Doorgaan naar content
bouwer

Hippolyte Silvestre

*1808 , Sommerviller      †1879 , Sommerviller

Het dorp Sommerviller waar Hippolyte Silvestre geboren werd zal hij zich nauwelijks herinnerd hebben, want op zijn tweede vertrokken zijn ouders met hem en zijn zeven jaar oudere broer Pierre naar Mirecourt. Later zou hij er tweemaal terugkeren, trouwen en een groot deel van zijn instrumenten bouwen.

Hippolyte moet al jong opgevallen zijn door zijn talent, want zijn eerste werkgever, Jean-Baptiste Vuillaume, was veeleisend. Diens atelier in Parijs was een van de meest vooraanstaande in Frankrijk. Op zijn veertigste ging Hippolyte naar Lyon en bouwde samen met zijn broer Pierre het ‘Maison Silvestre Frères’ op dat in de loop van de jaren tot een prominent bedrijf uitgroeide.

Na zeventien jaar keerde hij terug naar Sommerviller en begon voor zichzelf. Pas toen zijn broer overleed nam hij zijn voormalige werk in Lyon weer op. Op zijn drieënvijftigste stopte hij in Lyon om nog enkele jaren in Sommerviller door te gaan met het bouwen van strijkinstrumenten.

Zijn instrumenten zijn goede voorbeelden van de grote Franse vioolbouw traditie uit de negentiende eeuw.
Werkplaats(en)
Parijs, 1825-1831
Lyon, 1831-1848
Sommerviller, 1848-1859
Lyon, 1859-1865
Sommerviller, 1865-1879

Zoon van een voormalige monnik

Sommerviller, het dorp waar Hippolyte in 1808 geboren werd, was een onaanzienlijk dorp langs de rivier de Meurthe met niet meer dan een kleine 600 inwoners.

Zijn vader Pierre Silvestre was tot 1795 benedictijner monnik in Luneville geweest en had na uitgetreden te zijn, de wijngaarden van zijn vroegere abdij verzorgd. In 1800 trouwde hij met Christine Baraban uit Sommerviller en kreeg in 1801 zijn eerste zoon. In 1804 veranderde Pierre Silvestre van beroep en werd leraar Franse taal- en letterkunde aan een klein college in Saint-Nicolas-de-Port dat hij zelf opgericht had. Na enkele jaren werd hij leraar in Vézelise en verhuisde ten slotte naar Mirecourt waar hij in hetzelfde vak les ging geven. Erg veel geluk kende het gezin niet want van hun zes kinderen stierven er vier kort na hun geboorte. Ook Pierre, Hippolytes vader stierf jong; Hippolyte was acht en zijn broer zestien.

In navolging van zijn broer Pierre in de leer bij Laurent Blaise

Na de dood van zijn vader werd Hippolyte opgevangen door zijn oom Laurent Blaise, een van de vele goede vioolbouwers in Mirecourt. Bij hem begon hij rond zijn twaalfde een opleiding tot vioolbouwer. Zijn broer Pierre was hem bij Blaise al voorgegaan en zou lang zijn voorbeeld blijven.

Toen Hippolyte vijftien was, vertrok zijn broer Pierre naar Parijs om bij Nicolas Lupot zijn opleiding tot vioolbouwer af te maken. Hippolyte bleef bij Laurent Blaise in Mirecourt achter.

Pierre moet al jong een goede vakman geweest zijn, want Nicolas Lupot was al in zijn tijd een grootheid in zijn vak; hij was vioolbouwer van de Chapelle Imperiale van Napoleon en ook na de val van Napoleon bleef hij in dienst van de nieuwe machthebbers als ‘luthier de la Chapelle Royale’. Pierre werd enkele jaren na zijn leertijd een van Lupots vaste medewerkers.

In tien jaar tijd groeide Vuillaumes firma uit tot een bedrijf waar zo’n 150 instrumenten en 600 strijkstokken per jaar werden gemaakt

J.B. Vuillaume

Rond 1827 had Hippolyte het grootste gedeelte van zijn opleiding bij Laurent Blaise voltooid. Blaise was een goede leermeester en Hippolyte bleek getalenteerd te zijn. Hij mocht zijn opleiding bij Jean-Baptiste Vuillaume in Parijs voortzetten. Vuillaume was een charismatische figuur die talloze vindingen op het gebied van vioolbouw op zijn naam had staan en zijn medewerkers aanzette tot bijzondere prestaties. Hij was ook een goede zakenman. Toen Hippolyte bij hem kwam werken stond het bedrijf aan het begin van een enorm succes. In tien jaar tijd groeide Vuillaumes firma uit tot een bedrijf waar zo’n 150 instrumenten en 600 strijkstokken per jaar werden gemaakt, een tot dan toe in Europa nauwelijks geëvenaarde hoeveelheid. Hippolyte klom na vijf jaar op tot een van Vuillaumes vaste medewerkers.

In 1823 overleed Nicolas Lupot. Niet Hippolytes broer Pierre Silvestre maar Charles François Gand nam de zaak over. Gand volgde Lupot op als vioolbouwer bij de Chapelle Imperiale en werd eveneens de vioolbouwer van het Conservatorium van Parijs. Bij deze grondlegger van de Gand-dynastie bleef Pierre Silvestre nog vijf jaar, voordat hij in 1829 voor zichzelf begon. Een beter voorbereiding op een zelfstandig bestaan was nauwelijks denkbaar; bij Lupot had hij uiterst verfijnd leren bouwen en onder Gand had hij gezien hoe een bedrijf geleid moest worden. Pierre begon niet in Parijs voor zichzelf waar de concurrentie moordend was, maar in Lyon. Hippolyte had nog twee jaar nodig om voldoende ervaring bij Vuillaume op te doen alvorens hij Pierre in 1831 naar Lyon volgde.

