Levende organismen Enkele jaren later kon Van Dael het in­ strument kopen. De hoeveelste bezitter zij is, valt moeilijk te herleiden. ‘De viool zat een paar generaties in de familie. De grootvader van de vrouw bespeelde hem. Volgens hem kwam de Amati uit een Zwitserse verzameling. Daar werd het instrument twee eeuwen lang niet gebruikt. Daarom is hij nog zo gaaf. De eigenaars vertelden me dat gedurende een huisbezoek van het Amadeus Kwar­ tet primarius Norbert Brainin de Amati uitprobeerde. Hij werd op slag verliefd. Alleen vreesde hij dat de klank te klein zou zijn voor de immense concertzalen. Die angst is nooit bewaarheid. