Doorgaan naar content
bouwer

Hippolyte Silvestre (Chrétien)

*1845 , Sommerviller      †1913 , Neuilly-Plaisance

Toen Hippolyte Jean Chrétien in 1845 werd geboren, was de familienaam van zijn moeder bij musici al een begrip. Haar twee broers Pierre en Hippolyte Silvestre bouwden voortreffelijke strijkinstrumenten. De een was opgeleid in de traditie van François Lupot, de ander in die van Jean-Baptiste Vuillaume. Samen hadden zij een zaak in Lyon maar verkochten hun instrumenten tot ver buiten de grenzen.

De jonge Hippolyte Jean Chrétien begon in Mirecourt aan zijn opleiding tot vioolbouwer en maakte die af in Lyon bij zijn oom Hippolyte Silvestre. Toen Hippolyte twintig was, stopte zijn oom met werken en kon hij de zaak overnemen. Als eerbetoon of uit handelsgeest noemde hij zich daarna Hippolyte C. Silvestre.

Twintig jaar later verhuisde hij naar Parijs, legde handelscontacten met buitenlandse bouwers en richtte mede de Franse vereniging van vioolbouwers op.

Hippolyte Silvestre bouwde volgens de beste Franse traditie; eerst naar Stradivari en Guarneri, later naar Goffriller, Montagnana en Serafin.

Hij fuseerde met Ernest Maucotel en zette de zaak voort onder Silvestre & Maucotel. Voor zijn verdiensten werd hij benoemd tot Chevalier de la Légion d’Honneur.
Werkplaats(en)
Lyon, 1860-1884
Parijs, 1884-1913

Op jonge leeftijd naar Mirecourt

Sommerviller, waar Hippolyte Jean Chrétien werd geboren, was een onaanzienlijk dorp van 600 mensen aan de rivier de Meurthe, vlak bij Mirecourt. Zijn vader, Jean Baptiste Chrétien was daar kleermaker en zijn moeder, Catherine Silvestre, werkte in een textielfabriek, Hippolyte Jean was hun enige kind. Het was een gehucht waar de meeste familieleden van zowel zijn vaders als zijn moeders kant vandaan kwamen. Hippolyte Jean Chrétien ging, net als zijn ooms jaren eerder deden, op jonge leeftijd naar het nabijgelegen Mirecourt om daar tot vioolbouwer te worden opgeleid. Bij wie is niet bekend, wel dat hij na drie jaar naar Lyon ging om zich bij zijn oom Hippolyte Silvestre verder te scholen.

De firma ‘Silvestre Frères’ was onder musici een begrip in Lyon en ver daarbuiten.

J.B. Vuillaume

J.B. Vuillaume

Hippolyte Silvestre was een leerling van de vermaarde vioolbouwer J. B. Vuillaume in Parijs en had het al snel tot een van zijn vaste medewerkers gebracht. Iets dat alleen maar voor de meest talentvollen was weggelegd. Hippolyte en zijn broer Pierre hadden samen in Lyon een zaak aan een van de mooiste pleinen van de stad, dicht bij de Académie des Beaux-Arts en het grote, nieuwe operahuis. De firma ‘Silvestre Frères’ was onder musici een begrip in Lyon en ver daarbuiten.

Onder de hoede van zijn oom Hippolyte Silvestre

Tot 1848 hadden Hippolyte Silvestre en zijn broer Pierre de zaak samen geleid, hadden er een gerenommeerd bedrijf van gemaakt en prijzen gewonnen voor hun instrumenten. Daarna keerde Hippolyte terug naar Sommerviller, Pierre ging alleen verder. Pas na Pierres dood was Hippolyte weer naar Lyon gegaan om de zaak voort te zetten. Toen de jonge Hippolyte Jean Chrétien rond 1860 bijna klaar was in Mirecourt, nam zijn oom Hippolyte hem onder zijn hoede en leidde hem verder op. De verfijnde manier waarop Hippolyte Silvestre werkte, leverde instrumenten op die gerekend konden worden tot het beste uit de Franse vioolbouwkunst. In die traditie werd Hippolyte Jean Chrétien opgeleid.

Van ’Neveu de Hippolyte Silvestre’ naar H(ippolyte) C. Silvestre

Op zijn drieënvijftigste stopte Hippolyte Silvestre met werken. Hippolyte Jean Chrétien, die nog maar net twintig was, mocht het inmiddels zeer succesvolle bedrijf overnemen. Als nieuwe eigenaar zette hij vanaf 1865 ‘Neveu de Hippolyte Silvestre’ als aanbeveling op zijn briefpapier en etiket. Nog in het zelfde jaar nam hij de achternaam van zijn moeder aan en liet zich eveneens Hippolyte Silvestre noemen, zijn brieven ondertekende hij met H.C. Silvestre. Een jaar nadat hij zelfstandig was geworden nam hij Sebastien Deroux in dienst die tot 1869 zijn medewerker zou blijven, in 1872 gevolgd door Paul Blanchard en in 1876 nam hij Paul Serdet aan die tot 1893 bleef.

Gouden medaille in Wenen

Hippolytes werk werd zo goed dat hij in 1872 voor het eerst meedeed aan een tentoonstelling in Lyon. Met de twee violen, won hij een zilveren medaille. Aangemoedigd door het succes nam hij een jaar later weer deel aan een expositie, dit keer in Wenen en won een gouden medaille.

In 1878 trad hij in het huwelijk met de twaalf jaar jongere Elise Magnoux, een jaar later werd hun dochter Juliette geboren.

Alle internationale contacten liepen via de oude handelsrelaties in Parijs. Kort voor zijn veertigste verhuisde hij naar de hoofdstad.