Silvestre Frères, Lyon in opkomst als muziekstad

Hippolyte en Pierre begonnen samen in Lyon een nieuwe zaak aan de Place des Terreaux. Het lag aan een van de mooiste pleinen van de stad waar ook de Académie des Beaux-Arts en het stadhuis gevestigd waren. Een nieuw operahuis opende zijn deuren in hetzelfde jaar en lag op een steenworp afstand van de firma ‘Silvestre Frères’. Het trok musici en liefhebbers van muziek vanuit heel Europa naar de stad.

Lyon was de op een na grootste stad van Frankrijk, maar tot aan het jaar dat Hippolyte Silvestre ernaartoe verhuisde beschikte het slechts over een oud en te klein operagebouw en waren het voornamelijk enkele kleine gelegenheden waar muziek werd uitgevoerd. Een rijk cultureel leven zoals Hippolyte in Parijs gewend was, ontbrak. Toch was Lyon goed gekozen; het was in opkomst. Na de revolutie en de machtsovername door Napoleon groeide het aantal amateurmusici dat op hoog niveau speelde en naar de mode van die tijd ook veel klein symfonisch werk uitvoerden. De stad had zich fel tegen de revolutie verzet en streek daar als beloning nu de revenuen van op.

Een paradijs voor handelaren in muziekinstrumenten

Tussen 1825 en 1850 werd er geïnvesteerd in opera- en andere orkesten, in een academie voor schone kunsten en in muziekscholen die veel amateurs en professionals opleidden. De stad stond bovendien internationaal bekend om de bouw van diverse soorten muziekinstrumenten, maar vioolbouwers waren er nauwelijks. De vraag daarnaar explodeerde in de eerste helft van de 19e eeuw toen Lyon zich tot regionale hoofdstad ontwikkelde door zijn gunstige ligging nabij grenzen die bereikbaar werden door Napoleons nieuw aangelegde wegen. Voor handelaren in muziekinstrumenten werd Lyon een paradijs. Wel bleef Parijs het centrum voor vioolbouw, maar ver weg van de hoofdstad ondervonden de broers Silvestre daarvan nagenoeg geen concurrentie.

Hippolyte en Pierre maakten de firma in korte tijd tot een groot succes; hun instrumenten werden in heel Frankrijk hoog gewaardeerd. In 1844 deden de broers mee aan de Exposition Nationale in Parijs en wonnen een medaille. Dat was de eerste van een reeks inzendingen waarmee zij voortdurend hoge waardering kregen.

Tot 1848 bleven zij samen. Daarna vertrok Hippolyte en ging terug naar Sommerviller, het dorp waar hij geboren was en de eerste twee jaren van zijn leven had doorgebracht. Pierre ging in Lyon alleen verder.

Terug naar Sommerviller

In Sommerviller betrok Hippolyte zijn voormalige ouderlijk huis, liet een atelier bouwen en vestigde er zich als zelfstandig vioolbouwer. Vermoedelijk zal maar een klein aantal musici hun instrumenten rechtstreeks door hem hebben laten bouwen. Waarschijnlijk is dat hij de meeste instrumenten die hij in die periode bouwde in Parijs verkocht aan zaken met wie hij een overeenkomst had.

In 1859 stierf Pierre; Hippolyte keerde terug naar Lyon om de leiding over te nemen van de firma die inmiddels uitgegroeid was tot een groot bedrijf. Hij bleef er tot 1865, waarna zijn neef, Hippolyte Chrétien (1865-1884) het roer overnam. Na zijn dood werd de zaak gesloten.

Werk en invloed van Hippolyte Silvestre

Hippolyte bouwde overwegend violen, minder vaak altviolen en maar enkele cello’s. Pierre heeft een kleine 350 instrumenten gebouwd, het aantal instrumenten van Hippolyte is niet bekend, maar het zijn er vermoedelijk veel minder. Hij baseerde zijn werk op enkele modellen van Stradivari en een enkele keer op die van Andrea Guarneri.

Zijn instrumenten laten uitstekend vakmanschap zien; ze zijn verfijnd in ieder detail en worden beschouwd als het beste dat in de negentiende eeuw in Frankrijk werd gebouwd. De kwaliteit betreft niet alleen de bouwwijze, maar ook de klank. Instrumenten van Pierre worden net even iets meer gezocht dan die van Hippolyte.

Al in hun tijd was het werk van de broers Silvestre geliefd. Albert Jacquot (1853-1921) noemde hen al in zijn overzicht van Franse bouwers.

Hippolyte gebruikte meestal een mooie, donker-rode lak die hij zo bewerkte dat het instrument er iets ouder door leek.

De cello die Het Muziekinstrumentenfonds van hem in de collectie heeft is een van de weinige cello’s van Hippolyte en waarschijnlijk de laatste die hij in Lyon gebouwd heeft. Het is een prachtig exemplaar van het model dat de gebroeders Silvestre beroemd hebben gemaakt.

Cello Hippolyte Silvestre uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds

Cello Hippolyte Silvestre uit de collectie van Het Muziekinstrumentenfonds

Bronnen

Milliot S. en Perrin N. 2017, Lecture 3; journée Européenne de la Lutherie. Cordes sur Ciel.

Thöne J, 2008, Italian & French Violin Makers, Dubai.

Carlson B., Schmitt J. F., Moroder I., Leonhard F., 2007, Italian & French Violin Makers, Keulen.

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.

Millant R., 1979, J-B Vuillaume; Sa vie et son oeuvre. Hill&sons, London

Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.

Oudard G., 1926, Mirecourt, la ville des luthiers, Mirecourt,, Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris. Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2020.

Geneanet, geraadpleegd in 2020.

Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2020.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
18 november 2020