Doorgaan naar content
bouwer

Giovanni Domenico Scrosati

*± 1720 , Milaan      †na 1780 , Onbekend

Giovanni Domenico Scrosati is een nagenoeg onbekende bouwer van wie slechts vier violen en één aan hem toegeschreven altviool bekend zijn. Op basis van de etiketten die in deze instrumenten gevonden zijn, werkte hij tussen ca. 1770 en ca. 1780 in Milaan waar hij een werkplaats had met de naam ‘al Segno del Colosso’ (in het teken van de reus). In die periode werden er in Milaan voornamelijk goedkope instrumenten doorverkocht. Het muziekleven was grotendeels verstomd geraakt door een langdurige oorlog. Alleen Testore was nog een bouwer van enige betekenis.

Onder nieuwe overheersers ontstond er echter direct een culturele renaissance met nieuwe muzikale idealen. Enkele vioolbouwers trokken om die reden naar Milaan waar hard gewerkt werd aan het Teatro alla Scala dat de rol over moest gaan nemen van het Teatro Ducale en waaromheen zich nieuwe componisten en musici verzamelden. Ook Carlo Ferdinando Landolfi trok om die reden naar Milaan en ging enige tijd bij Paolo Antonio Testore werken die tijdens de voorafgaande roerige jaren door was blijven werken.

Testore was echter een slordige bouwer. Paolo’s haastig geconstrueerde instrumenten, gemaakt van goedkope materialen, pasten niet bij de opvattingen van Landolfi. Die werd na Guadagnini’s dood de meest vooraanstaande bouwer van Milaan. Landolfi noemde zijn werkplaats ‘al Segno della Serena’ en leidde veel leerlingen op.
Werkplaats(en)
Milaan, ±1770-1780

Van wie Giovanni Domenico Scrosati het vak geleerd heeft is niet bekend. Zijn instrumenten vertonen enige overeenkomsten met die van Carlo Ferdinando Landolfi, maar meer nog van diens zoon. Kenmerkend voor zijn instrumenten zijn de opvallend langgerekte c-bochten met de weinig geprononceerde hoekpunten.

Van zijn violen varieert de kwaliteit van hout sterk. De bladen die uit twee delen bestaan ‘matchen’ niet altijd; bij twee van de violen gebruikte hij mooi gevlamd hout. Hij werkte ze af met een harde, rood-bruine lak over een goud-gele ondergrond.

De welvingen zijn symmetrisch en zijn minder hoog dan veel instrumenten uit die tijd. De f-gaten van de aan hem toegeschreven altviool zijn opvallend smal zoals Carlo Landolfi ze rond 1755 ook maakte, maar zijn niet even breed en staan niet symmetrisch in het vlak. Van de violen zijn de f-gaten breder en hellen meer naar binnen. De krul die hij voor zijn violen maakte is goed van vorm en afwerking, net als de f-gaten. De randinleg van de aan hem toegeschreven altviool heeft een opvallend lichte middenstrook en twee smalle zwarte zijstroken. Bij zijn violen is dat andersom.

Scrosati gebruikte een handgeschreven etiket met de tekst:

Gio Domenico Scrosati, fece in Milano al Segno del Colosso 177.

Altviool uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds. Op de foto is goed te zien dat de f-gaten ongelijk zijn.

Altviool uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds. Op de foto is goed te zien dat de f-gaten ongelijk zijn.

Bronnen

I Percorsi di Giovanni Battista Guadagnini, 1999, Cremona.

Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa

Chiesa C., 1996, Violinmakers at the Contrada Larga in Milan.

Kass P. J., 1989, Snaarinstrumenten van de Milanese vioolbouwers van de Contrada Larga.

Santoro E., 1989, Violinari e violini, Cremona.

Blot E., Liuteria Italiana IV - Piemonte, 2001,

Tarisio, Cozio archive, bezocht 2024

Instituto Treccani, bezocht in 2024

Auteur
Jan Boekhout
Datum
23 april 2024