
viool
Violetta Adamova


Nog net voordat er in 1886 een wet in werking trad die verordonneerde dat alle nakomelingen van Napoleon Frankrijk uitgezet moesten worden, verliet de voltallige familie Bonaparte het land. Alleen het hoogst noodzakelijke namen ze mee. De twee Guarneri-violen en nog enkele andere instrumenten uit het familiebezit bleven achter. Die werden door Eugène Gand voor de firma Gand & Bernardel aangekocht. Het was een van de eerste transacties na het vertrek van Ernest Bernardel. Met het verwerven van deze instrumenten lieten zij zien dat hun positie na het vertrek van hun broer en partner onveranderd was gebleven. Voor strijkinstrumenten was Gand & Bernardel nog steeds het belangrijkste ‘Maison’ in Parijs.
De firma bestond al sinds 1866 onder de naam Gand & Bernardel Frères, maar was van naam veranderd nadat Ernest Bernardel, precies twintig jaar nadat hij samen met zijn broer en Eugène Gand het bedrijf begonnen was, met pensioen ging. Na zijn vertrek gingen Charles Eugène Gand en Gustave Bernardel samen door. Alleen de toevoeging ‘Frères’ lieten zij uit de firmanaam schrappen.

Eugène Gand. Foto met dank aan Gaël Français.

