Jean Baptiste Vuillaume (Parijs, ca. 1845). Cello sinds 2012 in de collectie. Joseph & Antonio Gagliano (Napels, 18e eeuw). Viool sinds 2004 in de collectie. Gaetano Pollastri (Bologna, 1953). Viool sinds 2016 in de collectie. Pieter Rombouts (Amsterdam, 1699). Cello sinds 2013 in de collectie. herdenkingsconcert voor oom Piet, waar alle familieleden bij aanwezig waren. Met tranen in de ogen heb- ben we op het moment suprême ge- applaudisseerd voor de overledene. Hijzelf keek van boven ongetwijfeld tevreden toe! Strelen Tranen komen wel vaker naar boven bij dit soort zaken. Jaren later zat ik in Utrecht om tafel bij de zoon en dochter van een plotseling overleden beroepsviolist. Na een lang en emo- tioneel gesprek over de overledene, mocht ik zijn viool in zijn vioolkist meenemen, maar niet nadat zoon en dochter beiden nog eenmaal liefdevol het instrument in handen namen en het aanraakten – alsof ze daarmee hun overleden vader nog eenmaal streelden. Enorme klap En wat te denken van de vader die na een onwaarschijnlijk grote klap in staat bleek de viool van zijn dochter door te geven aan een ander groot talent. Zijn dochter, een muziekstudente op de fiets op weg naar het toenmalig conservatorium in de Van Baerlestraat, kreeg pal voor het Concertgebouw (of all places!) een botsing met de tram met een fatale afloop. Haar viool was merkwaardigerwijs geheel onbescha- digd gebleven bij het ongeluk en de vader meldde zich na enige tijd bij ons, met het aanbod de viool in bruikleen te geven aan het NMF. Hij verbond er wel de wens aan dat het instrument door ons bij voorkeur in bruikleen gegeven zou worden aan een vrouwelijke viool- student. Wij zien liever geen voorwaardes bij het in bruikleen nemen van een in- strument, maar gezien de bijzondere voorgeschiedenis hadden we in dit specifieke geval geen enkel bezwaar. Dwang Een andere bijzondere schenking aan het NMF had te maken met een oor- logsgeschiedenis. Meneer B. belde mij een aantal jaren terug: hij bespeelde al zijn hele leven een prachtige Rom- bouts-cello. Het instrument was in de oorlog gekocht door zijn vader, die het op enig moment aan zijn zoon ge- schonken had. De prijs indertijd had, zo had de zoon begrepen, enige tientjes bedragen. Gezien de naam van de bouwer en de kwaliteiten van de cello, was het wel duidelijk dat dit geen gang- bare koopprijs geweest kon zijn. Steeds meer raakte de zoon ervan overtuigd dat er sprake moest zijn geweest van een verkoop onder dwang. Een soort 82