triek te noemen. Hopelijk vinden we ooit een ander instrument met dezelfde excentrieke f-gaten waar- van wel bekend is wie de bouwer is (door bijvoorbeeld een origineel etiket). Zolang dat niet het geval is, zal deze bas door het leven gaan als een anonieme Engelse bas. Bas- siste Uxía Martinez kende de bas al jaren, omdat zij hem van de ei- genaar/handelaar lange tijd mocht lenen. Ze noemt de bas liefkozend ‘The English Lady’ en ze is ontzet- tend gelukkig met het feit dat ze er een langetermijnrelatie mee kan aangaan nu ze hem via het NMF in bruikleen heeft. Contrabasbouwer Harry Jansen res- taureerde deze bas jaren geleden en schrijft er het volgende over: ‘Het betreft een uniek exemplaar. Het instrument is in haar geschie- denis aangepast aan de eisen van de tijd. Het had oorspronkelijk een cellovorm. Het achter- en boven- blad zijn verlengd en de bovenste twee ribben vervangen om tot een meer toegankelijk instrument te komen. Deze aanpassingen zijn vermoedelijk niet erg lang na de bouw uitgevoerd, mogelijk door de bouwer zelf. Alle andere onderde- len zijn origineel, getuige de deels craquelé bruine lak die verder over- al op het instrument te vinden is. Vrij stompe vioolhoeken, een brede borst en zeer krachtige S-vormige klankgaten sieren het geheel. De bas heeft een vlak achterblad met knik, vervaardigd uit weinig ge- vlamd esdoorn. De knik is versterkt met zwaluwstaarten. Vurenhouten bovenblad van middelbrede nerf en een vlakke welving. De smalle krul heeft een extra draai en de schroe- venkast is voorzien van typerende Engelse mechanieken.’ Cello, gebouwd door Johannes Theodorus Cuypers, Den Haag, 1771 In de collectie sinds februari 2016 Zeer kort na de aankoop van de ‘English Lady’, kon het NMF deze zeldzame cello verkrijgen via een Nederlandse handelaar. Omdat Johannes Cuypers actief was van 1750 tot 1808, kan de cello worden gerekend tot een van de instru- menten uit de vroege periode van de bouwer. De combinatie van de leeftijd met de goede staat waarin hij verkeert, maakt dit instrument zeer uniek. Het NMF had lange tijd een Cuypers-cello op de verlang- lijst staan, maar een instrument van deze kwaliteit in combinatie met de afmetingen (sommige Cuypers-cel- lo’s zijn erg groot), kwam nog niet eerder voorbij. Musici uit zowel het Concertgebouworkest als het Nederlands Philharmonisch Orkest waren betrokken bij de beoorde- ling van de klankkwaliteiten. Nitzan Laster werd de eerste bespeler van de cello, die vooral in zijn Alma Quartet fantastisch tot zijn recht komt. Johannes Theodorus Cuypers (1724 – 1808) is de nestor van de ‘Haagse vioolbouwschool’ die de periode van 1750 tot begin 19e eeuw bestrijkt. Cuypers leidde een zeer productieve werkplaats waarin vanaf ongeveer 1785 ook zijn zoons Bernardus en Franciscus kwamen werken. Het NMF had in 2016 al acht violen en twee altviolen van vader Cuypers in de collectie, plus een vrij intensief gerestaureerde cello van zijn hand. Met de aankoop van deze geweldig mooie en pure cello ging een belangrijke wens van het NMF in vervulling! FOTO JESSE KRAAL Nitzan Laster 77