Net als veel vioolbouwers die naam hadden gemaakt, legde hij contacten met vioolbouwers en handelaren in het buitenland. Met name in Londen was het werk van goede Franse vioolbouwers erg in trek. Paul Bailly, vriend van de familie, had zich in Wardour Street gevestigd, vrijwel naast W. E. Hill & Sons. Hippolyte Jean maakte kennis met deze internationaal bekende expert en handelaar in kostbare instrumenten en deed geregeld zaken met hem. Het werd Hippolyte Jean Chrétien, mede door W. E. Hill al snel duidelijk dat Lyon niet de meest gunstige stad was om te kunnen groeien. Alle internationale contacten liepen via de oude handelsrelaties in Parijs. Kort voor zijn veertigste verhuisde hij met vrouw en dochter naar de rue Faubourg-Poissonière in de hoofdstad waar veel grote vioolbouwers zaten. Zijn zaak zat vrijwel naast het beroemde Alcazar en schuin tegenover het Parijse conservatorium.

Vervalsingen: vioolbouwers verenigen zich

Het succes van Franse vioolbouwers had ook een keerzijde: instrumenten werden en-masse vervalst. Sommige vioolbouwers die dit ontdekten, spanden rechtszaken aan, maar de proceskosten wogen nauwelijks op tegen het resultaat. Om de belangen van de vioolbouwers te kunnen bundelen richtte een kleine groep vioolbouwers, waaronder H.C. Silvestre, in 1890 het Chambre Syndicale de la Facture Instrumentale de Musique de France op. H.C. Silvestre werd daar de eerste secretaris van.

Handelsreizen naar Oost-Europa

Aan het eind van de negentiende eeuw was de markt voor nieuwe instrumenten in West-Europa wel verzadigd. Eerder hadden vioolbouwers de Angelsaksische landen verkend en daar handelspartners gevonden, Hippolyte Jean Silvestre zocht het in Oost-Europa. Hij ondernam in 1887 handelsreizen naar Boedapest en Praag. Een jaar later vroeg hij Charles Dvořák die hij in Praag ontmoet had, per brief om hem behulpzaam te zijn bij het vinden van 60 tot 100 kilo paardenhaar voor strijkstokken, een enorme hoeveelheid, zelfs voor vioolbouwers met een grote klantenkring.

Silvestre & Maucotel

In 1891 ging hij naar Moskou. Daar ontmoette hij Ernest Maucotel. Ernest was leerling van Paul Bailly geweest die hem in de beste Franse traditie had opgeleid en werkte al zes jaar lang in Moskou bij zijn oom E.A. Salzard. Hippolyte Jean kwam onder de indruk van Ernest Maucotels vakmanschap en nodigde hem uit om de leiding van zijn werkplaats in Parijs op zich te nemen. In 1894 kwam zijn voormalig medewerker Paul Serdet eveneens naar Parijs en vestigde zich enkele deuren verwijderd van zijn zaak. Negen jaar werkte Ernest Maucotel voor Hippolyte C. Silvestre. Daarna werden zij partners en noemden de zaak ‘Silvestre & Maucotel’. Hun samenwerking duurde tot Hippolyte Chrétien Silvestre in 1913 stierf. Ernest Maucotel zette de zaak, samen met Paul Deschamp op dezelfde plek voort.

Voor zijn verdiensten werd Hippolyte Jean Chrétien benoemd tot Chevalier de la Légion d’Honneur.

Medewerkers:

Sébastien Auguste Deroux (1866-1869) Paul Blanchard (1872-1876) Paul Serdet (1877-1893)Auguste Delivet (1887-1892)

Excellent vakmanschap

Hippolyte, Pierre en Hippolyte Jean bouwden overwegend violen, minder vaak altviolen en maar enkele cello’s. Hoeveel Jean er bouwde is niet bekend, maar hij was zeer productief. Vermoedelijk zijn het er rond de 400 geweest. Hij baseerde zijn werk in Lyon op een paar modellen van Stradivari en een enkele keer op die van Andrea Guarneri.

In Parijs ging hij daar aanvankelijk nog mee door, maar na verloop van tijd specialiseerde hij zich meer in instrumenten die gebaseerd waren op de Venetiaanse bouwers als Serafin, Montagnana of Goffriller.

Zijn instrumenten laten excellent vakmanschap zien; ze zijn verfijnd in ieder detail en worden beschouwd als het beste dat aan het eind van de negentiende eeuw in Frankrijk werd gebouwd. De kwaliteit betreft niet alleen de bouwwijze en afwerking, maar ook de klank.

Net als Hippolyte en Pierre gebruikte hij meestal een mooie, donkerrode lak die hij zo bewerkte dat de instrumenten er iets ouder door leken.

De viool die Het Muziekinstrumentenfonds van hem in de collectie heeft is een goed voorbeeld van wat hij bouwde toen hij nog maar kort in Parijs werkte.

Er zijn drie etiketten van hem bekend:
H.C. Silvestre neveu à Lyon en 18.. № ...
H.C. Silvestre à Paris 18..
H.C. Silvestre neveu à Paris en 18.. № ...

Bron: Tarisio

Bron: Tarisio

Bron: Tarisio

Bronnen

Milliot S. en Perrin N. 2017, Lecture 3; journée Européenne de la Lutherie. Cordes sur Ciel.

Thöne J, 2008, Italian & French Violin Makers, Dubai.

Carlson B., Schmitt J. F., Moroder I., Leonhard F., 2007, Italian & French Violin Makers, Keulen.

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.

Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris.

Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2021.

Geneanet, geraadpleegd in 2021.

Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2021.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
12 januari 2022