Doorgaan naar content

Iconische
reclame-vleugel
overgedragen

Als ‘dat zwijgend genie uit Rotterdam’, kenschetste de beruchte dichter Cor Vaandrager hem. Componist en pianist Peter Snoei verwierf vooral roem met iconische tv-reclames, maar hij verklankte ook gedichten van Gerard Reve en Franz Kafka. Dertien jaar na zijn dood schenkt zijn weduwe, de kunstenares Marianne Grootenboer, de vleugel van haar ‘mysterieuze’ man aan nieuwe generaties. ‘De piano stond hier de laatste tijd als een stil monument, dat kan toch niet de bedoeling zijn.’

Nieuws
13 januari 2021 door Joost Galema

Zijn majestueuze uitzicht moet de Carl Mand-vleugel straks missen: de meters lange glazen ronding van het appartement op de negende verdieping aan de kade biedt een panorama over de Rotterdams Koningshaven, richting de binnenstad, in het westen verrijst de Erasmusbrug, in het oosten de Willemsbrug. Pianist en componist Peter Snoei zocht Nederland af naar dit instrument, zegt zijn weduwe Marianne Grootenboer. ‘Hij wilde een vleugel met een lichte aanslag, maar een diep geluid. Peter had ooit zo’n Carl Mand gehoord, en was meteen verliefd op de klank geworden.’

Volg de Nieuwe Maas - die je vanachter de vleugel kunt zien - stroomopwaarts en je komt vanzelf op de geboortegrond van het instrument. Bouwer Carl Mand was de zoon van een houtbewerker in de Rijnstad Koblenz. Vlakbij het ouderlijk huis bevond zich ook het zomerverblijf van een rijke Berlijnse bankiersfamilie. De zoon daarvan - de latere componist Felix Mendelssohn - moedigde de oudere broer van Carl Mand aan zijn muzikale kennis te verdiepen door piano’s te leren bouwen in Wenen. Maar deze Nikolaus stierf jong, waarop Carl zijn plek innam. Na de opleiding keerde hij terug naar Koblenz, waar Carl in 1835 voor zichzelf begon. Het bedrijf won talloze prijzen, groeide zelfs uit tot hofleverancier van de Duitse keizerin en produceerde in zijn glorietijd drieduizend vleugels per jaar. In de twintigste eeuw ging de legendarische pianobouwer ten onder: de naweeën van de Eerste Wereldoorlog werden nog overleefd, maar de financiële crisis begin jaren dertig betekende de nekslag.

Foto

foto's: Jesse Kraal

Schrijver en beeldend kunstenaar Marianne Grootenboer toont een tekening die ze met haar zoon maakte: het ontwerp van een ovalen tafel met meerdere bladen op verschillende hoogten. ‘Als een soort schaduw van de vleugel’, zegt ze, ‘zal dit meubel de lege plek in de kamer vullen.’ Voor haar ligt de partituur van de Carmina Reviana - Peter Snoei schreef de liederencyclus op gedichten uit Gerard Reve’s bundel Nader tot U. Er zit een brief van de schrijver bij. Na de beluistering van ‘Uw toonzetting mijner gedichten’ constateert de bloemrijke Reve dat er ‘veel gewonnen zou worden, indien er harder, niet in de zin van uiterlijk minder bewogen werd gezongen, en er iets minder luid werd gespeeld waardoor de begeleiding crescendoos en fortissimoos zou kunnen bezigen zonder de zang te overstemmen’.

Ze lacht.

Grootenboer (80) en Snoei leerden elkaar kennen, toen ze begin twintig waren. Cabaretier Gerard Cox, getrouwd met een vriendin van haar, kwam op een dag langs met de mededeling: ‘Ik heb een leuke pianist, hij komt uit Rotterdam en heeft in Groningen op kostschool gezeten.’ Beiden zagen elkaar en hadden meteen dezelfde gedachte: ‘Ik ben met de verkeerde getrouwd.’

Pas na haar scheiding - bijna veertig jaar later - ontmoetten ze elkaar weer, nu allebei vrij, in de Kunsthal in Rotterdam. ‘Hij kwam op me af en het was gelijk aan’, vertelt ze. ‘Hetzelfde gevoel als de eerste keer. Ik wist het. Dit is hem. En hij voelde dat ook. Negen maanden daarna trouwden we. Zo’n tien jaar hebben we nog van elkaar kunnen genieten. Toen stierf hij. Een virus in de hersenen, zeiden de artsen. Tien dagen later was Peter dood.’

Snoei was een veelzijdig musicus. Hij maakte naam in de reclamewereld met iconische tv-commercials, waarvoor hij ook de teksten schreef. Ze bleven als oorwurmen in het collectieve geheugen zitten. Het waren er teveel om op te noemen. Zoals: ‘Sokken en jassen en broeken en dassen: Omo wast door en door schoon.’ Of: ‘Het aroma komt je tegemoet zodra je Supra open doet: dat is Van Nelle.’ En ook: ‘Hartelijk welkom op dit feest met fijne vis en lekker vlees én… de sauzen van Calvéeeeeee.’ Snoei goot de boodschap in mini-liedjes van nog geen dertig seconden, met coupletten en refreinen. ‘En zijn grootste geheim’, onthult Grootenboer, ‘was de dalende terts. “Daarmee heb ik mijn geld in de reclame verdiend”, beweerde hij altijd.’

