de ik niet goed in het strijkkwartet waarin ik zat. Op een gegeven moment begon me dat de keel uit te hangen. Ik moest op zoek naar een ander instrument, want die Gagliano was mijn type niet. De Amati bleek diens tegenpool: wanneer ik hem iets vroeg, volgde hij mijn gedach­ tegang. En op een goed moment kwa­ men we op een punt dat ik besefte dat dit oudje meer wist dan ik. Toen begon hij mij te onderwijzen. We trokken samen op. En met de dag klonk hij mooier.’ Violenfluisteraar Musici zijn, weet Van Dael, voorbijgan­ gers in het leven van de viool en niet andersom. De instrumenten ontwikke­ len in de loop der eeuwen doorgaans uitgesproken karakters. ‘Er zijn koppige violen die je je wil moet opleggen, maar met de Amati kon ik in gesprek gaan. Elke dag deed ik een kwartier, twintig minuten dubbelgrepen. In dat geval krijg je de terzo suono: twee snaren die trillen, waardoor in het oor zelf een derde klank hoorbaar wordt. Zodoen­ de bloeit de viool geleidelijk open. Ik deed deze oefeningen dagelijks, om het instrument goed te leren kennen. Aanvankelijk klonk hij wat donker. Dat baarde me zorgen. Want ik wilde wel dat hij in de concertzaal van Sydney de laatste rijen zou bereiken. Of dat lukt, hoor je. En je voelt het aan de strijkstok. De beweging golft dan niet meer, maar wordt glad als stilstaand water.’ Haar studenten noemden Van Dael de violenfluisteraar, want wanneer een noot niet werkte op hun instrument, wist zij die meestal tot klinken te bren­ gen. Haar fascinatie voor de barokviool begon al vroeg. Als jongste lid van het Nederlands Kamerorkest van Szymon Goldberg maakte ze de series mee met Bachs Brandenburgse Concerten. In die vertolkingen op moderne instrumenten wrong iets, voelde ze. ‘Ook kreeg ik met een gewone viool geen greep op de solo sonates van Bach. Daarom begon ik aan een zoektocht hoe het dan wel moest. Ton Koopman liet me een opname horen van Bachs Tripelconcert met Gustav en Marie Leonhardt en Frans Brüggen. Na het langzame deel was ik verkocht. In die tijd stond op mijn exa­ menprogramma een solo van Bach op moderne viool. Dat werd voor mij een vruchteloze worsteling. In mijn oren klopte er iets fundamenteel niet. Mijn leraar Nap de Klijn stuurde me naar cellist Carel van Leeuwen Boomkamp. Hij liet me oude strijkstokken uitprobe­ ren. Een stap in de goede richting. Via Koopman leerde ik vervolgens de Le­ onhardts kennen. Zij leenden mij een barokviool.’ Het nieuwe instrument loste meteen de nodige problemen op. Tegelijkertijd dwong de andere techniek die de barokviool eist Van Dael weer vanaf nul te beginnen. En veel voorbeelden waren er nog niet eind jaren zestig. Niettemin versterk­ ten haar eerste ervaringen het geloof dat de speurtocht in de goede richting ging. ‘Met een oude stok en een ba­ rokviool viel Bach op zijn plek. Verge­ lijk het met een meubel maken. Bouw je een mooie Louis XVI-tafel van echt hout of gebruik je formica en plastic?’ Spionageroman Van Dael groeide uit tot een pionier in de oude muziek, onder meer als een van de medeoprichters van het Orkest van de Achttiende Eeuw. En overal waar ze kwam, struinde ze in archieven naar kennis. ‘Ik herinner me de bibliotheek van de Accademia Nazionale dei Lincei in Rome. Daar zou een manuscript liggen met de beschrijving van een vroege bestaansvorm van de viool. De grijze bibliothecaris spoorde het op. Met eni­ ge moeite kon ik de tekst ontcijferen. Dit was precies wat ik zocht. Hier moest ik een kopie van maken. Maar dat mocht niet. Toch wilde ik niet vertrekken zonder dat ik het in bezit had. Ik wist ongeveer hoe de archieven in elkaar zaten. Dus stuurde ik de oude man naar een afgelegen vleugel om enkele ande­ re titels te halen. Dat gaf mij de tijd om het boek te fotograferen. Het voelde als een spionageroman.’ Ook de zoektocht naar een instrument voerde haar de wereld over. Zo leerde ze veel over muziek, maar eveneens over zichzelf. Bijvoorbeeld dat zij niet uit de voeten kon met een Stradivari. ‘Ik mocht lang geleden die van Nap de Klijn uitproberen. Na een paar weken gaf ik de viool terug. Hij klonk niet warm genoeg. Te opdringerig. Stradivari is mijn type gewoon niet.’ Op de Amati daarentegen kon Van Dael al haar gevoelens tonen, meer dan ze ooit in woorden zou kunnen uitdrukken. Maar na een ‘huwelijk’ van bijna vier decennia scheiden hun wegen zich nu. Want ze kan hem niet meer bespelen, MUSICI ZIJN VOORBIJGANGERS IN HET LEVEN VAN DE VIOOL EN NIET ANDERSOM FOTO LINELLE DEUNK FOTO LINELLE DEUNK 67