
Anuschka Pedano
van Jean-Baptiste Vuillaume

Vorig jaar voelde Anuschka Pedano (25) dat de altviool die zij van Het Muziekinstrumentenfonds in bruikleen had, haar wensen niet langer kon vervullen. Wij gingen met Anuschka op zoek naar een instrument waarmee ze de diepte in kan gaan en haar spel naar een solistisch niveau kan tillen. In juni voltooiden we de zoektocht: Anuschka werd verliefd op een altviool gebouwd door Giovanni Grancino in 1699. De alt luidt niet alleen een nieuw hoofdstuk in voor Anuschka, maar is ook een prachtige aanvulling op de collectie topaltviolen van Het Muziekinstrumentenfonds. Lees meer in dit interview.
‘Ik ben Anuschka en ik speel altviool. Ik houd enorm van de donkere, warme klanken van dit instrument. De altviool staat een beetje in de schaduw van de virtuoze viool, maar dat komt vooral ook door het repertoire. Ik vind het zelf enorm leuk om de altviool als virtuoos, solistisch instrument neer te zetten. Dat is echt een uitdaging. Daarnaast vind ik het heel leuk om kamermuziek te spelen. Ik zoek graag de grenzen van het repertoire op, maar ook die van het instrument zelf, bijvoorbeeld door arrangementen voor altviool te maken van stukken voor viool of cello. Dit doen mijn zusje Maria en ik veel voor ons trio. Zij speelt hobo en voor de combinatie hobo-altviool is best weinig repertoire voor te vinden, dus voor dat ensemble zijn we altijd wel op zoek naar klassieke stukken om te spelen. Die zijn dan bijvoorbeeld oorspronkelijk voor andere instrumenten geschreven. We schrijven ze dan om voor hobo en altviool. Wij kennen onze eigen instrumenten natuurlijk door en door, dus we kunnen ook het beste inschatten welke arrangementen voor ons werken.’
‘Ja, dat was heel bijzonder. Ik was toen zeventien jaar. Tot dat moment had ik nog niet zulke goede instrumenten bespeeld. Toen ik het Prinses Christina Concours won, vond de jury dat ik op zoek moest gaan naar een beter instrument. Ze zeiden: ‘Ga eens kijken bij Het Muziekinstrumentenfonds.’ Zo kwam ik in contact met Geertje, die mij uitnodigde. Vervolgens mocht ik een aantal instrumenten thuis uitproberen. Ik vroeg mijn docenten om advies en uiteindelijk kwam ik uit bij een altviool van Gand & Bernardel. Dat instrument maakte echt een wereld van verschil. Opeens kon ik zoveel meer klankkleuren maken en veel meer ontdekken in mijn spel. Daardoor begon ik het spelen nog leuker te vinden.’

Anuschka met collectiebeheerder Geertje van der Linden
‘Aan het begin van mijn carrière als altvioliste was ik best wel op zoek naar een soort vioolachtige klank. Ik vond de transparantie van een viool toen heel mooi. Daar had ik een altviool van Gand & Bernardel en uiteindelijk een Vuillaume van Het Muziekinstrumentenfonds op uitgekozen. Nu ben ik juist meer op zoek naar een lage klank. Vorig jaar had ik een Storioni-altviool van het fonds geprobeerd (waarvoor uiteindelijk Alice Sinacori geselecteerd werd, red.). Die had veel meer pit, meer power. Dat is wat ik de laatste tijd miste. De Vuillaume beperkte me bijvoorbeeld als ik met orkesten speelde, want ik kon gewoon niet boven het orkest uitkomen. Het instrument projecteerde niet goed genoeg, waardoor ik altijd heel hard moest werken. Ik wist dus waar ik tegenaan liep en dat ik sommige karakters in bepaalde stukken niet goed naar voren kon brengen. Maar wat het precies was, ontdekte ik pas naarmate ik veel verschillende altviolen had geprobeerd.’
De altviool, gebouwd door Giovanni Grancino in Milaan, 1699..
‘Dit instrument heeft een beetje hetzelfde karakter als de Storioni en als een andere altviool die ik in Londen had geprobeerd. Het instrument heeft verschillende kleuren en voelt alsof het nog kan openbloeien. Ik kan de altviool helemaal gaan onderzoeken, waardoor ik zal groeien als instrumentalist. Het is een instrument met veel karakter dat mij heel veel mogelijkheden biedt. En niet alleen is de klank van de alt heel mooi, maar ook hoe die eruitziet. Op het achterblad zie je de nerven van het hout op zo’n prachtige manier terug en het instrument is bovendien nog in heel goede staat.’
‘Ja, het is echt perfect. De Grancino is niet te groot. Ik had bijvoorbeeld ook een altviool geprobeerd die heel mooi was en een prachtig geluid had, maar die voor mij te zwaar was om te bespelen. Dan moet je de afweging maken: wil je je hele speelstijl aanpassen aan het instrument omdat je er niet aan gewend bent, of ga je toch voor een ander instrument? Maar ik vind het niet per se belangrijk dat de corpus- of snaarlengte een bepaalde maat heeft. Uiteindelijk kijk ik vooral hoe het instrument voelt en speelt. Het was een moeilijke keuze, maar wel een heel doordachte.’