Behalve commercials speelde Snoei in jazzbands als Hyacinth en Popera, met dichter Jules Deelder. En wanneer hij achter de piano ging zitten improviseren dan zeiden de mensen meestal dat die Snoei weer eens zat te ‘monken’, alsof hij de Nederlandse evenknie was van de Amerikaanse jazzpianist Thelonious Monk. Hij was een stille en mysterieuze figuur, vaak omringd door vrouwen. ‘Een spannende jongen’, vond Grootenboer. ‘Een sfinx. Saxofonist Hans Dulfer, met wie hij vaak optrad, sprak over hem in die termen. “Ik heb anderhalf, twee jaar met Peter gespeeld”, vertelde hij me, “maar hij heeft nog nooit een woord met me gewisseld.” Dichter Cor Vaandrager beschreef hem als “dat zwijgend genie uit Rotterdam”. In die woorden school trouwens enige jaloezie, want Peters eerste vrouw was aanvankelijk Vaandragers vriendin.’

Deed Snoei zijn mond wel open, dan kwam er meestal een rake oneliner uit, herinnert Grootenboer zich. ‘Hij had een intelligent gevoel voor humor en voor taal. Dat hoor je terug in zijn aanstekelijke teksten en woordgrappen voor die tv-commercials. Was er een aardige prijs te winnen met een slagzinnenwedstrijd? Peter deed mee, en won altijd.’

Snoei werkte in zijn studio in het Lloyd Kwartier, maar ook vaak achter de Carl Mand thuis. ‘Hij zat eigenlijk altijd achter de vleugel. Zijn hele leven lang heeft hij daar doorgebracht. Het begon toen hij een peuter was. Zijn moeder was de eerste vrouwelijke taxichauffeur van Nederland. Een levendige tante. Ze hield van muziek en kocht een pianola. Maar haar lessen wilde niet vorderden. Op een dag kwam ze wat eerder thuis, en trof ze de driejarige Peter achter het instrument. Hij speelde op gehoor liedjes van de radio na. Zijn ouders spraken altijd over hem als “een eigenaardig kind”. Peter had natuurlijk iets van een autist, zo’n begaafde Asperger. Via de muziek kon hij een plek in de wereld veroveren.’

Is de muziek van de televisiecommercials doorgaans speels, vaak meesterlijke parodieën van bestaande stijlen, op het album Melodies & Movements - dat hij begin deze eeuw thuis achter zijn Carl Mand opnam - overheerst de peinzende en meditatieve klank: de lome sfeer van een nazomeravond. Ook hierin laat hij vaak gedachten over muzikale vormen versmelten, zoals in Tango mazurka en J.S. Blues - voor welke jazzmusicus is de oude Johann Sebastian Bach geen inspiratiebron? ‘Dit waren stukken die hij speelde tijdens de huisconcerten die we hier zeven keer per jaar gaven. Of soms deed hij het op een warme middag met de ramen open. “Bis! Bis!” riepen mensen dan vanaf hun bootjes in de haven beneden.’

Naast de vleugel staat een dodecaëder, een mysterieuze ‘bolvorm’ met twaalf vijfhoekige vlakken. ‘Zulke dingen fascineerden Peter’, zegt Grootenboer. ‘Hij zat bij de vrijmetselaars en rozenkruisers. Die filosofieën boeiden hem. Hij was studieleider van de mystici onder hen en leidde allerlei rituelen. Soms schreef Peter muziekstukken op basis van numerologie. Het was een wonderlijke man.’

Ze laat een schilderij zien van een man die half echt, half schaduw is. ‘Dat was Peter. Iemand die van de ene naar de andere wereld gaat. Hij vond het ook niet erg om te sterven. Hij gaf me een belletje. “Daar moet je maar mee ringelen als er wat is”, zei hij. Dus wanneer ik na zijn dood een huisconcert organiseerde, deed ik dat. Dan moest hij even komen. Peter geloofde niet in goden, maar in  energie die niet verloren gaat.’

Marianne Grootenboer werd geboren in 1941 in Rotterdam. Ze is kunstenares en schrijfster. Naast tekeningen en schilderijen bestaat haar werk ook uit objecten, installaties en performances. Een belangrijk thema in haar werk is kleur. Wat betekenen die voor mensen? Haar uitgebreide onderzoeken naar deze vraag ontwikkelde zich tot exposities en voorstellingen. Ze schrijft ook poëzie en door haarzelf geïllustreerde kinderboeken. Onlangs verscheen van haar Mees en de geheimen van de Dezzlerclan.