
vioolstrijkstok
Ionel Manciu

*1785 , Parijs †na 1866 , Villers-Cotterêt

In het begin van de negentiende eeuw was Parijs het Franse centrum van de muziekcultuur; veel vioolbouwers leefden ervan, mits zij zich konden voegen naar de voortdurend veranderende muzikale mode. Dat lukt de in het hartje van Parijs geboren Jean Pierre Marie Persoit met wisselend succes.
Zijn vader, Pierre Persoit, verkocht groenten en fruit. Ondanks dat zijn moeder meehielp leefden zij in betrekkelijke armoede. Jean Pierre trad niet in de voetsporen van zijn vader, maar leerde het vak van edelsmid/graveur, een beroep dat perspectief bood op een welvarender bestaan. Het vermoeden bestaat dat Jean Pierre naast sierwerk van edelmetaal ook de zilveren en gouden onderdelen maakte voor de sloffen van strijkstokken. Door vroegere strenge Parijse gilde-regels was het vioolbouwers verboden om dat zelf te doen, maar waren zij verplicht die door een lid van het zilver- en goudsmeden gilde te laten maken. Die gewoonte was, ook nadat de macht van de gilden was geweken, nog gebleven. Net zoals de jonge François Xavier Tourte die het vak van klokkenmaker had verruild voor vioolbouwer, nam Jean Pierre Persoit zich voor om van baan te veranderen en dezelfde weg te volgen.

Avond van de Slag bij Jena 14/10/1806 · Jean-Baptiste Edouard Detaille
Noodgedwongen moest Jean Pierre dat voornemen ruim drie jaar lang uitstellen. In 1804 werd hij opgeroepen om in het leger van Napoleon te dienen. Voor zijn moedig optreden tijdens een van de veldtochten werd hij bevorderd en moest hij zijn regiment ook in de voorste linies aanvoeren. Bij de slag om Jena in Pruisen die in 1806 plaatsvond, werd hij echter zo ernstig gewond dat hij enkele maanden nodig had om te herstellen. Na in 1807 verder opgeklommen te zijn tot kapitein, bleef Jean Pierre Persoit tot het eind van dat jaar in dienst van Napoleon. Door zijn afwezigheid in Parijs was van zijn klantenkring weinig meer over en zocht hij een leermeester om vioolbouwer te worden.
Nicolas Lupot
Vooraanstaande onderzoekers als Millant, Raffin en Childs hebben voldoende aanwijzingen gevonden om te kunnen stellen dat Lupot Persoits leermeester was. Vader Lupot en zijn zoon Nicolas hadden zich in 1794 als zelfstandige vioolbouwers in Parijs gevestigd. Zij genoten kort na hun vestiging in de hoofdstad al een grote vermaardheid door hun goede, naar Italiaanse school gebouwde instrumenten en bijzondere strijkstokken. Een betere leerschool had Jean Pierre Persoit niet kunnen treffen.
In de archieven van Parijs staat Persoit in 1812 nog niet als vioolbouwer, maar wel als ‘medewerker-vioolbouwer’ te boek; bij wie dat was is niet bekend. Wel trouwde hij in dat jaar met Jeanne Faverot met wie hij samen al een dochter had die drie jaar eerder was geboren.
Zijn eerste eigen werkplaats begon hij net achter Les Halles dat toen in aanbouw was en het centrum van handel moest worden. Ook François Xavier Tourte had daar dichtbij in de buurt een atelier. In de volgende vijftien jaar verhuisde Jean Pierre nog vier keer, steeds in dezelfde omgeving en steeds bij Tourte in de buurt. Het kan toeval zijn, maar aannemelijk is dat niet, daarvoor lijkt het werk van Persoit te veel op dat van Tourte.
Persoit heeft zich niet alleen door François Tourte laten beïnvloeden, maar ook door de eigenzinnige en ervaren Jacob Eury.
Childs wijst erop dat Persoit zich niet alleen door de veel oudere François Tourte heeft laten beïnvloeden, maar ook door de eigenzinnige en ervaren Jacob Eury (1765-1848). Deze vioolbouwer die zich had toegelegd op het maken van strijkstokken, was in hetzelfde jaar dat Persoit zijn eerste atelier opende naar de Rue Croix-des-Petits-Champs verhuisd. Hij vestigde zich enkele huizen verwijderd van het pand waar Nicolas Lupot zijn atelier had.
