten in technische innovaties, focuste Streicher zich met 17 medewerkers op grand piano’s van hoge kwaliteit voor de betere musici van Europa, jaarlijks maar zo’n 150 stuks. 

Om tussen de honderden binnen- en buitenlandse pianobouwers op te vallen nam iedere bouwer die het zich kon veroorloven wel deel aan een of meer grote evenementen. Voor Streicher was de Wereldtentoonstelling in London van 1851 de eerste keer. Er kwamen miljoenen mensen af op de het, voor de gelegenheid gebouwde, Crystal Palace in Hyde Park. Daar won Streicher met een concertvleugel een gouden medaille. De firma Erard won de Council medal. 

Wereldtentoonstelling Londen 1851

De Exposition Universelle van Paris in 1867 was met bezoekersaantallen van tussen de 11 en 15 miljoen, het absolute hoogtepunt van keizerrijk onder Napoleon. Op deze vierde wereldtentoonstelling stonden Pleyel en Erard op vergelijkbaar hoog niveau, maar tot ieders verrassing won Streicher goud. 

In 1857 trad Emil toe als partner in de fabriek van zijn vader. Twee jaar later, in 1859, werd de firmanaam officieel veranderd naar ‘J.B. Streicher und Sohn’.

‘Ik heb een prachtige grand piano
van Streicher gekregen. Daarmee wil hij mij zijn
laatste verworvenheden tonen’

Johannes Brahms aan Clara Schumann

Brahms’ verhuizing en kennismaking met Streicher 

Toen Johannes Brahms begin jaren 1860 naar Wenen verhuisde, zocht hij aansluiting bij de Weense muzikale elite om naam te maken als pianist en componist. De concertsalon van familie Streicher aan de Ungargasse in Wenen was nog steeds een centrale ontmoetingsplek voor componisten, critici en musici en Streicher een van de meest vooraanstaande pianobouwers in de stad.

Johann Baptist bood Brahms in 1864 een Streicher piano aan en opgewonden schreef hij in oktober van dat jaar aan Clara Schumann: “Ik heb een prachtige grand piano van Streicher gekregen. Daarmee wil hij mij zijn laatste verworvenheden tonen en ik denk dat jij er ook blij mee zou zijn.” Hij waardeerde het pianomechanisme dat noch ‘Weens’ noch ‘Engels’ was, maar kenmerken van beide typen vertoonde: fluweel zacht, maar toch krachtig genoeg voor zijn composities. Een tweede Streicher piano kreeg Brahms in 1872 van Emil, de grand piano no 6713. Een instrument dat een jaar later zijn eigendom zou worden en waar hij tot zijn dood op zou blijven spelen. Het was een succesvol model waarvan Streicher er tussen 1868 en 1874 meerdere zou bouwen.

Emil, de laatste van de Streicher pianobouwers 

Johann Baptist Streicher droeg in 1871 de firma over aan Emil, kort voor hij enkele maanden later op 75 jarige leeftijd overleed. Johann Baptist Streicher werd begraven in Wenen. Hij was in 1839 Hof-Klaviermacher geworden en in 1863 geridderd in de orde van keizer Franz Joseph. 

Onder Emil Streicher maakte de firma met enkele tientallen meubelmakers en technici nog zo’n 170-200 vleugels per jaar. Emil verzette zich tegen schaalvergroting en industrialisatie. Hij hield zich vast aan de familietraditie van hoogwaardig handwerk in een tijd waarin de markt in een hoog tempo industrialiseerde en enorme fabrieken duizenden piano’s per jaar bouwden. Steinway en Bösendorfer domineerden de markt. Ondanks dat Emil de firma 25 jaar leidde, werden er nauwelijks innovaties gedaan en bleef het aantal jaarlijks gebouwde instrumenten op vergelijkbaar niveau als toen hij de fabriek overnam. 

Emil ging in 1896 met pensioen. Zijn zoon Theodor was componist en had geen ambitie om het bedrijf over te nemen. In 1897 liquideerde Emil het. De resterende bedrijfsmiddelen en de werkplaatsen werden verkocht aan de Weense pianobouwers Stingl. Emil overleed in 1918. De naam Streicher hield tot aan het einde zijn bijna iconische status en er werd zelfs in Wenen een straat naar de familie genoemd. 

Erfenis 

Streicher piano’s nemen een plaats in tussen de klassieke fortepiano en de romantische grand piano. Met alle aanpassingen die nodig waren om het instrument te laten voldoen aan de veranderende muziekstijlen, bewaarden de Streichers de Weense klankrijkdom en de snelle repetitie-aanslag. Uiteindelijk werden er duizenden piano’s gebouwd, waarvan sommige dermate van belang waren dat er talloze replica’s zijn gemaakt.

Patent van Streicher op mechaniek met hameraanslag van bovenaf i.p.v. onderaf, 1823

Twee patenten die Streicher op zijn naam had staan waren van groot belang. Allereerst een patent voor het hammerklavier waarbij de hamers de snaren van bovenaf sloegen, maar het belangrijkste patent was voor een systeem waarbij een aangeslagen snaar een andere snaar, die precies een octaaf hoger lag, mee liet trillen. Waar Johann Baptist geen patent voor vroeg, werd wellicht de belangrijkste vernieuwing: hij is verantwoordelijk voor de klankbodem zoals die in de huidige piano’s wordt toegepast. 

Door de verfijnde klank bleef een Streicher, vooral bij strijkers die op darmsnaren speelden, door de jaren heen geliefd. Een Streicher zou nooit de viool overstemmen.

Bronnen

De Silva P., 2008, The Fortepiano Writings of Streicher, Londen. 

Fuller R. A., 1984, Andreas Streicher’s notes on the fortepiano; Wenen. 

Goebl-Streicher U., 1999, Die Klavierbauerfamilie Stein-Streicher, Bonn 

Ladenburger, M., 1999, Beethoven und die Familie Streicher,  Bonn. 

Latcham M., 2007, The development of the Streicher firm of piano builders under the leadership of Nannette Streicher, 1792 to 1823, Tutzing. 

Latcham M., 1998, Mozart and the Pianos of Johann Andreas Stein. Londen 

Harding R.E.M., 1978, The Pianoforte – its history traced to the Great Industrial Exhibition of 1851

Janmaat F., 2019. Sébastien Erard, de grootste harp- en pianobouwer aller tijden. Enkhuizen

Melville, D.,1971, Beethoven’s pianos: The Beethoven Companion. London 

Weitzmann, 1897, C. F. A History of Pianoforte-Playing, New York

Hardy T., 2001, Wilhelm Cramer, London/New York

Auteur
Jan Boekhout
Datum
31 juli 2026