Doorgaan naar content
bouwer

Andrea Postacchini

*1786 , Macerata      †1862 , Fermo

In de achttiende eeuw had zo ongeveer iedere Italiaanse streek of stad wel een eigen ‘Stradivari’; een vioolbouwer die met kop en schouders boven de andere bouwers uitstak. Andrea Postacchini was de Stradivari van de Marche, een streek aan de oostkust van Italië. Het was een titel die hem postuum door de jury verleend werd voor zijn verfijnde stijl die hij zijn hele leven vol had gehouden.

Andrea Postacchini was afkomstig uit een rijke, gelovige familie in Macerata, een van de oudste universiteitssteden aan de Italiaanse oostkust. Na de dood van zijn vader werd hij naar het klooster in Fermo gestuurd om priester te worden. Daar ontmoette hij een monnik die violen bouwde. Rond zijn twintigste trad hij uit en begon aan een loopbaan als vioolbouwer. De rest van zijn leven bleef hij in Fermo werken en stierf daar ook. Behalve deze monnik die autodidact was, had Andrea geen andere leermeesters; hij leerde het vak door veel instrumenten te bestuderen.

Op tentoonstellingen viel zijn werk steeds weer in de prijzen. Niet alleen violen, cello’s en contrabassen, maar ook strijkstokken, gitaren en luiten bouwde hij. Zijn lak was prachtig goudgeel, maar het was vooral de klank waarin zijn instrumenten uitblonken. Zijn hele leven had hij aan het verbeteren ervan gewerkt en met succes. In 1869 stierf Andrea Postacchini. Zijn naam is voornamelijk bij kenners bekend. Instrumenten van zijn hand worden zeer gezocht en zijn kostbaar. Het vioolconcours dat nog steeds in zijn woonplaats gehouden wordt is een eerbetoon aan deze plaatselijke Stradivari.
Werkplaats(en)
Fermo, 1810-1862

Van het Benedictijner klooster naar een eigen atelier

Andrea Postacchini werd geboren in het oude stadje Macerata niet ver van de Adriatische kust. Zijn ouders kwamen uit een familie van gelovige, rijke landeigenaren.

Toen Andrea veertien was stierf zijn vader en werd hij naar het Benedictijner klooster in Fermo, enkele kilometers verderop gestuurd om priester te worden. Daar ontmoette Andrea een monnik van wie de naam niet is overgeleverd maar van wie hij leerde om met eenvoudige gereedschappen violen te bouwen. Zelf was de monnik autodidact.

(….) in 1815 had hij zich al tot een “voortreffelijke maker van snaarinstrumenten” ontwikkeld, zoals de kenner Tarisio hem noemde

Andrea moet zich grondig verdiept hebben in vioolbouw want in 1815 had hij zich al tot een “voortreffelijke maker van snaarinstrumenten” ontwikkeld, zoals de kenner Tarisio hem noemde. Een religieus bestaan stond een loopbaan als vioolbouwer in de weg. Daarom trad hij rond zijn 28e uit de kloosterorde en vestigde zich in Fermo waar hij een klein atelier opende in het centrum van de stad.

In 1820 trouwde hij en een jaar later werd de eerste van zijn zes kinderen geboren. Zijn zoon Raffaele (1823-1892), die later met hem mee zou werken kwam in 1823 ter wereld. Andrea moet veel en ver gereisd hebben om andere vioolbouwers te kunnen bezoeken, want in de wijde omtrek van was er geen bouwer van naam te vinden. Wel hebben waarschijnlijk instrumentenmakers of handelaren de fameuze jaarmarkten van Fermo bezocht waar Andrea hun werk kon bestuderen. Het was gebruikelijk om het beste dat zij gemaakt hadden te tonen. Het bekendst was het jaarlijks terugkerende Palio dell’ Assunta, een feest waar duizenden mensen op afkwamen.

Palio/cavalcata dell'Assunta

Teatro dell'Aquila, Fermo

Teatro dell’Aquila

Voor de ontwikkeling van Andrea Postacchini was de aanwezigheid van het theater “dell’Aquila” in Fermo van onschatbaar belang. Het was een prestigieus gebouw waar het hele seizoen opera-, muziek- en theatervoorstellingen gegeven werden. In Noord-oost Italië was het zelfs het grootste en belangrijkste in zijn soort. Die muzikale traditie ging terug tot de bouw van het theater in 1652. Grote namen op het gebied van muziek uit die tijd gaven er uitvoeringen. Aanvankelijk nam Andrea Postacchini waarschijnlijk de gelegenheid te baat om ook de instrumenten die de uitvoerende musici meenamen, te bestuderen; later werden deze musici zijn klanten.

