
viool
Pauli Paananen

*1846 , Brussel †1881 , Brussel

Pauls grootvader was drie keer getrouwd geweest, de tweede keer met Françoise Vuillaume. Dat huwelijk zou bepalend worden voor de loopbaan van zowel Paul als nog drie andere vioolbouwers uit de Darche familie.
Uit die verbintenis kwamen Jean Baptiste en Nicolas François Vuillaume voort. De eerste zou als vioolbouwer in Frankrijk furore maken, Nicolas François werd toonaangevend in Brussel.
Pauls vader werd in Mirecourt opgeleid door Augustin Chevrier, een goede bouwer die kopieën maakte van historische instrumenten, in het bijzonder die van Lupot. Daarna vertrok hij naar Brussel om bij zijn oudere neef Nicolas François Vuillaume te gaan werken. Deze was net terug uit Parijs waar hij mee had gewerkt om het bedrijf van zijn broer Jean Baptiste tot een succes te maken.
In 1845 trouwde Charles Claude François, zette een eigen werkplaats in Brussel op en een jaar later werd Paul geboren. De zaken gingen voorspoedig want Pauls vader nam de zaak van Dominique Bastien over aan de Rue d’Or. In 1849 opende hij een vestiging in de zeer chique ‘Galeries Saint-Hubert’ in de Passage du Prince. Het Théâtre des Galeries was er ook gevestigd en in dat jaar veranderde het van naam; het werd de Koninklijke Schouwburg.
Paul voegde zich bij 'Maison Darche Frères’ zoals de zaak heette en bouwde instrumenten met dezelfde zorgvuldigheid als zijn vader.
Charles werd een gerenommeerde expert en restaurateur. Zijn absolute meesterwerk op dit gebied was de uiterst complexe restauratie van de Andrea Amati-cello uit het historische 'Karel IX van Frankrijk’-kwartet.
Daarnaast experimenteerde hij al vroeg met het kunstmatig laten verouderen van het hout dat hij voor zijn instrumenten gebuikte. Dat leidde niet altijd tot goede resultaten. Dat laatste gold ook voor de lak die hij samenstelde en in een korte periode gebruikte. Die werd hard en bros.
In 1854 deed hij mee met een inzending van een kwartet naar de grote tentoonstelling in München. Hoewel hij geen prijs won, werd hij in de wereld van de vioolbouw als een prominente bouwer gezien die buitengewoon bekwaam was in het bouwen van violen, altviolen en cello’s naar de klassieke Italiaanse meesters.
Mirecourt had in het begin van de jaren ’50 als hét centrum voor vioolbouw zijn glans verloren door de grote industriële ondernemers die aan de lopende band strijkinstrumenten produceerden. De vioolbouwers van deze Noord-Franse stad beschikten echter over meer kennis over vioolbouw dan waar dan ook in Frankrijk. Paul ging rond zijn 16e voor zijn opleiding naar de stad waar de familie oorspronkelijk vandaan kwam. Van wie hij daar het vak leerde, is niet bekend.
In 1854 presenteerde zijn vader met succes een strijkkwartet (twee violen, altviool en cello) op de grote tentoonstelling in München. In 1860 kwam er een tweede atelier bij in de Rue de la Vierge Noire n°17. De productie van het atelier was aanzienlijk.
Na zijn opleiding keerde Paul terug naar Brussel, waar zijn vader een samenwerking aan was gegaan met zijn broer Jacques-Joseph. Ook deze had bij Nicolas François Vuillaume gewerkt en zijn stijl en manier van werken overgenomen. Paul voegde zich bij 'Maison Darche Frères’ zoals de zaak heette en bouwde instrumenten met dezelfde zorgvuldigheid als zijn vader.
Jacques-Joseph overleed in 1867 en Pauls vader in 1874. Paul nam de zaak over maar leefde nog slechts vijf jaar. In 1881 overleed hij op 35-jarige leeftijd.
De familie zette het bedrijf voort aan de Rue de la Montagne en verkocht naast strijkinstrumenten ook piano’s, orgels, blaasinstrumenten, deed mee aan wereldtentoonstellingen en breidde uit naar Parijs. Daarnaast bleef de familie Darche in Brussel ook nog vertegenwoordigd door Pauls oudere neef Hilaire Darche. Deze opende vijf jaar na Pauls dood een zaak aan de Boulevard de Waterloo en werd veruit de belangrijkste vioolbouwer van België.
Doordat Paul pas na de dood van zijn vader instrumenten onder eigen naam ging bouwen en al jong overleed, was zijn oeuvre bescheiden. De instrumenten die van hem bekend zijn, worden hoog gewaardeerd.
Strick J., 2001, The Golden Age of Flemish Violins, Brussel
Haine M. en Meeùs N., 1995, Dictionnaire des facteurs d'instruments de musique en Wallonie et à Bruxelles du IXe siècle à nos jours, Brussel
Jacquot A., 1912, La Lutherie Lorraine et Française, Paris
Henley W., 1959 Universal Dictionary of Violin and Bow Makers. Amati Publications. London
Millant R., 1979, J-B Vuillaume; Sa vie et son oeuvre. Hill&sons, London
Cité de la musique/Musée de la musique, Violons, Vuillaume, un maître luthier français de XIXe siècle, 1998, Paris
Vannes R., 1999, Dictionnaire universel des luthiers, Spa
Tarisio; the Cozio archives, geraadpleegd in 2026
Geneanet, geraadpleegd in 2026.