altvioolstrijkstok
Michiel Wittink

*1889 , Mirecourt †1970 , Mirecourt

Het atelier van Bazin waar François Lotte werkte, nam een belangrijke plaats in in Mirecourt. Charles Nicolas Bazin was wegens grote verdienste gemeenteraadslid geweest, had plannen klaar voor een nationale school voor de vioolbouw en zorgde er daarbij ook nog voor dat de strijkstokken van zijn atelier vrijwel zonder uitzondering van uitzonderlijk goede kwaliteit waren. Bij Bazin werkten tussen de 12 en 17 goede strijkstokkenmakers. François Lotte was daar één van. Per jaar werden in dit atelier tussen de 2000 en 3000 strijkstokken gemaakt. Onderbroken door de periode van krijgsgevangenschap zou François Lotte ca. 20 jaar bij Bazin blijven werken. Naast de strijkstokken die zij onder hun eigen naam maakten, leverde het atelier strijkstokken aan talloze Parijse firma’s. Het succes van deze firma zou ook invloed hebben op andere strijkstokkenmakers; velen begonnen voor zichzelf, soms in Mirecourt, maar vaker in Parijs of elders in Europa. Zo niet François Lotte, hij bleef zijn hele leven werken in zijn geboortestad.
In 1919 trouwde François Lotte met de dochter van Emile François Ouchard, ook strijkstokkenmaker die opgeleid was door en later de assistent zou worden van de strijkstokkenmaker Eugène Cuniot. Drie jaar na zijn huwelijk kreeg hij een zoon en vertrok François naar de firma Cuniot-Hury. Hoewel Eugène Cuniot al in 1910 was overleden, droeg de firma nog steeds zijn naam. De werkelijke leiding had François Lotte’s schoonvader: Emile François Ouchard. In dit atelier zou hij tot 1925 blijven werken; de laatste jaren, toen Ouchard al vertrokken was, onder de leiding van de weduwe van Eugène Cuniot, Françoise Marguerite Hury.
Na een korte periode waarin hij zonder succes een poging deed om met Eugène Brouillier samen te werken, startte hij zijn eigen atelier. Dat was zo succesvol dat het rond 1931 uitgegroeid was tot een firma met elf medewerkers. Dat waren strijkstokkenmakers die, op een enkeling na zoals Marcel Charles Lapierre, weliswaar in de schaduw van de allergrootsten stonden, maar onder leiding van François Lotte goede strijkstokken maakten. Onder hen bevonden zich Albert Thomassin, René Bernard, en Henri Piroué. Dat succes zou hij niet lang kunnen volhouden, daarvoor was de concurrentie in Mirecourt te groot. Verdeeld over eenmansbedrijfjes en de grote ateliers werkten in 1926 nog zo’n 600 vioolbouwers en strijkstokkenmakers in Mirecourt. Dat zou teruglopen tot 100 betaalde werknemers in 1954. Ook François Lotte ontkwam niet aan inkrimping; in 1936 werkten er nog maar vier strijkstokkenmakers bij hem, waaronder zijn zoon Roger.
François Lotte droeg na 1960 de leiding van zijn werkplaats over aan zijn zoon Roger, maar werkte tot aan zijn dood nog iedere dag in het atelier. Tien jaar later stierf hij. Zijn zoon zette het atelier voort tot 1989.
In de hoogtijdagen van Mirecourt werkten strijkstokkenmakers zo vaak met en voor elkaar dat het zelfs voor experts nog steeds niet eenvoudig is om het werk van individuele makers te onderscheiden. Dat was bij François Lotte niet veel anders. In zijn werk zien zij invloeden van Bazin, Cuniot en Ouchard. Pas later kregen zijn strijkstokken een meer eigen karakter.
De strijkstokken die François Lotte bij Bazin had leren maken waren eerst nog slank en hadden ronde hoeken. In de loop van de tijd en zeker nadat zijn zoon Roger zich bij hem voegde, zien kenners zijn strijkstokken hoekiger, krachtiger worden. Zijn strijkstokken zijn gewoonlijk bruinachtig rood, zelden achthoekig en meestal langer dan gebruikelijk. Hij stempelde zijn strijkstokken met het brandmerk FRANCOIS LOTTE, Fcois LOTTE. François Lotte heeft strijkstokken gemaakt voor Appartut & Hilaire, George Dupuy, Roger Millant, Max Millant en Marcel Vatelot.
Les Luthiers Parisiens aux XIX et XX siecles Tom 3 "Jean-Baptiste Vuillaume et sa famille-Sylvette Milliot 2006.
Violins & Bows - Jost Thoene 2006 Roda.
Joseph (1959). Bows for Musical Instruments. Chicago: W. Lewis. ISBN 2-85955-002-X. OCLC 906667.
Vatelot, Étienne (1976). Les Archet Francais. Sernor: M. Dufour. OCLC 2850939.
Raffin, Jean Francois; Millant, Bernard (2000). L'Archet. Paris: L'Archet Éditions. OCLC 47152342.
Vannes, Rene (1985) [1951]. Dictionnaire Universel del Luthiers (vol.3). Bruxelles: Les Amis de la musique. OCLC 53749830.
Haine M. 2013. Les marques de fabrique des facteurs d’instruments deposé ..de 1860-1919, William, Henley (1969).
Universal Dictionary of Violin & Bow Makers. Brighton; England: Amati. ISBN 0-901424-00-5.