
vioolstrijkstok
Maria Milstein

*1746 en ± 1748 , Parijs †1807 en 1835 , Parijs
Nicolas Léonard en zijn broer Francois Xavier Tourte groeiden op in de wijk Faubourg Saint-Antoine. Een wijk in Parijs die sinds de 15 de eeuw als enige een vrije vestiging van ambachtslieden toestond. Het was een levendige, rebelse buurt van overwegend houtbewerkers en meubelmakers. Die beleefden hier gouden tijden omdat zij zich niet aan de strenge gezag van de machtige gilden hoefden te onderwerpen. De vrijheid die er heerste in Faubourg Saint Antoine zorgde ervoor dat de beste ambachtslieden er hun mooiste werk konden vervaardigen. Zij konden de vaak ingenieus gedecoreerde meubels maken die elders in Parijs door de gilden nooit zouden worden toegestaan. Dat trok mensen aan die van vernieuwing hielden. In deze buurt werkte de vader van Nicolas Léonard en François Xavier. Hij was schrijnwerker; een beroep dat als de aristocratie onder de houtbewerkers-ambachten werd beschouwd. Nicolas Pierre Tourte maakte er niet alleen meubelen, maar ook violen en strijkstokken.
Het bouwen van violen had hij vermoedelijk geleerd van Jean Matthias Wolters, een Duitse vioolbouwer waar hij veel contact mee had. Vanaf 1742 noemde hij zich vioolbouwer maar maakte ook strijkstokken. Die werden tot dan toe als niet meer dan een accessoire beschouwd en vaak niet door de vioolbouwer, maar door een van zijn leerlingen gemaakt. In dat jaar stierf de eerste vrouw van Nicolas Pierre Tourte. Een jaar later, in 1743 trouwde hij opnieuw. Uit dat huwelijk werd Nicolas Léonard in 1746 geboren en Francois Xavier volgde twee jaar later.
Als jongetje van een jaar of tien ging Nicolas Léonard bij zijn vader in de leer bij wie hij een bijzondere belangstelling voor strijkstokken ontwikkelde. Op het maken daarvan zou hij zich helemaal gaan toeleggen. Historici beschouwen hem als de eerste echte strijkstokkenmaker in de geschiedenis van Frankrijk. Toen Nicolas Léonard achttien was en François Xavier zestien, stierf hun vader. Vanaf dat moment waren de broers op elkaar aangewezen. Als oudste voelde Nicolas Léonard de verantwoordelijkheid voor zijn twee jaar jongere broer en voor het atelier.
Ondanks de levendige handel binnen Faubourg waren de inkomsten zo laag dat de armoede er overheerste. Nicolas Pierre Tourte had dat zijn jongste zoon François Xavier willen besparen en hem naar zijn neef Antoine Lévêque gestuurd voor een opleiding tot klokkenmaker. Dat beroep had meer prestige en bood een mooie kans op een betere toekomst. Zes jaar duurde de leertijd en acht jaar had François Xavier nodig voor zijn meesterschap. Daarna hield hij het voor gezien; hij was toen vijfentwintig jaar oud. Nicolas Léonard haalde hem waarschijnlijk over om strijkstokkenmaker te worden en leerde hem zelf het vak.
Toen hij dat beheerste, begon François Xavier voor zichzelf in het Clôitre de Notre Dame. Dat stond net buiten het gebied van Faubourg Saint-Antoine, niet ver bij zijn broer vandaan. De verstandhouding tussen de broers was goed en bleef in de volgende jaren ook zo. Dat maakte het mogelijk dat zij elkaar wederzijds stimuleerden, zonder de ander als concurrent te beschouwen.
Zij experimenteerden in die periode met de keuze van het hout, de vorm van de kop, de lengte van de stang en de slof. Inmiddels was Wilhelm Cramer, een Duitste violist, met een nieuw model strijkstok in Parijs aangekomen. Het was een stok met een zware kop die het profiel van een strijdbijl had. Het totaal was iets langer dan de bestaande stokken. Maar het voornaamste was dat de stok niet bol was, zoals de barokstokken, maar licht hol. De strijkstok had hij in Mannheim op zijn aanwijzing laten maken.
Eerst kwam Cramer in contact met Nicolas Léonard, later met François Xavier. Met zijn revolutionaire strijkstok had Cramer in Duitsland al succes geboekt en nu zocht hij iemand die voor hem de strijkstok in Parijs zou kunnen introduceren. Nicolas Léonard zag in het Cramer-model nieuwe mogelijkheden en vroeg François Xavier om die voor hem te maken en waar mogelijk zelfs te verbeteren. De nieuwe strijkstok kreeg binnen korte tijd een ongekende populariteit, met name in de hogere kringen. Liever dan bij één succesvol model te blijven, zette François Xavier het experimenteren voort.
Daar hoorde Giovanni Battista Viotti van toen hij in 1782 naar Parijs kwam. Als gevierd violist en directeur van diverse operagezelschappen had hij rond die tijd enorme invloed binnen en buiten het Conservatorium van Parijs. Hij merkte dat violisten onder invloed van de veranderende muziek- en uitvoeringspraktijk steeds meer moeite kregen met de beperkingen van het bestaande model strijkstok. Viotti vond bij de beide Tourtes het vakmanschap dat nodig was om een volgende stap zetten bij het ontwikkelen van een nieuw type strijkstok. Gezamenlijk losten zij een aantal problemen op.
