
Mascha van Nieuwkerk
van Orsolo Gotti

Na een lange speurtocht speelt celliste Mascha van Nieuwkerk sinds kort op een eigenzinnige, ‘crispy’ Italiaan. Het instrument werd gekozen na een uitgebreide klanktest met zeven cello’s. Geholpen door een jury van experts waaronder docenten en cellisten kozen Mascha en Het Muziekinstrumentenfonds voor een Italiaanse cello gebouwd rond 1900 door Orsolo Gotti. Hoe gaat zo’n proces, wat doet het fonds, waar loop je als musicus tegenaan?

Eind 2017 ontvingen we van Mascha een aanvraag voor een andere cello. “Jullie 18e-eeuwse Hollandse Lefèbvre bespeel ik sinds 2010 en ik ben er nog altijd dol op. Het instrument heeft me ver gebracht. Ik had een vliegende start van mijn carrière met Fuse. Ik ben nu in een nieuwe fase gekomen en mijn fantasie gaat verder. Ik zoek een instrument dat me de overtuigingskracht geeft om mijn persoonlijke muzikale stem nog sterker te laten horen. Een instrument dat meekleurt in het ensemble én van zich kan laten horen met een eigenzinnige, solistische stem.” Mascha probeerde verschillende cello's uit de collectie van Het Muziekinstrumentenfonds. Maar haar gedroomde instrument zat er op dat moment niet tussen. Door een nalatenschap kwam er ineens een mooie kans. Het fonds kon een cello aanschaffen in de categorie waar Mascha in zocht.
Namens het fonds ging collectiebeheerder Geertje van der Linden op zoek: “Experts en bouwers, de Nederlandse Groep van Vioolbouwers... iedereen uit ons netwerk heb ik laten weten dat we op zoek waren naar een cello van een bepaald kaliber. Als de klank, de conditie en de prijs goed zijn en de herkomst duidelijk is, konden ze meedoen met een klanktest. We vonden zeven hoogstaande instrumenten: Franse, Engelse, Duitse, Italiaanse, Belgische en Nederlandse cello's daterend van 1770 tot 2001.” Op het podium in de Sweelinckzaal van het Conservatorium Amsterdam liggen ze zij aan zij te wachten tot ze hun ziel mogen blootgeven.
Om de instrumenten goed te kunnen beoordelen, zijn naast Mascha ook de cellisten Michael Müller en Geneviève Verhage uitgenodigd. Geertje: “Michael is iemand die de grenzen opzoekt van het instrument. Hij kruipt in de ziel, zet zichzelf volledig aan de kant en zal elke cello een kans geven. Genevièves speelstijl lijkt een beetje op die van Mascha. Voor Mascha is het fijn om de instrumenten in haar handen te horen.” Om de beurt pakken Mascha, Michael en Geneviève de cello's op om ze zachtmoedig én stevig te bespelen. Mascha: “Michael kwam met een aanpak die heel goed werkte. Eerst speelden we langere stukken en kregen de cello's de kans om zich uitgebreid voor te stellen. Daarna herhaalde Michael kort achter elkaar steeds dezelfde fragmenten op de verschillende instrumenten, zodat je ze echt kon vergelijken. Daarna werd het nog systematischer en pakte hij de cello's aan per snaar. Het was heel goed om vanuit de zaal naar hem te kunnen luisteren. Als je zelf speelt, wordt je oor vertroebeld door je spelervaring. Een paar kanshebbers van toen ik alleen zelf gespeeld had, vielen na Michaels spel af. En andere instrumenten, die minder goed ingespeeld waren, kregen juist weer een kans.”

