Doorgaan naar content
bouwer

Jacob Weiss

*1672 , Brüx      †1742 , Salzburg

De familie Weiss was een wijdvertakte familie van musici, verspreid over grote delen van wat nu Duitsland en Oostenrijk is. Onder hen waren opmerkelijk veel luitspelers. De meest bekende van de familie was Sylvius Leopold Weiss. In zijn tijd bekend vanwege zijn virtuositeit en het grote aantal composities dat hij voor dit instrument heeft geschreven. De enige bouwer van luiten en strijkinstrumenten in de familie was Jacob Weiss.

Jacob werd in 1672 geboren in Brüx, een Boheems stadje in het noordwesten van het toenmalige Habsburgse rijk, 150 km ten noordwesten van Praag.
Werkplaats(en)
Salzburg/Olmütz, 1710-1742
Residenz PLatz Salzburg rond 1710

Naar Salzburg

Wanneer Jacob Weiss naar Salzburg ging, is niet bekend. De stad lag 280 km ten zuiden van zijn geboorteplaats. Violen bouwde hij pas rond zijn dertigste, nadat hij in Salzburg bij Joann Paul Schorn het vak had geleerd. Schorn was de vioolbouwer van het koninklijk hof in Innsbruck geweest en in 1696 aangesteld als eerste violist van het aartsbisschoppelijk hoforkest in Salzburg. Naast zijn baan als luitspeler werkte Schorn tot aan zijn dood in 1716 ook als vioolbouwer in de stad.

Van vóór 1710 zijn er geen gegevens over het verblijf van Jacob Weiss in Salzburg te vinden. Uit zijn huwelijksakte blijkt dat hij in ieder geval in 1710 in de stad woonde. In dat jaar trouwde hij met Ursula Mayr, dochter van Andreas Ferdinand Mayr. Zijn schoonvader was de luitenmaker en vioolbouwer aan het aartsbisschoppelijk hoforkest, net als zijn vader dat voor hem was geweest. Vóór zijn huwelijk heeft Jacob vermoedelijk enkele jaren bij Ursula’s vader gewerkt. In 1710 bouwde Jacob Weiss zijn vroegst bekende viool. Hij woonde en werkte in het huis van zijn schoonvader tot hij in 1730 verhuisde naar een eigen woning met werkplaats die aan de Sigmund Haffner Gasse lag, eveneens in Salzburg.

Residenz PLatz Salzburg rond 1710

Residenz PLatz Salzburg rond 1710

Werken in de ‘Steen geworden muziek’

Wat muziek betreft was Salzburg in het Habsburgse rijk de belangrijkste stad; de ‘Steen geworden muziek’ zoals de stad later wel werd genoemd.

De aartsbisschop zetelde er, die op de vorst na de meest invloedrijke persoon in het land was. De musici aan zijn hof werden goed opgeleid en fungeerden als docenten voor de andere musici. Jaarlijks werden er honderden uitvoeringen van profane en kerkelijke muziek gegeven en vaak op zeer hoog niveau. Belangrijke componisten als Biber, Muffat en Caldara werkten er. Veel oude strijkinstrumenten van het hoforkest waren aangepast of vervangen door moderne, vaak van Jacob Stainer of van tijdgenoten die in zijn stijl bouwden. Dat was nodig om werken die voor steeds grotere bezetting werden geschreven, mee uit te kunnen voeren. Veel concurrentie binnen de stad had Jacob Weiss niet. Jacob Schorn overleed al in 1716, waarna alleen de zoon van Andreas Ferdinand Mayr overbleef en voor zover bekend nog twee andere vioolbouwers.

Vrijwel overal in Midden- en Noord-Europa waren de violen van Jacob Stainer in zwang, hoog gewelfd en mild van klank. De aartsbisschop van de Salzburg had er een aantal voor zijn orkest laten maken toen Stainer daar eind 1644 zijn opwachting had gemaakt. Stainer werd een van de meest invloedrijke vioolbouwers ten noorden van de Alpen; zijn instrumenten waren na zijn dood verspreid geraakt over heel Europa en werden gekopieerd door de meeste vioolbouwers.

Monocorde

Een eigenzinnige bouwer

De strijkinstrumenten die van Jacob Weiss bekend zijn, wijken daarvan af. Ze zijn vlakker en vertonen meer de invloed van instrumenten zoals die ten zuiden van de Alpen werden gebouwd.

Jacob Weiss overleed in 1742, het jaar dat Leopold Mozart in Salzburg zijn eerste compositie liet uitvoeren en bevorderd werd tot violist van het hoforkest.

Van Jacob Weiss zijn nog maar enkele violen bekend: drie luiten, twee viola d’amores, een zessnarige mandore, een monocorde en een cello.

Hij nummerde zijn instrumenten aan de binnenkant. In tegenstelling tot de meeste andere vioolbouwers in die tijd, liet hij zijn etiketten drukken:

"Jacob Weisz / Lauthen- und Geigenmacher in Salzburg 1738“

Bron: Tarisio

Bron: Tarisio

Bronnen

Östenreichissches Musiklexikon 1/2006

Hopfner R., 2005, Schorn, Familie. In: Osterreichisches Musiklexikon, Österreichischen Akademie der Wissenschaften, Wien.

Fachinformationsdient Oostenrijk 2024

Consortium European Research Libraries, bezocht 2024

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa

Auteur
Jan Boekhout
Datum
5 maart 2024