
In memoriam
Theo Laceulle:
een beminnelijk
mens bij uitstek
Vorige week ontvingen wij het akelige nieuws dat onze vrijwilliger Theo Laceulle is overleden. Intens verdrietig zijn wij door dit onverwachts overlijden. Het voelt onwezenlijk. Het ontbreekt ons aan woorden voor dit verlies, maar toch heb ik geprobeerd te beschrijven wat hij voor ons betekende.
Het was 2002 toen de toenmalige officemanager van Het Muziekinstrumentenfonds de telefoon opnam en een sympathieke meneer aan de telefoon kreeg, ‘ene Theo Laceulle’. Hij vertelde over het feit dat hij zich aan het oriënteren was voor een heel goede vriendin die celliste was. Zij had een Dodd-cello en Voirin-strijkstok die zij mogelijk aan Het Muziekinstrumentenfonds wilde schenken of in bruikleen wilde geven. Niemand kon toen nog bevroeden hoe belangrijk Theo voor het fonds zou worden.
Een paar jaar later belde hij nogmaals op naar Het Muziekinstrumentenfonds. Nu om te zeggen dat hij en zijn vrouw Marianne 60 werden en een groot feest zouden geven. In de uitnodiging aan hun gasten vroegen ze om een gift aan Amnesty én het fonds. Natuurlijk mocht muziek niet ontbreken op dit feest. Musici Cecilia Bernardini en Laura van der Stoep speelden de sterren van de hemel. Het werd een memorabel feest.
In 2012 bood Theo samen met zijn vrouw Marianne geheel belangeloos zijn diensten aan als vrijwilliger van het ‘Weekend van van Het Muziekinstrumentenfonds’. Dat was het begin van een warme relatie met hem. Hij verzekerde me dat ik ‘je’ moest zeggen en niet moest blijven vousvoyeren. Hij hield dat stellig vol, totdat ik toegaf. Hij opperde ook meteen enthousiast, zij het heel bescheiden, een idee: zou het voor Het Muziekinstrumentenfonds niet goed zijn om een ‘Theo Olof-cd’ uit te brengen? Dat zou niet het laatste idee zijn waar Theo mee kwam. Hij zat boordevol creativiteit en probeerde ons respectvol van zijn ideeën te overtuigen. Zo vond hij dat we nu toch echt een keer de contrabas in de schijnwerpers moesten zetten, want dat was al véél te lang geleden! Ook streed hij voor eerlijke vergoedingen voor musici, want musici kregen toch echt belabberd betaald. Bij de recente annulering van de concerten vanwege de wereldwijde corona-problemen, voelde hij zich ook duidelijk betrokken en verdrietig.
Theo zette zich ook in om de historie van muziekinstrumenten te ontrafelen en kwam daarom wekelijks bij ons over de vloer. Daarnaast werd hij namens Het Muziekinstrumentenfonds de intermediair tussen musici en tientallen concertorganisaties en particulieren. Met tomeloze energie regelde hij meer en minder belangrijke muzikale zaken. Zijn fabelachtige en parate kennis van muziek kwam daarbij goed van pas. ‘Onze lopende muzikale encyclopedie’, zeiden we wel eens gekscherend tegen elkaar. Theo wás muziek.
Ik probeerde zijn enthousiasme wel eens (tevergeefs) af te remmen. Hij was immers ook partner, vader en opa van zijn lieve kleinkinderen, amateurmusicus en vrijwilliger bij het Toonkunstkoor Amsterdam en de Universiteitsbibliotheek. En als hij niet zelf zong, was hij wel te vinden in de opera.
Dankbaar zijn we voor de warme band die we samen hadden, voor de dierbare herinneringen, voor wat hij ons gaf door zijn kwaliteiten belangeloos in te zetten voor Het Muziekinstrumentenfonds. Hij was jarenlang veel meer voor ons dan een vrijwilliger en we deelden met elkaar onze liefde en enthousiasme voor het fonds en de musici. Een troostrijke gedachte.
Manon Veenendaal, directeur/bestuurder