
altviool
Suzanne Dijkstra

*± 1720 , Milaan †na 1780 , Onbekend

Van wie Giovanni Domenico Scrosati het vak geleerd heeft is niet bekend. Zijn instrumenten vertonen enige overeenkomsten met die van Carlo Ferdinando Landolfi, maar meer nog van diens zoon. Kenmerkend voor zijn instrumenten zijn de opvallend langgerekte c-bochten met de weinig geprononceerde hoekpunten.
Van zijn violen varieert de kwaliteit van hout sterk. De bladen die uit twee delen bestaan ‘matchen’ niet altijd; bij twee van de violen gebruikte hij mooi gevlamd hout. Hij werkte ze af met een harde, rood-bruine lak over een goud-gele ondergrond.
De welvingen zijn symmetrisch en zijn minder hoog dan veel instrumenten uit die tijd. De f-gaten van de aan hem toegeschreven altviool zijn opvallend smal zoals Carlo Landolfi ze rond 1755 ook maakte, maar zijn niet even breed en staan niet symmetrisch in het vlak. Van de violen zijn de f-gaten breder en hellen meer naar binnen. De krul die hij voor zijn violen maakte is goed van vorm en afwerking, net als de f-gaten. De randinleg van de aan hem toegeschreven altviool heeft een opvallend lichte middenstrook en twee smalle zwarte zijstroken. Bij zijn violen is dat andersom.
Scrosati gebruikte een handgeschreven etiket met de tekst:
Gio Domenico Scrosati, fece in Milano al Segno del Colosso 177.

Altviool uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds. Op de foto is goed te zien dat de f-gaten ongelijk zijn.
I Percorsi di Giovanni Battista Guadagnini, 1999, Cremona.
Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa
Chiesa C., 1996, Violinmakers at the Contrada Larga in Milan.
Kass P. J., 1989, Snaarinstrumenten van de Milanese vioolbouwers van de Contrada Larga.
Santoro E., 1989, Violinari e violini, Cremona.
Blot E., Liuteria Italiana IV - Piemonte, 2001,
Tarisio, Cozio archive, bezocht 2024
Instituto Treccani, bezocht in 2024