Doorgaan naar content
bouwer

Gregorio Antoniazzi

*± 1710 , Colle (Veneto)      †± 1780 , onbekend

Colle was een kleine plaats in de regio Veneto waar de heuvels om het dorp heen gebruikt werden voor land- en wijnbouw. Het dorp lag op het Domini di Terraferma, het vasteland van de Republiek Venetië. De eigenaars van het land waren kerkelijke instellingen en adellijke families uit Venetië en Treviso. Maar feitelijk werd het dorp en omgeving voornamelijk bewoond door pachters. De Antoniazzi’s woonden er al sinds de eerste helft van de zeventiende eeuw. Exacte gegevens over geboorte en overlijden van de bewoners in de streek werden pas sinds 1752 bijgehouden. Naar die van Gregorio moeten we gissen.
Werkplaats(en)
Colle (Veneto), 1730 - ± 1760

Landbezit, pachters en het leven op de Terraferma 

Colle was in de 18e eeuw een erg begeerde plek voor de rijke Venetiaanse families. Tussen Treviso en Colle lagen landerijen van Venetiaanse patriciërs (Loredan, Dolfin, Valier, Giustinian, Morosini) en van de plaatselijke adel (Spineda, Pola, Sbrojavacca). 

Het leverde veel prestige op om een landhuis in de regio te hebben. Bovendien kon men van daaruit het land bestieren dat hun eigendom was. En in de zomer bood het de gelegenheid om de hitte van de stad te ontvluchten en feesten te geven. De familie Giustinian had in Colle een landgoed, was betrokken bij muziek en had componisten in eigen gelederen gehad. Verschillende leden van de familie waren prominent aanwezig in het mecenaat van Venetië.

Een andere grootgrondbezitter in Colle was de familie Morosini. De familie bezat in Venetië indrukwekkende paleizen, waaronder hun Palazzo aan het Campo Santo Stefano, waar privé-concerten en muzikale bijeenkomsten plaatsvonden. En in Colle hadden ze een groot landhuis. Francesco Morosini liet het landgoed in Colle met veel pracht en praal uitbreiden en inrichten om ook daarin hun feesten te kunnen geven. De Morosini’s waren bekende mecenassen, met name voor componisten en musici, en traden vaak op als opdrachtgevers voor nieuwe opera‘s en instrumentale werken. Zo dreef Antonio Vivaldi, in de tijd dat hij in Venetië werkte, op de steun van de familie Morosini. De aanwezigheid van deze families zorgde ervoor dat er een goede verbinding tussen Colle en Venetië was. Naar Venetië was het iets meer dan een dagreis. Wekelijks gingen er transporten met wijn- en landbouwproducten naar Venetië. Of de instrumenten van Gregorio ook op die manier in Venetië belandden wordt niet vermeld.  

Campo di Stefano, Venetië, met Palazzo Loredano en Palazzo Morisini. Zie Bronnen*

Venetië als centrum van de vioolbouw 

Voor vioolbouwers als Gregorio Antoniazzi en andere bouwers die in de Veneto-streek werkzaam waren, was Venetië hun ijkpunt. Zelf waren ze door het gilde uitgesloten om als zelfstandige in Venetië te werken. Alleen wie onder bescherming van de aristocratie viel of jaren bij een van de Venetiaanse vioolbouwers in de leer was geweest en de meesterproeven met succes had afgelegd, kon een eigen werkplaats beginnen. Wie dat niet kon of wilde bleef in de periferie werken maar onderhield contact met bouwers in de stad. Daar zaten tientallen luit- en vioolbouwers waarvan Matteo Goffriller (ca. 1659–1742), Pietro Guarneri (1695-1762), Domenico Montagnana (1686–1750) en Santo Serafin (1699-ca. 1758) de belangrijkste waren.

Instrumenten voor Venetië of de export 

Gregorio Antoniazzi heeft hun werk ongetwijfeld gekend. Venetiaanse instrumenten vonden ook langs Colle hun bestemming over de Alpen naar Innsbruck of verder. En vanuit Venetië vond de export van instrumenten die in de regio waren gebouwd, voornamelijk naar Engeland plaats. In Londen werden voor Italiaanse strijkinstrumenten erg hoge prijzen betaald. Voor sommige handelaren was dat reden genoeg om instrumenten van onbekende bouwers ‘om te labelen’, waardoor ze veel verdienden aan bijvoorbeeld een ‘Montagnana’ die niet door hem was gebouwd. 

‘Er zijn slechts acht violen en
twee cello’s van Gregorio Antoniazzi bekend. Het
is goed denkbaar dat hij ongelabelde instrumenten
bouwde voor de Venetiaanse bouwers of rechtstreeks
voor de export’

Invloeden uit Venetië en Bergamo 

Instrumenten van Gregorio Antoniazzi wekken de indruk dat hij het vak had geleerd van een Venetiaanse bouwer. Zijn krul heeft erg veel weg van Montagnana. De lak die Gregorio Antoniazzi gebruikte leek wat samenstelling en kleur betreft op de Venetiaanse: oranjerood tot diep rood.

