Doorgaan naar content

Noortje Olof: "Ik ben er
trots op dat Theo het
fonds in het leven
heeft geroepen"

Het begon allemaal 35 jaar geleden, toen Pieter Moerenhout en Theo Olof op het idee kwamen om een fonds voor musici op te richten. In dit interview leest u bijzondere momenten die echtgenote Noortje Olof samen met Theo heeft beleefd toen het fonds nog in de kinderschoenen stond: van een artikel in de Telegraaf tot een etentje met vioolbouwer Max Möller.

Nieuws
20 september 2023 door Annemarie van Dijk

Noortje Olof (84): ‘Zelf was ik niet actief betrokken bij de oprichting van Het Muziekinstrumentenfonds, maar als echtgenote van Theo Olof (1924-2012) kreeg ik natuurlijk wel het nodige mee. In 1988 richtte hij samen met Pieter Moerenhout het Fonds op. Dat was volgens Theo hard nodig, want nadat hij jarenlang speelde op een geleende Stradivarius moest het instrument ineens weer terug naar de onbekende gever. Waarom deze de viool terug wilde, kregen we niet te horen. Het was heel sneu voor Theo.

Zelf was ik ook violist, maar mijn situatie was anders: ik speelde op een instrument dat mijn eigendom was. Als je als musicus een instrument leent, mag dat niet aan tijd gebonden zijn, vond Theo na die vervelende ervaring. Je moet er zo lang als je wilt op kunnen blijven spelen. Vandaar dat hij zich aansloot bij het idee van Pieter Moerenhout voor een instrumentenfonds. Theo vond het heel belangrijk dat de uitleentermijn geen tijdslimiet zou hebben.’

Onder de keukentafel

‘Toen Pieter en Theo het idee hadden bedacht, schreef Theo erover in zijn muziekcolumn in de Telegraaf.

"Beste lezers, kijk eens bij u op zolder, misschien ligt er nog een mooi vergeten muziekinstrument. Lever het bij ons in, dan zorgen wij dat er een musicus op gaat spelen."

Binnen een paar dagen kwamen er een heleboel mensen bij ons aan de deur met een muziekinstrument. Sommige in een vioolkist, doos en soms zelfs in een vuilniszak. Prachtig natuurlijk, maar waar moeten we ze laten, vroegen Theo en ik ons af. We woonden met ons kind in een vierkamerappartement en hadden helemaal geen ruimte voor zoveel instrumenten. Uiteindelijk stapelde ik ze tijdelijk op onder de keukentafel. Er werd ook een viool afgeleverd door het Koninklijk Huis, maar wie daar op gespeeld had, weet ik niet meer.’

Hulp van fondsen en kunstenaars

‘Theo’s column bracht de zaak in een stroomversnelling. Kort erna werd een comité opgericht van drie mensen, en Theo werd de eerste bestuursvoorzitter. Samen gingen ze bij allerlei instanties langs om geld op te halen. Via het Prins Bernhard Cultuurfonds en de Algemene Loterij Nederland kregen ze een renteloze lening van 700.000 gulden. De Pasman Stichting gaf een bijdrage onder de voorwaarde dat een Nederlandse bouwer een viool zou bouwen die de naam Pasmanviool zou krijgen. Later kreeg Theo het idee om een veiling te houden. Aan zijn artistieke kennissen vroeg hij om gratis kunstobjecten voor de veiling. Met de auto reisde hij heel Nederland door om alles op te halen. Ook die veiling, die plaatsvond in de Sint-Olofskapel in Amsterdam, leverde een enorm bedrag op voor het fonds.’

Sterren van de hemel koken

‘Terug naar het moment dat Theo zijn Stradivarius moest inleveren. Hij ging spelen op een Lupot-viool, maar die beviel hem helemaal niet. Daarop trok ik de stoute schoenen aan en organiseerde een dinertje voor vioolbouwer Max Möller en zijn vrouw. Ik leende het tafelzilver van mijn moeder, dekte de tafel stijlvol en kookte de sterren van de hemel. Tijdens het etentje vroeg ik Max of hij een nieuwe viool voor Theo kon vinden. Veertien dagen later stond Max op de stoep met een prachtige François Louis Pique-viool uit 1797, afkomstig uit een erfenis van de Franse familie De Saint-Exupéry, piloot én schrijver van Le Petit Prince. Theo speelde er een paar maten Tsjaikovski op en was meteen verkocht. Op die viool heeft hij de rest van zijn leven gespeeld. We ruilden de Lupot-viool bij Max Möller tegen de Pique-viool. Of dat een goede deal was, hebben we nooit geweten, haha. Dat maakt ook niet uit. Theo was blij dat zijn viool na zijn dood door Het Muziekinstrumentenfonds overgenomen zou worden. Zo kon een ander viooltalent erop spelen.’

Nog meer bekendheid

‘Ik ben er trots op dat Theo het fonds in het leven heeft geroepen. Er zou van mij nóg meer aandacht voor het fonds mogen komen, bijvoorbeeld door af en toe een slogan te laten horen op NPO Radio Klassiek. Zo weten mensen dat het fonds er is en dat ze een instrument of geld kunnen doneren. Als ik van mensen hoor dat er nog een instrument van opa, oma of een ander familielid ongebruikt op zolder staat, geef ik altijd door dat ze bij Het Muziekinstrumentenfonds terechtkunnen.’

bekijk de viool