Doorgaan naar content

Een viool sinds
1942
op zolder...

Het collectiebeheer wordt tijdelijk geassisteerd door violiste Iefke Wang. Tijdens haar werkzaamheden reist ze zo nu en dan af naar mensen die een instrument aan Het Muziekinstrumentenfonds willen schenken. Dat levert vaak bijzondere verhalen op.

Nieuws
20 september 2018 door Iefke Wang

“Ik rijd Heiloo binnen, op weg naar ‘een lieve meneer die een viool aan Het Muziekinstrumentenfonds wil schenken’. Meer weet ik niet, behalve het adres. Ik word getroffen door al het groen, ik ben gek op de natuur. Hier zijn geen stoepen maar gras, bomen alsof je op een vakantiepark bent. Ik kom weer een beetje in de vakantiestemming.

Hans van den Wijngaard laat me binnen en ik struikel bijna over de wajangpoppen, langs de trap omhoog, aan de muur, overal. Ik complimenteer hem met zijn mooie huis en de prachtige omgeving. Hans en zijn vrouw zijn erg gelukkig in Heiloo. Tijdens een kopje Lapsang Souchong, waarvan er nog vele zullen volgen, vertelt hij me dat ze niet uit Heiloo komen, maar uit Leiden. Na zijn pensioen zijn ze hier komen wonen. Mijn hart gaat sneller kloppen want mijn familie komt ook uit Leiden. Ik vraag hem of hij dan toevallig de familie Van Gellecum of Wang kent. Hans veert op, ‘Bas van Gellecum, dat was mijn maatje!’ Ik verslik me zowat in mijn thee. Deze aardige meneer was bevriend met mijn eigen oom! Mijn moeders familie en hij waren gewoon buren. Mijn moeder herinnert hij zich niet heel goed, ze was toen nog maar klein. Maar met oom Bas was hij dikke vriendjes. Dan vertelt Hans veel over onze gezamenlijke geschiedenis, over mijn oma waar hij een beetje bang voor was, want ze had geen bloemetjesschort maar was juist heel modern.

Als we over onze eerste verbazing en verwondering heen zijn, vraag ik hem naar het verhaal achter de viool. Het verhaal van zijn vaders viool die hij zomaar aan Het Muziekinstrumentenfonds wil schenken. Op Radio 4 hoorde hij over Het Muziekinstrumentenfonds, en sinds de dood van zijn vader in 2004 lag de viool op zolder.

De vader van Hans, Fred van den Wijngaard (geboren in 1909), had de viool in 1930 van zijn baas gekregen. Hij werkte bij Templum Salomonis, de nog immer bestaande antiquarische en moderne boekhandel bij mijn vaders familie om de hoek tegenover de Pieterskerk in Leiden. Fred van den Wijngaard was een amateurviolist die in de avonden na het werk op zijn viool speelde.

Tot 1942, vertelt meneer van den Wijngaard…

Er komt een knoop in mijn buik. Tijdens de oorlog kregen ze een onderduiker in huis, die toevallig ook viool speelde. Gelukkig is deze meneer veilig de oorlog doorgekomen, hoewel er twee NSB’ers in de straat woonden. Hij is nooit ontdekt en een aantal andere onderduikers in de straat ook niet. Gelukkig, knoop in mijn buik opgelost. Er volgen veel verhalen over de oorlog. Hans, toen nog een klein jochie, droeg de verzetsblaadjes onder zijn kleren. Toen hij roodvonk had, kregen ze een plakkaat op het raam van de gemeentelijke gezondheidsdienst om de Duitsers te waarschuwen voor besmettelijke ziektes. Dat plakkaat bleef lekker een half jaar hangen. Ze woonden vlakbij de Nieuwe Vaart (nu het Rijn-Schiekanaal) waar een spoorbrug was, waarover de Nazi’s V2-raketten vervoerden om de Engelsen mee te bestoken. Die brug werd in 1944 door de geallieerden gebombardeerd. Dat herinnert Hans zich nog levendig. Alle ramen waren weggeblazen en je kon zo vanuit de achtertuin naar de voortuin doorlopen, alles was weg.

Maar blijft het raadsel van de viool: waarom bleef de viool in de kist vanaf 1942?

De vioolspelende onderduiker en de moeder van Hans vonden elkaar iets té leuk. Waarschijnlijk uit jaloezie en onmacht heeft zijn vader vanaf dat moment nooit meer viool willen spelen. De onderduiker kwam na de oorlog nog regelmatig bij hen op bezoek. Hans wilde toen hij klaar was met school de muziek in. Van zijn vader mocht dat absoluut niet, de Kweekschool en niets anders! Hans’ moeder echter, betaalde stiekem het schoolgeld voor het conservatorium. Zo kwam hij trombone te studeren bij Anner Bijlsma sr. Hans speelde overal waar het kon en kwam onder andere in het Residentie Orkest terecht. Als ze in de Stadsgehoorzaal in Leiden speelden, stond daar toch, helemaal achteraan in het donker, zijn vader te luisteren. Hans heeft veel concerten gegeven met het Residentie Orkest, maar de dienstplicht gooide roet in het eten. Toen hij terugkwam, was zijn plek vergeven. Met tranen in zijn ogen vertelt Hans dat hij toen toch de Kweekschool maar heeft afgemaakt en een lange carrière in het onderwijs heeft gehad. Dat ging zo in die tijd, je luisterde naar je vader, voegt hij eraan toe.

De week erop ging ik langs bij een vioolbouwer om de viool te laten taxeren. Helaas is de viool niet van een dusdanig kaliber dat ze in aanmerking komt voor de collectie van Het Muziekinstrumentenfonds. Desondanks heeft Hans ons toestemming gegeven om de viool te verkopen. We mogen de opbrengst van dit bijzondere instrument ten gunste van Het Muziekinstrumentenfonds gebruiken. Nogmaals hartelijk dank, meneer Van den Wijngaard!”