
Olivier Thiery
van Cesare Candi

Het Muziekinstrumentenfonds was al enkele jaren op zoek naar een contrabas voor topbassist Rick Stotijn. Rick had een instrument nodig dat uiterst geschikt is voor solospel. Nu, bijna drie jaar later, is het eindelijk gelukt! Het fonds heeft een fantastisch instrument kunnen aankopen voor Rick: een contrabas gebouwd door Giovanni Battista Rogeri in Brescia, rond 1705-1710. Wij zijn enorm blij met deze nieuwe aanwinst.
Het vinden van een oude contrabas van topniveau en in goede conditie in een wereldwijde markt is op zich al een enorme uitdaging. De verschillende afmetingen en modellen van contrabassen maken het extra moeilijk om een instrument te vinden dat aan specifieke wensen voldoet, in dit geval van Rick Stotijn. Tel daar het ingewikkelde en kostbare transport bij op en u begrijpt dat zo’n aankooptraject zeer complex is en tijd in beslag neemt.
Wellicht heeft u al eens gehoord over deze barre zoektocht in een aflevering van onze podcast 'De Instrumentenkamer' of erover gelezen in dit nieuwsbericht. Ondanks alles is het gelukt om Rick een aantal geweldige contrabassen te laten uitproberen, waardoor uiteindelijk een weloverwogen keuze kon worden gemaakt voor de Rogeri-bas!
Deze definitieve keuze werd gemaakt na een intensieve klanktest in Amsterdam die onlangs plaatsvond. Er waren toen nog twee topcontrabassen in de race. Bij de klanktest waren Frits Schutte (hoofd collectie) en Olivier Thiery (hoofdvakdocent aan het Conservatorium van Amsterdam) aanwezig.
De Rogeri bleek in alle opzichten te voldoen aan wat Rick zocht in een bas: volume, projectie, maar bovenal een oneindig groot klankspectrum, waar elke dag wat te ontdekken valt. En wat een schoonheid! Rick: "Het bovenblad is zó mooi! Als je naar de knoesten kijkt, lijkt het net of je de eeuwenoude takken er zo weer aan kan zetten. De typisch Bresciaanse f-gaten zijn een lust voor het oog en zo kenmerkend voor Rogeri en zijn leermeester Amati."

Afgelopen zomer kon Rick de Rogeri-bas al voor het eerst uitproberen. Hij nam hem mee naar het Ljubljana Festival waar hij in de Križevniška-kerk ensemble- en solowerk uitvoerde. Daar bleek dat de bas zich enorm goed leende voor kamermuziek en ook een heerlijk, makkelijk bespeelbare racewagen kon zijn voor virtuoze stukken, zoals Emil Tabakov’s Motivy.