Doorgaan naar content

Maak kennis met
piPPa drijver

Dankzij de steun van onze donateurs kunnen jaarlijks ruim 425 talentvolle musici spelen op instrumenten van Het Muziekinstrumentenfonds. Zo heeft Pippa Drijver (23) nu een cello van Wilhelm Paul Kunze en een strijkstok van Jan Strumphler in bruikleen. Pippa heeft al een mooie muzikale reis achter de rug: ze begon met muziekmaken op de basisschool dankzij het Leerorkest, nu zit ze in het vierde jaar van haar bachelor aan het Koninklijk Conservatorium.

Nieuws
20 augustus 2026 door Indy de Vries

Hoe kwam cellospelen in jouw leven?

‘Ik begon met cellospelen op de basisschool. Toen ik in groep 5 zat, kwam het Leerorkest langs met allemaal instrumenten. We mochten allemaal onze drie favoriete instrumenten doorgeven en dan zouden we wekelijks muziekles krijgen. Ik weet nog wel dat ik het een hartstikke leuke dag vond en hobo op nummer 1 had gezet. Alleen die klas zat meteen vol, dus daar kwam ik niet in terecht. De docent was namelijk heel grappig, wat veel kinderen aantrok. Cello had ik op nummer 2 gezet, maar dat deed ik voornamelijk omdat ik wist dat je dan mocht zitten tijdens het eindconcert, terwijl alle andere strijkers wel moesten staan. Maar ik vond het ook een mooi geluid hoor, daar niet van, en de juffrouw was heel lief. Als derde keuze had ik hoorn, omdat een vriendinnetje van mij die als eerste favoriet had.

Eigenlijk is het dus per toeval dat cello ben gaan spelen. Mijn broer koos viool door het Leerorkest en volgde niet alleen de wekelijkse lessen, maar ook de naschoolse les op dinsdag. Ik ben dat toen ook gaan doen. Eerst kreeg je groepsles en daarna orkestles. Het was meer een band dan een orkest en we deden van alles: van Beethoven in de Bijlmer tot Skyfall van Adele. Dat heb ik tot en met groep 8 gedaan.’

‘Het Leerorkest was de eerste introductie met muziek voor mij. Niemand in mijn familie bespeelt een instrument. Het is dus echt dankzij Het Leerorkest dat ik nu doe wat ik doe.’

Bach en Minaj

‘Ik vond muziekmaken heel erg leuk, dus ik schreef me in bij Muziekcentrum Zuidoost. Daar stond plezier echt op de eerste plek. Een van de eerste liedjes die ik speelde, was Starships van Nicki Minaj. Dat had ik zelf aangevraagd, haha. Daarna deden we Bach.

Pas in vwo 5 had ik bedacht dat ik naar het conservatorium wilde. Mijn docent raadde me toen aan om een andere docent te zoeken, want hij kon mij in zo’n korte tijd niet helpen naar dat niveau. Ik moest ook keuzes gaan maken tussen mijn andere hobby’s, zoals paardrijden en korfballen, want dat was te blessuregevoelig.

Gelukkig had ik een andere docent gevonden die mij veel vertrouwen gaf. Ze zei: nou Pippa, je hebt echt de techniek van een 5-jarige, maar niets is onmogelijk. Als we nu beginnen en je een tussenjaar neemt voor je auditie, denk ik dat we een goede kans maken. Toen ik dat hoorde, wist ik dat ik erin wilde investeren. Ik had er eigenlijk ook wel al mijn zinnen opgezet. Ik heb toen heel intens lessen gevolgd.

Ik deed auditie bij de conservatoria van Maastricht, Amsterdam en Den Haag. In Amsterdam was ik toegelaten tot de vooropleiding en in Den Haag was ik aangenomen bij Larissa Groeneveld. Dat was echt mijn doel. Ik wilde zo graag les van haar. Het ging allemaal volgens plan, haha!’

Waarom ging je op zoek naar een ander instrument?

‘Larissa raadde mij aan om een andere cello uit te kiezen bij Het Muziekinstrumentenfonds. Zelf had ik eerst niet per se het gevoel dat dat nodig was, doordat ik vaak te horen kreeg van docenten dat mijn cello erg goed was. Vooral voor mijn studie was het een goed instrument dat makkelijk wegspeelt, ook als je technisch nog niet zo ver ontwikkeld was. Alleen ik begon wel te merken dat mijn cello limieten had. Hij was vrij bescheiden. Ik was gaan experimenteren met andere snaren, ik had de kam en het staartstuk laten vervangen, en op een gegeven moment had ik er zelfs een andere punt ingezet omdat ik een andere resonantie wilde. Ik deed dus wel echt mijn best om alles uit het instrument te halen, maar dat hield na een tijdje op.’

Voor welke cello uit onze collectie heb je gekozen?