Dat leidde tot een model strijkstok waarbij het haarlint niet meer los in de slof zat, maar bij elkaar gehouden werd door een metalen ring met wig. De forse kop van het Cramer model maakte weer plaats voor een kleiner en lichter model, waardoor de stok nu ook een betere balans had. Door de invloed van Viotti werden de nieuwe strijkstokken van de Tourtes in korte tijd populair bij de belangrijkste musici van Parijs. François Xavier had bij zijn opleiding tot klokkenmaker ook geleerd om goud en zilver te bewerken. Daardoor was hij vermoedelijk als eerste én enige in staat om de meest kostbare strijkstokken te voorzien van een helemaal met eigen hand gemaakte gouden- en schildpadmontuur. Vóór hem waren strijkstokkenmakers aangewezen geweest op zilversmeden. Veel van deze strijkstokken maakte hij voor zijn broer.
Die had steeds meer relaties met vrijmetselaars en de elite van Parijs gekregen, wat hem een indrukwekkende lijst met rijke klanten voor deze kostbare strijkstokken opgeleverde. De Franse revolutie die in 1789 uitbrak had voor beide broers een verschillende uitwerking. François Xavier wist feilloos in te spelen op die veranderingen en werd daardoor een van de belangrijkste strijkstokkenmakers in de geschiedenis; voor Nicolas Léonard werd de revolutie bijna noodlottig. Het voordeel dat hij had genoten van zijn omgang met de elite van Parijs zou kort duren. Aanvankelijk werden alleen de aristocraten, bourgeois en vrijmetselaars vervolgd, maar later trof het ook iedereen die aan hen dienstbaar was geweest.
Niet zelden eindigden zij onder de guillotine. Tot 1792 kon Nicolas Léonard nog ongemoeid zijn werk doen, maar daarna moest hij onderduiken. François Xavier had zich nooit met de elite ingelaten en kon dan ook ongemoeid zijn werk blijven doen. Hij werkte nog wel samen met Nicolas Léonard, maar dat moest in het geheim. François was nu de enig overgebleven Tourte die openlijk hun strijkstokken kon maken en verkopen. Historisch onderzoek wijst in de richting van het vermoeden dat ondanks deze turbulente periode, hun jarenlange samenwerking de doorslag heeft gegeven voor hun uiteindelijk succes.
François Xavier kon alleen maar werken aan de verdere ontwikkeling van de strijkstok nadat Nicolas Léonard daarvoor de basis had gelegd. Francois Xavier’s samenwerking met Nicolas Léonard werd vanaf 1800 steeds minder. Van 1800 tot 1805 verschenen er maar weinig stokken van hun hand. Moe van de vervolging stierf Nicolas Léonard in 1807. François Xavier ging daarna op eigen kracht verder tot hij in 1835 stierf.
De samenwerking tussen François Xavier en Nicolas Léonard begon rond 1775. Zij experimenteerden in die tijd met de keuze van het hout, de vorm van de kop, de lengte van de stang en de slof. Onder invloed van Cramer maakten zij al stokken met een holle boog. Hun stokken waren verfijnd en slank, vaak met kopplaatjes van zilver, naar aangenomen werd voor de stevigheid.
Daarna, vanaf 1784, werkten zij met Viotti samen om de laatste stap te kunnen zetten naar wat beschouwd kan worden als de moderne strijkstok. Enkele jaren voor het uitbreken van de Franse revolutie verscheen de eerste goud gemonteerde strijkstok van François Xavier. Hij voorzag rond 1783 de slof en eindknop van een ring van zilver of goud.
Pas in 1795 voorzag hij de slof van een onderschuif en wig die het lint plat tegen de slof drukte. Het later zo kenmerkende parelmoeren oog in zijn sloffen ontbrak nog. Tot 1805 waren hun stokken vrijwel altijd rond, daarna maakte Francois Xavier ze overwegend achthoekig. Nog steeds bewoog de slof over de stang zonder de later gebruikelijke metalen tussenlaag.
Experts zijn van mening dat het vermoedelijk hun experimenten zijn geweest die ertoe hebben bijgedragen de stok op logaritmische wijze van dik naar dun te laten verlopen. Aanwijzingen dat zij deze stapsgewijze verdunning van de stang berekend hebben zijn er niet gevonden; vermoedelijk is het meer hun intuïtieve benadering geweest. Het uiteindelijke resultaat zorgde ervoor dat de beharing over de hele lengte van de stok tijdens het spelen gelijkmatig op spanning zou blijven.
De invloed die dit had op het vioolspel zou pas jaren later begrepen worden. De invloed van de beide Tourtes kan nauwelijks overschat worden. De erkenning dat hun strijkstokken een hoge mate van perfectie hadden bereikt kregen zij snel; al tijdens hun leven werden hun strijkstokken tot ver buiten Frankrijk nagemaakt. Veel goede strijkstokkenmakers, waaronder Jacob Eury, Joseph Henry, François Lupot, Nicolas Maire, Nicolas Maline, Dominique Peccatte en Jean Pierre Marie Persoit hebben hun werk gebaseerd op het door de broers gezamenlijk ontwikkelde model en later op dat waar Francois Xavier mee verder is gegaan.
Akoka J., 2017, A history of 18th Century bows, zp.
Köpp K., 2015, From Cramer Bow to Biedermeier Bow, Published in: L’archet revolutionaire Tome II, Paris.
Haine M. , 2013, Les marques de fabrique des facteurs d’instruments deposé de 1860-1919.
Thoene J., 2006, Violins & Bows, London.
Pollens S., Kaston H., M.E.D. Lang, 2001 François-Xavier Tourte - Bow Maker, Cambridge.
Gaudfroy B., 2001, ‘La Naissance de ‘l Archet Moderne, Paris.
Raffin, Jean Francois; Millant, Bernard, 2000, L'Archet. Paris: L'Archet Éditions.
Vatelot, Étienne, 1976, Les Archet Francais. Sernor: M. Dufour.
Henley W., 1969, Universal Dictionary of Violin & Bow Makers. Brighton.
Roda, J. 1959. Bows for Musical Instruments, Chicago.