vioolstrijkstok
Eduardo Diez García

*1861 , Mirecourt †1910 , Mirecourt
Eugène Cuniot is vermoedelijk de enige strijkstokkenmaker wiens naam altijd verbonden zal blijven met die van zijn echtgenote, Françoise Marguerite Hury (1872-1945). Zij speelde zo’n belangrijke rol dat hij al snel na zijn huwelijk haar achternaam aan de zijne toevoegde. Cuniot-Hury is sindsdien een begrip.
Eugène Cuniot was de zoon van Pierre Cuniot (1939-1884) en Marie-Josephine Buclier (1840-1891). Zijn beide ouders waren geboren in Mirecourt en woonden daar hun hele leven. Pierre Cuniot was een strijkstokkenmaker die naar alle waarschijnlijkheid tussen 1850 en 1855 het vak bij François Bazin had geleerd. Voor hij in 1873 zelfstandig werd, leverde hij strijkstokken aan de talloze ateliers die Mirecourt telde, daarna maakte hij stokken onder zijn eigen naam.
Zoals in Mirecourt gebruikelijk was, leerde Eugène het vak van zijn vader. Naast de invloed van Peccatte en Voirin, waarvan de laatste in toenemende mate in de mode kwam, maakte Pierre Cuniot strijkstokken naar Vuillaume en de meer traditionele strijkstokken naar Tourte en Lupot. Eugène kreeg dan ook op zijn vakgebied een brede ontwikkeling mee.
Toen Eugène 22 jaar oud was stierf zijn vader. Hij nam het bedrijf over en kreeg al snel te maken met de opmars van grote concurrenten zoals Charles Nicolas Bazin (1847-1918). Mirecourt zat midden in een periode van enorme groei, waardoor het aantal mensen in Mirecourt dat zich bezig hield met het maken van strijkstokken of strijkinstrumenten tussen 1820 en 1920 steeg van 50 tot 1600. Enkelen zagen hun kans schoon en werden groot, minder ondernemende bouwers moesten in dienst van de grotere ateliers gaan werken. Bazin was een charismatische man, alom gerespecteerd om zijn maatschappelijke betrokkenheid, zat in de gemeenteraad en leidde daarbij ook nog eens een atelier dat op het hoogtepunt van zijn roem meer dan 3000 strijkstokken per jaar produceerde. Vrijwel alle strijkstokken uit zijn atelier waren van uitstekende kwaliteit.
Er waren maar weinig kleine zelfstandige strijkstokkenmakers en vioolbouwers in Mirecourt die het op konden nemen tegen de dominantie van deze grootheden en nog minder tegen de massaproducenten als Thibouville-Lamy in wiens atelier, naast uitstekende violen en strijkstokken, ook nog eens 130.000 goedkope instrumenten per jaar werden geproduceerd door zo’n 1000 werknemers.
Geholpen door zijn vrouw Françoise Marguerite Hury met wie hij in 1894 trouwde, slaagde Eugène Cuniot daar wél in. Cuniot maakte zijn strijkstokken op traditionele manier en bleef dat ook volhouden. Hun bedrijf groeide van 1901 tot 1906 van zes tot twaalf medewerkers. In vergelijking tot het atelier van Bazin die toen zestien medewerkers had, een indrukwekkende prestatie. Françoise was de dochter van een pianobouwer met aanzien, ze was vermogend maar vooral ondernemend. Om recht te doen aan haar inbreng en inzet, maar wellicht ook omdat de klinkende naam van zijn schoonvader de naamsbekendheid van het bedrijf vergrootte, heette het atelier een jaar later al ‘Maison Cuniot-Hury’. Beiden werden zeer geziene persoonlijkheden in Mirecourt. De blijdschap over het succes van hun bedrijf werd overschaduwd door de dood van hun eerste kind in 1897 en nog eens in 1901 toen hun zoon bij de geboorte niet levensvatbaar bleek.
Eugène en Françoise gaven Emile-François Ouchard (1872-1951), die in 1887 zijn opleiding van Cuniot had gekregen en er was blijven werken, geleidelijk de technische leiding van het atelier. Ouchard was een bescheiden, maar uiterst deskundige strijkstokkenmaker, had een eigen model ontwikkeld en genoot aanzien in het hele bedrijf. Cuniot en Ouchard gunden hun werknemers een grote vrijheid; een enkeling werkte in de stijl van Bazin of Ouchard en anderen stonden zij toe om een meer eigen model te maken.
Toen Eugene Cuniot in 1910 stierf nam Françoise Hury de leiding van het bedrijf over. Zij werd bijgestaan door Emile Ouchard. Gezamenlijk zetten zij het bedrijf nog vele jaren voort.
Tot 1885 maakte Eugène Cuniot voornamelijk twee modellen strijkstok; dat van zijn vader en dat van Vuillaume (1798-1875). Daarna veranderde hij zijn stijl en maakte meer op Charles Nicolas Bazin gebaseerde modellen. In de loop van de jaren zien we de invloed van Emile François Ouchard toenemen.
Veel strijkstokkenmakers uit Mirecourt zochten nieuwe markten buiten de Franse grenzen, soms naar Engeland en Italië, maar zeker naar Amerika waar Franse strijkstokken zeer in trek waren. Maison Cuniot-Hury deed dat niet; het beperkte zich tot het leveren van strijkstokken aan collega’s in Parijs en enkele andere grote steden binnen Frankrijk. Na de groei van het bedrijf huurde Cuniot strijkstokkenmakers in die hij niet verplichtte om strikt naar een bepaald model te bouwen. De eerste jaren gebruikte hij nog de brandstempel van zijn vader: ‘Cuniot’, later stempelde hij voornamelijk met de initialen ‘~C.H.~’ en vanaf 1895 gebruikte hij, hoe verschillend de modellen ook waren, uitsluitend de brandstempel ‘Cuniot-Hury’. Alleen de strijkstokken die hij naar Tourte (1747-1835) of Lupot (1769-1804) maakte, stempelde hij niet met zijn eigen naam maar met ‘Tourte’ of ‘Lupot’. Na onderzoek konden veel met ‘Cuniot-Hury’ gestempelde strijkstokken onmiskenbaar aan Emile Ouchard worden toegeschreven.
Ook al waren de strijkstokken die het atelier verlieten nogal verschillend, de hoge eisen die Cuniot en Ouchard aan hun medewerkers stelden, zorgden ervoor dat Maison Cuniot-Hury over het algemeen zeer goede strijkstokken afleverde die ook nu nog door musici in hoge mate worden gewaardeerd.
De invloed van Eugène Cuniot op zijn leerlingen en medewerkers is niet zeer groot geweest. Hij liet ze veelal hun eigen model maken. Ouchard speelde wat dat betreft een meer prominente rol. Bij hem werkten onder anderen: Alexander, Pierre en Auguste Maline, Emile François Ouchard, René Moinel, Paul Massigard, Jules Mangin, Alfred Lamy, Emile Baul, Jules Bontemps, Louis Lagonet and Albert Thomassin, François Lotte
Eugene Cuniot heeft strijkstokken gemaakt voor: Paul Bauscher, Collin-Mezin, Gauthier & Fils, Joseph Hel, Paul Jombar, Paul Lorange, Louis Mougenot, Paul Serdet.
Millant B., Raffin J.F., (2000) l`Archet: les archetiers Francais 1750-1950. Paris.
Vatelot E. (1976), Les Archets Français. Nancy.
Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris.
Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London.
Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa.
Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2019.
Geneanet, geraadpleegd in 2019.
Archives Nationales de France, geraadpleegd in 2019.