Eury zat diep in de schulden en had een lening afgesloten bij de vioolbouwer Jean Gabriel Koliker. Deze zat zelf eveneens in de Rue Croix-des-Petits-Champs en bezat nog enkele panden in die straat. Naar één ervan mocht Jacob Eury zijn atelier overbrengen. Eury werkte ongetwijfeld ook voor Koliker, maar bleef ondanks alles trouw aan zijn eigen opvattingen en ging door met het maken van buitengewoon markante strijkstokken die sterk door Tourte beïnvloed lijken. Niet verwonderlijk, want als buurtgenoten wisselden zij ongetwijfeld hun ervaringen uit. De Rue Croix-des-Petits-Champs werd voor Persoit een ontmoetingsplaats met vioolbouwers en strijkstokkenmakers die voor hem belangrijk waren.
Hyperinflatie had veel vioolbouwers de das omgedaan; alleen de meest innovatieve Parijse bouwers overleefden.
Als zelfstandige was Persoit niet erg succesvol; niet verwonderlijk want de politieke onrust had Frankrijk achtereenvolgens de Verlichting, de Moderne Tijd, Napoleon en, na zijn val, Lodewijk XVlll gebracht die allemaal veranderingen in de muzikale cultuur teweeg hadden gebracht. En iedere verandering stelde weer andere eisen aan vioolbouwers en strijkstokkenmakers. Ten slotte was het de hyperinflatie geweest die veel vioolbouwers de das om had gedaan. Alleen de meest innovatieve Parijse bouwers zoals Jean-Baptiste Vuillaume overleefden. Veel andere bouwers haalden hun strijkstokken uit Mirecourt, waar de concurrentie zo groot was dat ook zeer goede strijkstokken per gros voor een klein bedrag verkocht werden.
J.B. Vuillaume
Verantwoordelijk voor een gezin met inmiddels vier dochters, sloot Jean Pierre Persoit in 1826 zijn niet renderende atelier en trad in dienst bij Vuillaume, een opmerkelijke aanstelling, want andere bouwers werkten slechts voor hem. Vuillaume was net getrouwd met Adèle Geneset, de oudste dochter van de rijke ondernemer en burgemeester van Clermont. Zij was toegewijd, slim en zéér vermogend. Samen hadden zij een atelier met woning gekocht in de Rue Croix-des-Petits-Champs in Parijs. Het was een groot pand in een levendige buurt met bekende vioolbouwers en strijkstokkenmakers als buurtgenoten. Hun atelier groeide te midden van de tientallen Parijse vioolbouwateliers en handelaren in strijkinstrumenten, waarvan er velen het hoofd echter nauwelijks boven water konden houden.
Bij Vuillaume begon Persoit eerst als vioolbouwer, maar snel zag Vuillaume meer in Persoits kracht als strijkstokkenmaker en liet hem zijn eerste experimentele stokken maken. Het succes van Vuillaumes bedrijf was zo groot dat hij in 1828 uitbreidde met een nieuw atelier waar hij zijn meest getalenteerde werknemers alleen maar strijkstokken liet maken.
Tegelijk met Persoit was in 1826 de jonge, geniale Dominique Peccatte komen werken. Peccatte was een onervaren jonge man die te onrustig was om violen te bouwen, maar die een goed gevoel had voor strijkstokken. Vuillaume liet Persoit zich over hem ontfermen. Dominique Peccatte bleek zo veelbelovend dat Jean Pierre Vuillaume overhaalde om hem vrij te kopen uit militaire dienst, waartoe hij was opgeroepen. Bij Vuillaume was niets voor niets en hij verplichtte Peccatte om zes jaar bij hem in dienst te blijven tegen een zeer bescheiden salaris. Uiteindelijk promoveerde hij tot hoofdmedewerker, verantwoordelijk voor de productie van Vuillaumes zelfbeharende en metalen strijkstokken. Peccatte en Persoit werkten al die jaren bij Vuillaume intensief samen. Peccatte vertrok al na zes jaar naar François Lupot, maar Persoit bleef tot 1838 bij Vuillaume werken.
Het jaar daarop probeerde Jean Pierre Persoit het opnieuw, en dit keer met meer succes. Hij opende weer een eigen atelier, maakte strijkstokken onder zijn eigen naam en maakte ze ook voor anderen.
Muziek had tijdens Persoits leven geleidelijk weer een belangrijke sociale functie gekregen; er werden veel nieuwe composities geschreven en concerten werden massaal bezocht. Daardoor leefde het muziekleven in Parijs enorm op. Veel musici trokken naar Parijs dat door alles heen het centrum van kunst en cultuur was gebleven. Ook het conservatorium bloeide weer. Niet verwonderlijk dat de vraag naar nieuwe instrumenten toenam. Zelfs kleine ateliers kregen voldoende werk of groeiden zelfs. Ruim twaalf jaar werkte Jean Pierre Persoit als zelfstandig strijkstokkenmaker in Parijs. In 1849 stierf zijn vrouw. Persoit zette zijn bedrijf nog enkele jaren voort, verhuisde twee jaar na haar dood naar de rand van de stad, waarna hij na 1854 niet meer in de Parijse archieven terug te vinden is.
