en belangrijk fonds vond. Mij sprak het om twee redenen aan. Het is een onge­ subsidieerd, particulier initiatief. En het streeft ernaar de beste instrumenten in handen te geven van jong talent.’ Datzelfde talent komt Prins Constantijn tegen als beschermheer van de Stich­ ting Nationale Vioolconcoursen. ‘Ik ben onder de indruk van de ambitie van jonge mensen die alles geven om mu­ sicus te worden. Terwijl er waarschijnlijk slechts een paar hun boterham mee zullen verdienen.’ Hij roemt de klas­ sieke infrastructuur van Nederland, maar waarschuwt ook. ‘De opbouw is wankel. Sommige initiatieven, zoals de Fancy Fiddlers, hangen af van een of twee personen. Gezelschappen als het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch moeten gevoed blijven worden, die kunnen niet al hun musici uit het buitenland betrekken. De conservatoria, de con­ coursen en het NMF zijn stukjes van dezelfde puzzel. Ze borgen ons gewel­ dige muziekleven.’ Digitale disruptie Innovatie is het specialisme van Prins Constantijn. In 2016 volgde hij voormalig eurocommissaris Neelie Kroes op als ambassadeur van StartupDelta2020, een organisatie die innovatief ondernemer­ schap bevordert en van Nederland het beste start-upland van Europa wil maken. Ook adviseert hij de Europese Commis­ sie over innovatie en ondernemerschap. Het werpt de vraag op hoe hij aankijkt tegen innovatie in klassieke muziek, een traditionele sector bij uitstek. 6 IN ITALIË WAREN WE SOMS ZO BESMEURD MET VINGERVERF, DAT WE ONSZELF IN ZEE MOESTEN GAAN WASSEN Prins Constantijn met zijn vader Claus op zomervakantie in Porto Ercole (1977).