Andrea’s aanvankelijk ruwe stijl veranderde geleidelijk in verfijnd en elegant. Een eigen model had hij niet, een groot deel van zijn leven maakte hij violen naar verschillende oude meesters. Zijn werk bestond niet alleen in het bouwen van strijkinstrumenten, maar ook van gitaren, luiten en strijkstokken.

In 1869 (…..) zond zijn zoon deze viool in naar een concours waar de jury hem de titel ‘Stradivadi van de Marche’ gaven

Vanaf 1840 nam hij deel aan verschillende exposities en concoursen. De viool die hij in 1842 bouwde is bewaard gebleven en toont zijn vakmanschap goed. In 1869, enkele jaren na zijn dood, zond zijn zoon deze viool in naar een concours waar de jury hem de titel ‘Stradivadi van de Marche’ gaven. De viool is nog niet zo verfijnd als zijn latere instrumenten, maar laat wel een zeer karakteristieke hand zien.

Zijn hele leven heeft hij verder in Fermo doorgebracht. In 1862 stierf hij op 76 jarige leeftijd. Zijn atelier werd door zijn zoon Raffaele voortgezet.

Hoewel hij autodidact was, bouwde Andrea Postacchini een groot aantal mooie instrumenten. Hij wordt tegenwoordig beschouwd als een Italiaanse vioolbouwer van topklasse van de 19e eeuw.

Werk en invloed

Zijn vroege instrumenten zijn ruw en tonen een duidelijk ongeschoolde hand, maar al in 1815 verschijnen de eerste verfijnde violen; enigszins gevormd naar Amati, met slanke f-gaten die licht schuin staan en zich vrij dicht bij de rand bevinden. De sporen van het gereedschap zijn in zijn werk nog duidelijk zichtbaar.

De achterkant bestaat meestal uit twee stukken Italiaans esdoornhout met een mooi gevlamde tekening. Het bovenblad van zijn vroege instrumenten is gemaakt van licht hazelnoothout, wat hij zo bewerkte dat het uitstekend klankhout werd. Later koos hij sparrenhout voor het bovenblad. Dit was afkomstig uit de Alpenregio en was vergelijkbaar met het hout dat werd gebruikt door de Cremonese en andere Noord-Italiaanse makers uit die tijd. De vernis heeft een aantrekkelijke, transparante geeloranje kleur over een heldere ondergrond. Later wordt zijn lak geel-rood, maar bleef elastisch en diep van glans.

De jury die hem in 1869 beoordeelde was van mening dat zijn werk ‘een unieke voortzetting van de richting en stijl van Antonio Stradivari’ was

Zijn latere instrumenten tonen een heel trefzekere manier van werken, die samen met uitstekende materialen een gedegen vakmanschap verraadt. De krullen zijn diep uitgesneden, hij maakt de hoekpunten lang en plaatst de f-gaten ver uit elkaar. De jury die hem in 1869 beoordeelde was van mening dat zijn werk ‘een unieke voortzetting van de richting en stijl van Antonio Stradivari’ was.

Zijn etiketten schreef hij met de hand, na 1845 liet hij ze drukken met de tekst: ‘Andreas Postacchini Firmanus fecit sub titulo S. Raphaelis Arcang. 18 ..’

Het instrument dat Het Muziekinstrumentenfonds van Andrea Postacchini in de collectie heeft, bouwde hij op het hoogtepunt van zijn werkzame leven.

Bronnen

Azzolina U., Italian Violin Making in the 1800s and 1900s, Milaan.

Hamma W., 1993, Meister Italienischer Geigenbaukunst, Wilhelmshaven.

Vannes, R., 1985, Dictionnaire Universel del Luthiers, Brussel.

Brinser M., 1978, Dictionary of 20th Century Italian Violin Makers.

Henley W., 1969, Universal Dictionary of Violin & Bow Makers. Brighton.

Concorsopostacchini, bezocht in 2021.

Tarisio, Cozio archive, bezocht 2021.

Auteur
Jan Boekhout
Datum
11 januari 2021