Jean Pierre Marie Persoit hoort thuis in het rijtje grote negentiende-eeuwse Franse strijkstokkenmakers.
François Xavier Tourte
In de tijd dat Jean Pierre aan zijn loopbaan begon was het gebruikelijk dat vioolbouwers strijkstokken als een attribuut bij hun eigenlijke vioolbouwwerk beschouwden. Strijkstokken waren bijzaak. Het model van strijkstokken veranderde dan ook al naar gelang de opvatting van de vioolbouwer, de mode en de vraag van musici. Het eigenlijke vak van strijkstokkenmaker kwam er pas nadat François Xavier Tourte zich rond 1800 voor het eerst had toegelegd op het bouwen van strijkstokken. In de jaren die volgden begonnen ook anderen zich voor dat vak te interesseren. Tourtes innovaties leverden een enorme bijdrage aan de ontwikkeling van de strijkstok zoals we die nu kennen, maar het zou nog jaren duren voor er een uitgewogen, algemeen geaccepteerd concept zou ontstaan.
De strijkstokken van Persoit laten de invloed van Lupot, maar ook van Tourte en Eury zien
De eerste strijkstokken van Jean Pierre Persoit lijken wel op elkaar, maar vertonen ook aanzienlijke verschillen. Onderzoekers veronderstellen dat Persoit ze uit de hand maakte, zonder vooraf een tekening of ontwerp te hebben gemaakt, zoals later gebruikelijk werd. De vorm, balans en dikte van de stang werkte hij gedurende het maakproces bij tot de gewenste strijkstok ontstond. Had hij een goed model gemaakt, dan kopieerde hij dat min of meer. Van Lupot nam hij veel over, maar zijn strijkstokken laten ook de invloed van Tourte en Eury zien.
Op de strijkstokken die hij bij J.B. Vuillaume maakte, staan de initialen van Persoit soms, maar niet altijd. Wel is zijn hand altijd duidelijk terug te vinden. Vuillaume was nieuwsgierig, innovatief en experimenteerde veel. Vaak liet hij zijn nieuwe ideeën door zijn medewerkers uitvoeren. Zo ook strijkstokken die op een eenvoudige en dus goedkope manier opnieuw behaard konden worden. Bekend is dat Persoit aan deze innovaties werkte.
Ook al verschillen de latere strijkstokken van Persoit van elkaar, ze hebben elegantie en een zekere mate van lichtheid met elkaar gemeen. Hij begint zijn stokken achtkantig en geeft ze pas kort voor het midden een ronde doorsnede.
Kenmerkend voor Persoit is dat hij vasthield aan een vroegere opvatting om geen zilveren baan te gebruiken tussen de slof en de stang.
Nadat hij bij Vuillaume weg was maakte hij zijn strijkstokken als eerbetoon nog grotendeels naar het model van zijn vorige werkgever. Later worden zijn strijkstokken krachtiger en gebruikt hij iets lagere en langere sloffen dan andere bouwers. Het is vermoedelijk zijn zuinige aard geweest dat hij geen eigen brandstempel liet maken, maar de A’s en de I uit een bestaande stempel met de tekst ‘A PARIS’ wegvijlde, waardoor de verkorting van zijn achternaam P R S overbleef. Deze letters brandde hij op de stang ter hoogte van de slof en soms op de slof zelf, maar nooit aan de zijkant, zoals gebruikelijk was.
Persoit had geen groot oeuvre. Nu zijn strijkstokken van zijn hand zeldzaam, meestal voortreffelijk gemaakt en zeer kostbaar.
Thoene J., 2006, Violins & Bows, London.
Childs P., 2003, Jean Pierre Persoit, His life and his work, New York.
Gaudfroy B., 2001, ‘La Naissance de ‘l Archet Moderne, Paris.
Raffin, Jean Francois; Millant, Bernard, 2000, L'Archet. Paris: L'Archet Éditions.
Cité de la musique/Musée de la musique, Violons, Vuillaume, un maître luthier français de XIXe siècle, 1998, Paris.
Liivoja-Lorius J., ’The Bows of Persoit’, The Strad, xci (1980–81), 254–6.
Millant R., 1979, J.B. Vuillaume; Sa vie et son oeuvre. Hill&sons, London.
Vatelot, Étienne, 1976, Les Archet Francais. Sernor: M. Dufour.
Henley W., 1969, Universal Dictionary of Violin & Bow Makers. Brighton.
Roda, J. 1959. Bows for Musical Instruments, Chicago.
Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2019.
Géneanet, geraadpleegd in 2019.
Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2019.