Doorgaan naar content
bouwer

Gijsbert Verbeek

*1646 , Amsterdam      †1717 , Amsterdam

Over het leven van Gijsbert Harmens Verbeek is zeer weinig bekend. Daarnaast is zijn werk, dat pas in 2001 werd ontdekt, ook nog eens erg zeldzaam. Dit alles is vrij opmerkelijk gezien hij voor het merendeel van zijn leven als vioolbouwer stond vermeld en hij de stiefzoon was van de beroemdste vioolbouwer uit de Nederlandse geschiedenis: Hendrik Jacobs.
Werkplaats(en)
Amsterdam, ±1670 - ±1710

sGroot talent

Van zijn stiefbroer, Pieter Rombouts, kennen we wel veel instrumenten. Het weinige overgebleven werk van Verbeek getuigt van ongekend groot vakmanschap. Qua talent kan hij schouder aan schouder staan met zijn stiefvader.

Hendrik Jacobs trouwde met Verbeeks moeder Femmetje Jans in 1654. Detail: het leeftijdsverschil tussen Jacobs en Verbeek was maar zo’n 13 jaar. Verbeek zal vermoedelijk niet lang daarna de beginselen van het vak bij Jacobs hebben geleerd. Toch is Verbeek eerst geregistreerd als “witwerker”, wat inhield dat hij meubels maakte van zacht naaldhout, zoals sparren-, dennen- en vurenhout. Witwerkers beschilderden de meubels met gedetailleerde voorstellingen of eenvoudigere motieven. Vanwege het goedkope materiaal waren hun beschilderde meubels betaalbaar en populair.

De laatste keer dat we de naam van Gijsbert Verbeek tegenkomen, is in een veilingcatalogus uit 1759 (…)

Ondanks dat er geen akte is gevonden van een opleiding in Jacobs’ atelier, vertonen de violen uit de jaren 80 van de 17de eeuw van beide heren wel enige gelijkenis. Eén van de weinige officiële documenten die van Verbeek zijn gevonden, is zijn eigen huwelijksakte, waaruit blijkt dat hij op 18 januari 1669 trouwde met Jaapie Willems. Uit recent archiefonderzoek is duidelijk geworden dat Verbeek minimaal zeven zoons met haar kreeg, waarvan enkele het vermoedelijk niet hebben gered tot volwassen leeftijd. Zijn zoon Harmen heeft zich naar verluidt ook tot vioolbouwer opgeleid.

De laatste keer dat we de naam van Gijsbert Verbeek tegenkomen, is in een veilingcatalogus uit 1759, waarin een viool van zijn hand onderdeel is van een grote hoogstaande collectie muziekinstrumenten van boekverkoper Nicolas Selhof uit Den Haag. 

Venetiaans voorkomen

In het kleine bekende oeuvre dat we van hem kennen, zien we een masterclass van de Amsterdamse stijl: klasse instrumenten met ongekende controle over de afwerking, het randwerk, het snijden van de inleg en hoeken, grondering en rijke lak. Zijn violen komen dan ook overeen met het werk van Jacobs uit de jaren 80 van de 17de eeuw; een verfijnd ‘Amatisé’ model.

Viool Gijsbert Verbeek (1682) uit de collectie van het Muziekinstrumentenfonds.

Viool Gijsbert Verbeek (1682) uit de collectie van Het Muziekinstrumentenfonds.

De krullen tonen eveneens gelijkenis met die van Jacobs, maar zijn iets persoonlijker en expressiever met dikker aangebrachte randen. De ribben zijn laag; soms onder de 28mm, dit heeft er voor gezorgd dat enkele in de afgelopen eeuwen verhoogd zijn of in sommige gevallen zelfs compleet vervangen zijn. De smaakvol gesneden f-gaten, komen qua stijl wederom overeen met die van Amati, maar de bovenste ogen staan vaak dichtbij elkaar, een sterk contrast met het werk van zijn stadsgenoot Willen van der Sijde.

Diep transparante roodbruine lak

De soms rijkelijk aangebrachte lakken van Verbeek zijn van ongekende schoonheid; de diep transparante roodbruine lak ligt op een zeer reflectieve gouden grondering. De lak is door de jaren heen gaan craqueleren en is in contact gekomen met het nodige patina. Dit alles geeft de lak van Verbeek een zeer typisch Venetiaans voorkomen; een school geroemd om zijn dikke roodbruine lak met craquelure. Men beseft alleen niet dat toen Verbeek actief was en o.a. de viool uit de collectie van Het Muziekinstrumentenfonds vervaardigde, de grootmeester en grondlegger van de Venetiaanse school, Matteo Goffriller, nog niet gearriveerd was in Venetië.

Bronnen

D.J. Balfoort, 1931 De Hollandsche vioolmakers, H.J. Paris, Amsterdam.

Bolink J, Giskes J, Lindeman F, Stam S,, 1999, 400 jaar vioolbouwkunst in Nederland, Amsterdam.

Stadsarchief van Amsterdam, geraadpleegd in 2025

Auteur
Hubert de Launay
Datum
12 maart 2025