Daarnaast zien experts ook overeenkomsten in stijl en manier van werken die in Bergamo gebruikelijk waren. Zelf heeft hij daar niet gewerkt; zowel het burgerlijk archief als dat van de Misericordia Maggiore van deze stad werd uiterst nauwgezet bijgehouden en Antoniazzi komt daar niet in voor. Wel was de maestro di cappella van de San Marco in Venetië, Antonio Biffi (1692–1732), nog tijdens het leven van Antoniazzi leerling geweest van Giovanni Legrenzi uit Bergamo. Deze violist en vice maestro di cappella van de San Marco was in zijn laatste jaren vioolleraar aan een van de grote Ospedali van Venetië. 

Instrumenten uit Bergamo kan Gregorio Antoniazzi via Biffi in handen hebben gekregen, maar waarschijnlijker nog via de betere musici uit het Cappella Musicale van Basilica di Santa Maria Maggiore in Bergamo. Dat waren uitstekende musici die Venetië vaak als bestemming van hun muzikale loopbaan hadden. Door hen was Bergamo volgens Rozenholz-Witt een stad die op het gebied van polyfonie nauwelijks zijn gelijke had. Het cappella voerde zo’n 100 keer per jaar polyfone muziek buiten de kerkdiensten om uit. De concerten die zij gaven waren legendarisch. Alleen die van de San Marco in Venetië overtroffen hen. De musici uit Bergamo waren geliefd in Venetië maar konden zich de duurdere Venetiaanse instrumenten nog niet permitteren en speelden vermoedelijk nog op hun eigen instrumenten. 

Veel vioolbouwers gaven tijdens de werkperiode van Gregorio Antoniazzi de voorkeur aan de hogere welvingen van Jacobus Stainer en Amati, die in die tijd door veel musici hoger werden ingeschat dan aan vlakkere instrumenten van Antonio Stradivari.

Handel, export en het her-labelen van instrumenten 

Er zijn slechts acht violen en twee cello’s van Gregorio Antoniazzi bekend. Het vakmanschap van Gregorio Antoniazzi wordt door experts zo groot geacht dat het onwaarschijnlijk is dat hij niet meer instrumenten heeft gebouwd. Het is goed denkbaar dat hij ongelabelde instrumenten bouwde voor de Venetiaanse bouwers of rechtstreeks voor de export. Voor een eigen klantenkring van musici was Colle te onbeduidend en de bouwers van Venetië te talrijk. 

Eén van Antoniazzi’s instrumenten die door Charles Beare is onderzocht, blijkt door de Londense handelaar Thomas Dodd (1764–1834) te zijn aangepast en voorzien van een andere hals uit de werkplaats van Dodd. Een waarvan de krul ook erg veel weg had van Montagnana. Dodd was één van de belangrijkste Londense handelaren die op grote schaal Italiaanse instrumenten kocht en deze, al dan niet in onderdelen, naar Londen liet verschepen om ze, voorzien van een etiket van een andere bouwer, weer te kunnen verkopen. 

Gregorio Antoniazzi-viool uit de collectie van Het Muziekinstrumentenfonds: achterblad uit één stuk + constructiepin duidelijk zichtbaar op de plaats waar de hals aansluit op het achterblad

Bij dezelfde viool is de bescheiden afmeting van de krul te zien

Constructie, vorm en herkenbare kenmerken 

De instrumenten van Gregorio Antoniazzi zijn karakteristiek. Ze hebben een hoge welving die tussen de ‘bolling’ van Stainer en de iets minder volle Amati-vorm in zit. De randinleg bestaat uit twee dunne zwarte banen en een breder middendeel dat dicht tegen de buitenkant aan ligt, goed gemaakt maar niet verfijnd. De f-gaten staan recht, het achterblad bestaat vaak uit één stuk. Opmerkelijk is dat hij een constructiepin gebruikt in een verdiept deel waar de hals aansluit op het achterblad. De krul is in verhouding klein, heeft fijne windingen en is iets voorovergebogen. 

Op zijn etiket staat: Gregorio Antoniazzi / Colle / 1738

Bronnen

Pio, S., 2004, Violin and Lute Makers of Venice 1640 - 1760. Venezia.

Jalovec, K., 1957, Italienische Geigenbauer, Praag. 

Vannes, R., 1981 "Dictionnaire universel des luthiers", Brussel. 

The Strad; In Focus 2013, John Dilworth. 

Goldfarb T., 2015, Art and Music in Venice, Londen. 

Rosenholtz-Witt, 2020, Musical Networks in Bergamo and the Borders of the Venetian Republic, dissertatie, NY 

Max Möller, 1970,  Italiaansche vioolbouw van Gaspar da Salo tot Pressenda, Amsterdam 

Seghers H., 2020, Venice: Music and Painting, z.p. 

Jaeger, Schmitt, Graff, 1995,  Les Violons: Venetian instruments, paintings & drawings,  Paris 

Hersh S., Monteverdi to Goffriller: the advent of Baroque music in Venice, 1613–1742, How the pioneering music of Claudio Monteverdi and the skills of Matteo Goffriller combined to make Venice one of the greatest sources of 18th-century cellos.        

Tarisio, Cozio archive, bezocht 2026

*Luca Carlevaris, 1703, ets uit de serie “Le fabriche e vedute di Venezia”. In 2011 door Phyllis Massar nagelaten aan The MET NY.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
28 april 2026