
viool
Maria Gîlicel

*1786 , Macerata †1862 , Fermo

Andrea Postacchini werd geboren in het oude stadje Macerata niet ver van de Adriatische kust. Zijn ouders kwamen uit een familie van gelovige, rijke landeigenaren.
Toen Andrea veertien was stierf zijn vader en werd hij naar het Benedictijner klooster in Fermo, enkele kilometers verderop gestuurd om priester te worden. Daar ontmoette Andrea een monnik van wie de naam niet is overgeleverd maar van wie hij leerde om met eenvoudige gereedschappen violen te bouwen. Zelf was de monnik autodidact.
(….) in 1815 had hij zich al tot een “voortreffelijke maker van snaarinstrumenten” ontwikkeld, zoals de kenner Tarisio hem noemde
Andrea moet zich grondig verdiept hebben in vioolbouw want in 1815 had hij zich al tot een “voortreffelijke maker van snaarinstrumenten” ontwikkeld, zoals de kenner Tarisio hem noemde. Een religieus bestaan stond een loopbaan als vioolbouwer in de weg. Daarom trad hij rond zijn 28e uit de kloosterorde en vestigde zich in Fermo waar hij een klein atelier opende in het centrum van de stad.
In 1820 trouwde hij en een jaar later werd de eerste van zijn zes kinderen geboren. Zijn zoon Raffaele (1823-1892), die later met hem mee zou werken kwam in 1823 ter wereld. Andrea moet veel en ver gereisd hebben om andere vioolbouwers te kunnen bezoeken, want in de wijde omtrek van was er geen bouwer van naam te vinden. Wel hebben waarschijnlijk instrumentenmakers of handelaren de fameuze jaarmarkten van Fermo bezocht waar Andrea hun werk kon bestuderen. Het was gebruikelijk om het beste dat zij gemaakt hadden te tonen. Het bekendst was het jaarlijks terugkerende Palio dell’ Assunta, een feest waar duizenden mensen op afkwamen.

Palio/cavalcata dell'Assunta
Teatro dell'Aquila, Fermo
Voor de ontwikkeling van Andrea Postacchini was de aanwezigheid van het theater “dell’Aquila” in Fermo van onschatbaar belang. Het was een prestigieus gebouw waar het hele seizoen opera-, muziek- en theatervoorstellingen gegeven werden. In Noord-oost Italië was het zelfs het grootste en belangrijkste in zijn soort. Die muzikale traditie ging terug tot de bouw van het theater in 1652. Grote namen op het gebied van muziek uit die tijd gaven er uitvoeringen. Aanvankelijk nam Andrea Postacchini waarschijnlijk de gelegenheid te baat om ook de instrumenten die de uitvoerende musici meenamen, te bestuderen; later werden deze musici zijn klanten.
Andrea’s aanvankelijk ruwe stijl veranderde geleidelijk in verfijnd en elegant. Een eigen model had hij niet, een groot deel van zijn leven maakte hij violen naar verschillende oude meesters. Zijn werk bestond niet alleen in het bouwen van strijkinstrumenten, maar ook van gitaren, luiten en strijkstokken.
In 1869 (…..) zond zijn zoon deze viool in naar een concours waar de jury hem de titel ‘Stradivadi van de Marche’ gaven
Vanaf 1840 nam hij deel aan verschillende exposities en concoursen. De viool die hij in 1842 bouwde is bewaard gebleven en toont zijn vakmanschap goed. In 1869, enkele jaren na zijn dood, zond zijn zoon deze viool in naar een concours waar de jury hem de titel ‘Stradivadi van de Marche’ gaven. De viool is nog niet zo verfijnd als zijn latere instrumenten, maar laat wel een zeer karakteristieke hand zien.
Zijn hele leven heeft hij verder in Fermo doorgebracht. In 1862 stierf hij op 76 jarige leeftijd. Zijn atelier werd door zijn zoon Raffaele voortgezet.
Hoewel hij autodidact was, bouwde Andrea Postacchini een groot aantal mooie instrumenten. Hij wordt tegenwoordig beschouwd als een Italiaanse vioolbouwer van topklasse van de 19e eeuw.
Zijn vroege instrumenten zijn ruw en tonen een duidelijk ongeschoolde hand, maar al in 1815 verschijnen de eerste verfijnde violen; enigszins gevormd naar Amati, met slanke f-gaten die licht schuin staan en zich vrij dicht bij de rand bevinden. De sporen van het gereedschap zijn in zijn werk nog duidelijk zichtbaar.
De achterkant bestaat meestal uit twee stukken Italiaans esdoornhout met een mooi gevlamde tekening. Het bovenblad van zijn vroege instrumenten is gemaakt van licht hazelnoothout, wat hij zo bewerkte dat het uitstekend klankhout werd. Later koos hij sparrenhout voor het bovenblad. Dit was afkomstig uit de Alpenregio en was vergelijkbaar met het hout dat werd gebruikt door de Cremonese en andere Noord-Italiaanse makers uit die tijd. De vernis heeft een aantrekkelijke, transparante geeloranje kleur over een heldere ondergrond. Later wordt zijn lak geel-rood, maar bleef elastisch en diep van glans.
De jury die hem in 1869 beoordeelde was van mening dat zijn werk ‘een unieke voortzetting van de richting en stijl van Antonio Stradivari’ was
Zijn latere instrumenten tonen een heel trefzekere manier van werken, die samen met uitstekende materialen een gedegen vakmanschap verraadt. De krullen zijn diep uitgesneden, hij maakt de hoekpunten lang en plaatst de f-gaten ver uit elkaar. De jury die hem in 1869 beoordeelde was van mening dat zijn werk ‘een unieke voortzetting van de richting en stijl van Antonio Stradivari’ was.
Zijn etiketten schreef hij met de hand, na 1845 liet hij ze drukken met de tekst: ‘Andreas Postacchini Firmanus fecit sub titulo S. Raphaelis Arcang. 18 ..’
Het instrument dat Het Muziekinstrumentenfonds van Andrea Postacchini in de collectie heeft, bouwde hij op het hoogtepunt van zijn werkzame leven.
Azzolina U., Italian Violin Making in the 1800s and 1900s, Milaan.
Hamma W., 1993, Meister Italienischer Geigenbaukunst, Wilhelmshaven.
Vannes, R., 1985, Dictionnaire Universel del Luthiers, Brussel.
Brinser M., 1978, Dictionary of 20th Century Italian Violin Makers.
Henley W., 1969, Universal Dictionary of Violin & Bow Makers. Brighton.
Concorsopostacchini, bezocht in 2021.
Tarisio, Cozio archive, bezocht 2021.