Doorgaan naar content

Kijkje in de keuken:
splinternieuwe cello

In opdracht van Het Muziekinstrumentenfonds bouwt Daniël Royé momenteel een nieuwe cello. Een cello van zijn hand uit 2004 werd namelijk vanwege een uitzonderlijke situatie gekocht door een musicus. Wij gingen langs in zijn werkplaats in Amsterdam om te zien hoe het bouwproces vordert. Het is altijd wonderbaarlijk een instrument in het beginstadium te ontmoeten, nog helemaal blank en in losse onderdelen.

Nieuws
10 december 2023 door Indy de Vries

We nemen u graag mee het atelier in:

Wij worden op een koude woensdagmiddag met een warme groet ontvangen door Daniël Royé. Zijn atelier ziet eruit zoals u misschien verwacht van een echte vioolbouwer: verschillende soorten hout in elke kast, gereedschap op elke tafel, en zaagsel overal: het kleeft zelfs aan de mouw van zijn wollen trui.

Zonder te spieken?

Daniël leidt ons direct naar de cello die hij bouwt voor onze collectie. Wat we zien: een fragiele, nog blanke klankkast met onafgewerkt bovenblad. Het achterblad ligt op de werkbank, want hij is druk met het creëren van de gewenste diktes. En dat is heel precies werk. Om de juiste welvingen te verkrijgen, heeft Daniël de originele Mara-cello van Antonio Stradivari (1644-1737) grondig bestudeerd. Maar deze nieuwe cello wordt niet slechts een replica, meent Daniël. Dankzij jarenlange ervaring (hij begon 43 jaar geleden!) werkt hij ook veel aan de hand van zijn eigen expertise.

Naast de juiste diktes is de houtkeuze van groot belang. Deze cello bestaat uit meerdere houtsoorten: de hals, het achterblad en de zijkanten zijn gemaakt van esdoorn, het bovenblad van fijnspar en de toets van ebbenhout.

Wat Daniël heeft losgelaten in de loop van zijn carrière, is het idee dat het bovenblad langzaam gegroeid hout met fijne jaarringen vereist. Voor de klank van een cello klinkt een bovenblad met brede jaarringen het beste, vindt Daniël. Stradivari, Goffriller en Montagnana werden ook niet nerveus van een bovenblad met een dergelijke brede tekening. Daniël concludeert dat vioolbouw een ambacht is waarin je eeuwig blijft leren. En gelukkig maar, want dat houdt het leuk en spannend.

Zonnebaden

Hoewel de cello nog niet toe is aan deze stap, neemt de vioolbouwer ons mee naar een ander hoekje van zijn werkplaats. Hij staat stil voor een zelfgemaakte houten kast. De kast is statisch en kaal: het geeft geen geheimen weg. Daniël hangt hierin gelakte instrumenten op om ze te laten drogen. In de kast zitten lampen die werken als een zonnebank. De Italiaanse zon wordt dus nagebootst in Amsterdam!

De instrumenten moeten drogen in deze droogkast, omdat Daniël olielak gebruikt, wat zeer langzaam droogt. Met olielak heb je meer tijd om te schakeren, oftewel nuances in de lagen aan te brengen, zegt Daniël. En dat is heel mooi en leuk om te doen.

Taalverschil

Muziek is zó persoonlijk. Wat je hoort, wat je voelt, en wat je fijn vindt: elke musicus ervaart en bespeelt eenzelfde instrument op een andere manier. Er lijkt een universele taal te ontbreken om te spreken over de klank en de mogelijkheden van een instrument. Omdat de kans groot is dat een instrument uit onze collectie in de loop van tijd verschillende spelers ontmoet, probeert Daniël een zo veelzijdig mogelijke cello te bouwen voor Het Muziekinstrumentenfonds.

De ideale klank

Om deze veelzijdigheid te testen, laat Daniël de cello (wanneer die af is) bespelen door verschillende musici. Belangrijk vindt hij dat de cello een groot volume heeft: het instrument moet niet alleen zacht kunnen klinken, maar ook krachtig. Het moet in de hoogte goed klinken, en in de laagte. Het moet kunnen mengen met andere instrumenten, bijvoorbeeld in een orkest, maar zich ook kunnen profileren voor solospel.

Daniël let specifiek op de gevoeligheid: reageert de cello op vibrato en snelle noten? Ook worden er eisen aan de klankkleur gesteld: warm en helder. En flexibel: je moet de klank kunnen kneden. Daarnaast moet het geluid explosief zijn ("Paaah!" roept Daniël met de armen wijd en de vingers gestrekt). We spreken over al deze eigenschappen, maar als we ons realiseren hoe abstract en persoonlijk deze termen zijn, schieten we alle drie in de lach.

U begrijpt het al: wij kijken er zeer naar uit om de cello te horen.

Cultuur verdient uw steun

Vele musici kunnen geen eigen instrument van hoogwaardige kwaliteit aankopen, want die zijn vaak erg duur. Word donateur van Het Muziekinstrumentenfonds en draag bij aan cultureel erfgoed in handen van meer dan 435 muzikale talenten!

Steun onze talenten