‘Ik mocht veel celli van Het Muziekinstrumentenfonds proberen die dag. Ik voelde al snel een klik met de cello gebouwd door Wilhelm Paul Kunze in 1923, die wat later naar voren kwam. Ik bleef er telkens naar teruggrijpen. Dat maakte de keuze heel intuïtief. Bovendien was Larissa ook overtuigd van de Kunze. En ik vond het leuk om te horen dat de cello van een Haagse bouwer is. Ik vind Den Haag echt fantastisch!

Het karakter van de Kunze pakte me heel erg. Hij heeft een heel unieke klank, vind ik. Je herkent hem meteen, ook als iemand anders erop speelt. Bovendien speelt hij gewoon lekker. Ik had Jurre (Koopmans, red.) meegenomen om te helpen kiezen en hij was er ook goed van overtuigd. Ik probeerde nog een andere cello, ik weet even niet meer van welke bouwer, die een heel royaal karakter had, maar een typische, eigen stem miste. Daar was ik naar op zoek, omdat ik in mijn eigen cello een heel algemene klank hoorde.’

‘De Kunze-cello is trouwens ook heel mooi om te zien. Het is een wat smallere, lichte cello en er zit wat craquelé op het bovenblad. Het lijkt alsof er allemaal barstjes in zitten, als een soort slangenhuid.’

Vond je het spannend om kort daarna ook een nieuwe strijkstok te kiezen?

‘Ja, volgens mij had ik de Kunze pas twee weken in bruikleen toen ik strijkstokken mocht proberen. Voor een strijkstok had ik wel al in mijn hoofd dat ik wat anders moest gaan zoeken, maar ik vond de keuze heel lastig. Ik was echt op Larissa’s woord afgegaan. Voor haar was het duidelijk dat het de Strumphler (Vleuten, 2002) moest worden. Ik ben heel blij dat ik haar daarin blind kan vertrouwen, want zelf hoorde ik de verschillen na een tijdje echt niet meer. Ik had in vrij veel strijkstokken geprobeerd in de Instrumentenkamer, dus ik raakte een beetje overweldigd. Toen ik daarmee klaar was, kwam Geertje (collectiebeheerder) de kamer binnen en zei: ik heb nog een paar mooie! Ik dacht: nee!’

Speel je nog weleens op je eigen cello?

‘Nee, dat niet. Het lijkt me leuk om die om te bouwen tot een barokcello met darmsnaren en een houten pin, zodat ik kan spelen op een instrument dat dichter bij de tijd van toen kwam. Voor als ik weer eens met een sonate van Beethoven aan de haal ga. En mijn oude strijkstok… Ik ben een beetje vergeten hoe die voelt. Larissa zei dat die heel goed is voor composities van Bach, alleen het opwindmechanisme is stuk, dus ik moet maar eens langs de bouwer. Het zijn dus twee projectjes.’

Wil je nog een master volgen na je bachelor?

‘Ja, de vraag is vooral waar. Ik heb laatst masterclasses gevolgd in Boedapest bij de Franz Liszt-Muziekacademie. Ik kreeg les van Ditta Rohmann en dat klikte heel erg goed. Ik vond haar echt geweldig, dus nu zit ik te dromen over een master daar. De docent speelt voor mij een grote rol. Ik vind dat belangrijker dan het land. En ik speel momenteel mee met het NJO voor een zomerproject. Een van de 12 cellisten is Douwe Eisses en die vertelde mij over zijn leservaring aan het Mozarteum in Oostenrijk. Dat klonk ook heel goed. In mijn vierde jaar heb ik gelukkig veel tijd om proeflessen te gaan volgen bij verschillende docenten.’

Waar droom je nog meer over?

‘De combinatie van lesgeven, solowerk en spelen in een orkest of ensemble klinkt interessant, wat uiteindelijk de meeste musici doen. Ik organiseer zelf regelmatig soloconcerten in een koffiehuis bij mij in de buurt. De serie heet Bach & Breakfast. Ik heb de titel gestolen van de Cello Biënnale, haha. Ongeveer één keer per maand stel ik een halfuur aan cellorepertoire samen, uiteraard inclusief Bach, en dan geef ik een lezing over de stukken en de componist. Soms laat ik nog wat fragmenten horen en vertel ik over mijn ervaring tijdens het instuderen. Uiteindelijk duurt het concert iets van drie kwartier, terwijl de mensen van een koffie en een croissant genieten. Ik ben dol op praten en al helemaal voor een groep, wanneer ik mensen wat kan bijbrengen. En ik vind het altijd leuk om vragen van het publiek te beantwoorden na afloop.’

Heb je al terugkerende fans?

‘Ja, het neefje van de café-eigenaar, een jongentje van een jaar of twee, zit altijd met heel grote ogen te kijken en met zijn hoofd te bewegen op de muziek. Na het concert gaat hij rondjes om mijn cello lopen. Super verlegen, maar heel geïnteresseerd. Ik heb nog nooit een kind zo lang zo stil zien zitten.’

onze talenten

Wilt u alle musici leren kennen die een instrument van Het Muziekinstrumentenfonds in bruikleen hebben? Zij stellen zich graag aan u voor op onze website.

Leer onze talenten kennen