Terwijl Mascha, Michael en Geneviève spelen, luisteren achter de tafel vier panelleden mee: Geertje en collega Frits Schutte, cellodocent Monique Bartels en contrabassist Peter Stotijn, beiden lid van de Instrumentencommissie. Geertje: “Klankkleur, projectie, karakter… je probeert zo goed mogelijk te interpreteren wat je hoort. Het gaat om de aanschaf van een instrument dat na Mascha ook weer aan andere musici in bruikleen zal worden gegeven. Advies van meerdere kenners is voor ons daarom belangrijk.”
Na de klanktest blijven er drie favorieten over en Mascha krijgt te horen om welke instrumenten het gaat: een oude Parijzenaar gebouwd door Louis Guersan rond 1770, een Noord-Italiaan gebouwd door Orsolo Gotti rond 1900. Door het panel wordt ook de Franse cello gebouwd rond 1905 door Pierre Hel aangewezen. Hij is 60 jaar niet bespeeld, klinkt nog heel gesloten en verdient nog een kans. Ook Mascha's eigen vertrouwde Lefèbvre blijft in de race. Mascha: ”Inmiddels is me wel duidelijk dat ik die niet zomaar aan de kant moest schuiven.”
De akoestiek in de zaal van de klanktest is goed. Geertje: “Hier in de Sweelinckzaal klinkt bij wijze van spreken elke cello prachtig. Om te weten hoe ze zich gedragen in drogere ruimtes of een zaal met meer galm, mogen de drie favorieten met Mascha mee op tournee. Bovendien zijn de cello's nu alleen solo bespeeld. Het is heel fijn als Mascha ze met Fuse, met piano en met orkest kan uitproberen. Dan ervaar je pas of de expressie overeind blijft samen met andere instrumenten.”
Een paar weken later doen Mascha en Geertje een tweede klanktest met de bandleden van Fuse. Mascha: “Ik bespeelde de cello's anoniem, voorafgaand aan een concert. Mijn bandleden waren het totaal niet met elkaar eens. Emma (van der Schalie, violiste) was verliefd op de Lefèbvre. Zij hield van mijn bekende, vertrouwde klank. Tobias (Nijboer, bassist) viel compleet voor de donkere basklank van de Guersan. En Julia (Philippens, violiste) was helemaal fan van de Gotti. Toen de Gotti eenmaal meedeed in het ensemble waren we ineens heel eensgezind en wisten we zeker dat dat hem moest worden. Hij kon meekleuren en soleren. De Hel viel af, maar die heb ik in al die weken wel veel extra aandacht en liefde gegeven omdat hij met zoveel achterstand binnenkwam.”
In de weken na de klanktest groeien Mascha en de Gotti steeds verder naar elkaar toe. “Elk concert ontdekte ik nieuwe dingen. Soms vind je elkaar ineens, en dan is het weer helemaal weg. Je voelt dat het instrument zich ontwikkelt. We hadden veel optredens en het Fuse-repertoire daalde in in de Gotti. Ook als speler ontwikkel je je richting het instrument. Soms kwam dat al prachtig samen.”
Geertje is, namens Het Muziekinstrumentenfonds, heel blij met de keuze voor de Gotti. “Ik was eerst fan van de Guersan. Maar toen ze de Gotti met Fuse ging bespelen, was ik om. Het is een wendbaar instrument met verschillende akoestische mogelijkheden. Hij geeft Mascha veel vrijheid, buigt mee, laat zich horen, en is tegelijkertijd goed naar haar hand te zetten. Door zo'n heel proces leer je dat je niet te snel moet oordelen en beslissen.”
Hoe is het voor Mascha om afscheid te nemen van haar oude instrument van Het Muziekinstrumentenfonds? “Het voelt helemaal niet alsof ik hem kwijt ben. De speelherinnering van de Lefèbvre zit ook in dit nieuwe instrument. Het lijkt wel alsof hij gereïncarneerd is. Het is een afsluiting van een tijdperk, maar het voelt niet als een heftige schok of een gemis. Dat komt ook omdat de Lefèbvre heeft meegedaan met de klanktest. We hebben het echt grondig aangepakt en ik heb voor de omschakeling ruim de tijd kunnen nemen.”
Over de Gotti
“Crispy, fluwelig en open”, zo typeert Mascha de Gotti. “Hij klinkt zoals ie eruitziet: warm en met een mooie, donkere houtachtige klank. Tegelijkertijd kun je met de Gotti heel goed articuleren. Hij is zoals zo'n toetje, je weet wel, zo'n hele lekkere zachte cake, met daarbovenop van die knisperige, krokante nootjes.”
De cello is gebouwd door Orsolo Gotti (1867-1922) rond 1900 en komt uit een lange traditie van vioolbouw in Pieve di Cento, Noord-Italië. Carlo Carletti, leerling van de beroemde vioolbouwers Fiorini en Pollastri uit Bologna, startte er eind 19e eeuw zijn werkplaats en gaf de kunst door aan zijn zoons Natale, Orfeo en Nullo Carletti, en aan Orsolo Gotti en zijn zoon Anselmo.