Gustave Bernardel. Foto met dank aan Gaël Français.
De families Gand en Bernardel hadden al voordat zij in de Rue Croix-des-Petits-Champs in Parijs overburen waren geweest, goede banden met elkaar; beide stamvaders waren vrijwel gelijktijdig door Nicolas Lupot opgeleid. Gand was afkomstig uit een voorname familie in Versailles en Bernardel van een iets eenvoudiger komaf. Lupot had Charles Eugène Gand een goede partij voor zijn dochter gevonden en in hem de veelbelovende schoonzoon gezien die later zijn zaak zou kunnen overnemen.
Gand en Bernardel waren vanaf 1866 samengegaan, maar bleven in de Rue Croix-des-Petits-Champs. Beide families hadden in de loop van de jaren een indrukwekkend bedrijf opgebouwd waar niet alleen goede strijkinstrumenten en strijkstokken werden gebouwd, maar dat ook over een indrukwekkende collectie oude Cremonese meesterinstrumenten beschikte. Als kroon op hun loopbaan hadden zij alle instrumenten voor het orkest van Palais du Trocadéro mogen bouwen.
Wereldtentoonstelling Parijs 1889
Wat Napoleon III in 1867 had gedaan, wilde de regering van de Derde Republiek ook: de wereld laten zien hoe ver de economie, de kunst en de wetenschap het in Frankrijk geschopt hadden. En net zoals onder de ‘keizer van alle Fransen’ bood de Wereldtentoonstelling in Parijs daarvoor de beste gelegenheid.
De Wereldtentoonstelling van 1889 stond in het teken van de honderdste verjaardag van de Franse Revolutie, een thema dat bij vrijwel alle monarchieën van Europa in slechte aarde viel; uit protest lieten zij verstek gaan. Aan de Wereldtentoonstelling van dat jaar deden dan ook geen Duitse of Engelse vioolbouwers mee. Met 60.000 internationale deelnemers was de ‘Exposition Universelle’ niet groter dan die in 1867 waar Gand & Bernardel Frères voor het eerst deel hadden genomen, maar de tentoonstelling trok wel 32,3 miljoen bezoekers.
Het zelfvertrouwen van Gand & Bernardel was zo groot dat ze vier violen, twee alten, enkele cello’s, vier- en vijfsnarige contrabassen en een aantal strijkstokken instuurden, terwijl ze wisten dat ze daar geen prijzen voor konden winnen. Hun inzending zou hors concours blijven omdat Eugène Gand in de jury zat.
Charles Eugène Gand bevond zich nu op het hoogtepunt van zijn loopbaan. Hij stond internationaal bekend als vioolexpert en deed de in- en verkoop, maar was desondanks iedere dag nog wel enkele uren in het atelier bezig. Bernardel had vermoedelijk het grootste aandeel in de leiding van de ateliers. De firma was de belangrijkste op hun vakgebied in Parijs.
"Een van de meest vooraanstaande Franse vioolbouwers van onze tijd" (Antoine Vidal over C.E. Gand)
Gand stierf in 1892 na korte tijd ziek te zijn geweest. Tijdens de dienst die ter gelegenheid van zijn begrafenis werd gehouden speelde het voltallige orkest van de Opera. De ceremonie werd door de meeste Parijse kranten verslagen. Zelfs in Engeland werd er aandacht aan zijn dood besteed. Daar schreef Alfred Hill, die hem persoonlijk goed had gekend, lovend over hem: "Hoewel Eugène Gand zich iedere dag bezig hield met de dagelijkse gang van zaken in het bedrijf, verzuimde hij zelden een dag aan zijn werkbank en lakte de meeste van de instrumenten zelf". Eugène Gand had het Maison Gand & Bernardel tot het belangrijkste van Frankrijk gemaakt. Door Antoine Vidal was hij drie jaar eerder "Een van de meest vooraanstaande Franse vioolbouwers van onze tijd" genoemd.
Daar Charles Eugene Gands enige zoon geen belangstelling voor het vak had, ging Bernardel alleen verder, nog steeds op hetzelfde adres waar zijn overgrootvader begonnen was. De handel in oude meesterinstrumenten nam na de dood van Gand een minder belangrijke plaats in de firma in. Bernardel hield zich voornamelijk bezig met het vervaardigen van de instrumenten. De firma die Nicolas Lupot in 1806 op dezelfde plek was begonnen, en waar ze in 1866 met z’n drieën mee verder waren gegaan, moest Bernardel na de dood van Eugène Gand alleen draaiende houden.
In de zes jaar van hun bestaan kwamen er zo’n 150 strijkinstrumenten en strijkstokken uit hun ateliers. De meeste waren van verfijnde kwaliteit en gebouwd volgens de Franse traditie. Er bestond niet een herkenbaar Gand & Bernardel-model, maar al hun instrumenten waren gebaseerd op de grote Cremonese vioolbouwers uit de vorige eeuw. Meestal gebruikten zij een licht bruine tot licht rode lak, maar ook kwam een dieper rode afwerking voor. De kenmerkende rode kleur zoals Lupot die gebruikte was eveneens verkrijgbaar, maar alleen op bestelling.
Gand & Bernardel stond ook bekend om de strijkstokken; daarvoor waren de modellen van de beste makers van die tijd zoals Charles Peccatte, Vigneron père, Pierre Simon, Joseph Henry, Claude Thomassin, and François Nicolas Voirin het voorbeeld geweest. Zij hadden in de voorafgaande jaren hun strijkstokken aan de firma geleverd, vaak zonder in dienst te zijn, maar hun werk beïnvloedde de productie in het atelier zodanig dat de verschillen tussen een atelierstok en het origineel niet altijd eenvoudig te zien zijn. Op alle strijkstokken die de firma verkocht stond de brandstempel van Gand & Bernardel, ongeacht wie de stok gemaakt had.
Op het etiket van Maison Gand & Bernardel stond dat zij 'Luthiers du Conservatoire de Musique’, en de bouwers van de instrumenten voor het Palais du Trocadéro waren.
De viool die Het Muziekinstrumentenfonds in de collectie heeft dateert van 1891. Het is wellicht een van de laatste instrumenten die Eugène Gand zelf heeft afgewerkt.

Collectie Het Muziekinstrumentenfonds
Milliot S. en Perrin N. 2017, Journée Européenne de la Lutherie. Parijs.
Thöne J, 2008, Italian & French Violin Makers, Dubai.
Carlson B., Schmitt J. F., Moroder I., Leonhard F., 2007, Italian & French Violin Makers, Keulen.
Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.
Millant R., 1979, J-B Vuillaume; Sa vie et son oeuvre. Hill&sons, London
Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.
Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris.
Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2020.
Geneanet, geraadpleegd in 2020.
Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2020.
Archives de Musee de la Musique, geraadpleegd in 2020.