
vioolstrijkstok
Frederieke Saeijs

*1871 , Mirecourt †1946 , Parijs

Peccatte stond in traditie van de grote Franse strijkstokkenmakers. Een geheimzinnige mengeling van vakmanschap, experimenteerdrift en vernieuwingsdrang die begonnen was bij Tourte en die in de loop van generaties tot grote bloei was gekomen. Na zich ontwikkeld te hebben bij Vuillaume en Voirin had Peccatte die lijn verder doorgezet. Zijn strijkstokken hadden een sterk eigen karakter, maar hadden ook nog wel iets weg van François Tourte. Later werden zijn strijkstokken wat lichter van model. In deze periode kwam Eugène Sartory bij hem in de leer. Eugène leerde snel, bleek een vaste hand te hebben en nauwkeurig te kunnen werken, maar het klikte niet zo tussen Peccatte en Sartory.
Binnen een jaar vertrok hij naar een nieuwe leermeester. Dat werd Alfred (père) Lamy, die eveneens in Parijs zat. Ook deze strijkstokkenmaker had veel van zijn kennis te danken aan de legendarische François Nicolas Voirin. Lamy leerde en inspireerde Sartory al snel om een eigen stijl en model te ontwikkelen. Toen Eugène Sartory achttien was vond hij zich voldoende bekwaam om een eigen atelier te beginnen. Een jaar later trouwde hij met de dochter van de vioolbouwer Jacquet-Gand. Samen kregen zij twee dochters.
In 1902 verhuisde hij zijn atelier naar de buurt waar ook het oude conservatorium stond. Al in 1900 had hij enkele strijkstokken naar de Exhibition Universelle in Parijs gestuurd. Die werd gehouden als een hommage aan de verworvenheden van de voorgaande eeuw, maar vooral als verwachtingsvolle blik op het aanstormende nieuwe tijdperk. Hoewel hij daarop niet de eerste prijs won, kreeg hij wel een medaille met daarbij een buitengewoon hoge waardering voor zijn inzending. Vermoedelijk bracht hem dat veel klanten; zijn nieuwe vestiging werd een groot succes.
Tien jaar later verhuisde hij opnieuw; niet naar de trendy omgeving van het nieuwe conservatorium, maar hij koos voor een groot, statig pand in zijn eigen buurt. Daar ontving hij zijn klanten op de vierde verdieping. Eugène Sartory bleek niet alleen een uitstekend vakman te zijn, maar ook een vooruitstrevend ondernemer. Zijn firma liep zo goed dat hij een tweede vestiging in de buitenwijk van Parijs opende en hulp van anderen in moest roepen. Sommigen werkten bij Sartory in het atelier, anderen zoals Louis Morizot leverden strijkstokken aan hem. Alle strijkstokken dienden echter te voldoen aan zijn strenge opvattingen over model, kwaliteit en afwerking. Naar verluidt verliet er geen strijkstok zijn atelier zonder door hem persoonlijk gezien, gewogen en beoordeeld te zijn. Zijn naamsbekendheid groeide in die tijd tot ver buiten Frankrijk.
In 1914 moest Eugène Sartory in dienst. Na zijn terugkomst bleek de economische situatie slecht en de concurrentie groot te zijn. Hij besloot een poging te wagen om zijn strijkstokken buiten Europa aan de man te brengen.
In 1921 vertrok hij zelf met een hoeveelheid strijkstokken naar Amerika. Daar bleek zijn naam op een zending strijkstokken te staan die zijn atelier nooit hadden gezien. Het proces dat hij daar over voerde verloor hij door de ontoereikende Amerikaanse wetgeving. Veel strijkstokken die hij later exporteerde voorzag hij om die reden van een certificaat. Het vermoeden bestaat dat hij soms naast een brandstempel op de gebruikelijke plaats, zijn naam ook nog eens ònder de wikkeling brandde, zou kunnen wijzen op weer een andere poging om namaak te voorkomen.
Charles Bazin en Louis Morizot zouden korte tijd later zijn export avontuur naar Amerika volgen. Zijn eerste vrouw stierf in 1933. Twee jaar later hertrouwde hij met zijn nicht Emilie Josephine Augustine Sartory. Experts zien rond die tijd nog een laatste wending in zijn werk: zijn strijkstokken werden geleidelijk forser en hij begon achthoekige stokken te maken. Eugène Sartory stierf, gevierd en betreurd op 75-jarige leeftijd in Parijs.
Experts zien in de eerste strijkstokken van Sartory nog de invloed van Lamy en Viorin; licht, elegant en verfijnd. Na verloop van tijd ontwikkelde Sartory een eigen, iets krachtiger model. Hij richtte zijn werkplaats zo in dat zijn medewerkers de strijkstokken bijna seriematig konden maken zonder dat het ten koste ging van de kwaliteit die hij eiste. Sartory is de eerste die de sloffen van zijn strijkstokken voorziet van een zng. Parijs Oog.
De afmetingen daarvan liggen tot in detail vast, wat eveneens gezien kan worden als een poging om namaak lastiger te maken. Het model dat hij ontwikkeld heeft zal hij tot rond 1930 blijven voeren. Daarna wordt zijn werk geleidelijk nog iets forser. Eugène Sartory heeft voor een groot aantal ateliers gewerkt, waaronder die van Nestor Audinot, Paul Blanchard, Joseph Hel, Emile Germain, Sylvestre & Maucotel en Simoutre. Een van zijn meest bekende leerlingen is Jules Fétique geweest.
De strijkstokken van Eugène Sartory worden zeer gewaardeerd om hun goede balans en veerkrachtigheid. Hedendaagse onderzoekers zijn er achter gekomen dat veel pernambuco-hout dat Sartory koos een net iets andere structuur had dan tot dat moment gebruikelijk was. Niet meer compact en donker, maar iets losser van nervatuur en lichter. Gemeten met de nieuwste technieken blijkt de kwaliteit van dat hout voortreffelijk te zijn. Dat was een wetenschappelijk bewijs voor zijn intuïtieve vakmanschap.
Zijn werk ontving talloze prijzen en aanbevelingen; onder andere op tentoonstellingen van Brussel, Parijs, Londen, Luik en Milaan.
Geneanet, geraadpleegd in 2019.
Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2019.
Archives de Fontainebleau-Paris, geraadpleegd in 2019.
Mesdemarches.culture.france, geraadpleegd in 2019.
Jacquot A., 1998, Dominique Sartory, Paris.
Haine M. ,2013, Les marques de fabrique des facteurs d’instruments deposé ..de 1860-1919.
Millant B., Raffin J.F., 2000, l`Archet: les archetiers Francais 1750-1950. Paris.
Tarisio, Cozio digitaal Archief, geraadpleegd in 2019.
Vatelot E.,1976, Les Archets Français. Nancy.