‘Zij is altijd best wel sceptisch, maar bij dit instrument vond ze de klank ook heel mooi en dat die goed bij mij paste. Tegelijkertijd begrijpt ze dat zij niet voor mij kan bepalen op welk instrument ik moet spelen. “Jij moet ervan overtuigd zijn”, was eigenlijk het belangrijkste advies dat ze me meegaf. Ook een aantal docenten, onder wie Marjolein Dispa, en veel andere musici met wie ik speel, vonden de Grancino echt een pareltje.
De enige reden voor mij om te twijfelen over de Grancino was dat die aan het oor niet zo luid klinkt. Gelukkig draagt hij wel goed in de zaal. De toonkleur van het instrument springt er bovenuit. Ik had toen wel echt nodig dat anderen mij konden helpen met de keuze. Ik moest er ook aan wennen om niet steeds te forceren om meer klank uit het instrument te halen, want dat was dus eigenlijk niet nodig. Ik moet erop vertrouwen dat er genoeg klank uit de altviool komt.’

Anuschka en Maria Pedano
‘Ja, ik heb wel een sterke voorkeur voor oude instrumenten, omdat die al een eigen ziel hebben. Met een nieuw instrument kun je het geluid nog helemaal vormen naar wat jij wilt, maar een oud instrument heeft dat al. Daar moet je mee leren omgaan en samen moet je steeds verder zien te komen. Het is eigenlijk net als een relatie: soms heb je goede dagen en soms wat minder goede dagen.
Ik merk bijvoorbeeld dat ik de Grancino nog volop moet ontdekken en leren kennen, maar dat vind ik juist heel leuk. De grootste uitdaging is om het volledige kleurenpalet uit het instrument te halen. Voorheen was de Grancino bespeeld door een orkestmusicus, niet zozeer als een solistisch instrument dus. Het is daarom voor mij de uitdaging om het instrument als het ware te ‘openen’ en er het maximale uit te halen.’
‘Die strijkstok, gemaakt door Kees van Hemert, had ik natuurlijk bij de Vuillaume gekozen. Ik zou graag nog een test doen met verschillende strijkstokken op de Grancino. Ik was laatst in Duitsland op tournee en probeerde daar de vioolstrijkstok van een violiste op mijn altviool. Ik merkte meteen dat ik daarmee nog meer geluid uit het instrument kon halen. Op dit moment heb ik de Garlier in bruikleen om uit te proberen, maar ik twijfel nog of dit de passende strijkstok wordt voor mij. Het wordt dus nog een zoektocht. De allerkleinste details aan de strijkstok kunnen invloed hebben op de klank van de altviool.’
Anuschka diende de aanvraag voor een andere strijkstok de dag voor dit interview in. Deze is nog in behandeling.
‘Vanaf april ga ik naar Berlijn voor een masteropleiding bij prof. Nils Mönkemeyer. Hij is een jonge, virtuoze altviolist die zowel solistisch als in de kamermuziek actief is. In Duitsland noemen ze zo iemand een kammersolist. Ik had een proefles bij hem genomen, omdat zijn manier van spelen heel bijzonder en individueel is. Hij heeft echt een heel eigen stijl. Dat vind ik interessant, want ik krijg vaak te horen dat ik dat ook heb. Dan heb je iemand die je daarin kan begeleiden: je verder ontwikkelen, maar er tegelijkertijd voor zorgen dat je je eigen stijl behoudt. Zodat je niet precies gaat spelen zoals je docent. De proefles met hem was een heel goede ervaring. Ik heb er onwijs veel zin in.’
‘Ik zou heel graag de mooiste altvioolconcerten willen spelen met orkest, kamermuziek spelen op topniveau met de meest inspirerende musici, heel veel reizen, blijven leren van de muziek en er vooral intens van kunnen genieten! En een grote droom is om een tour te doen door Zuid-Amerika, met name in Argentinië. Daar komt mijn vader vandaan. Het Teatro Colón in Buenos Aires is het allergrootste concertpodium voor klassieke muziek daar. Ik zou er heel graag willen spelen, zodat mijn hele familie daar kan komen luisteren op die prachtige plek!’

Alle ruim 400 musici stellen zich aan u voor op onze website. Ontdek welk instrument zij in bruikleen hebben van Het Muziekinstrumentenfonds en lees verder over de historie van het instrument en over het levensverhaal van de bouwer.
onze talenten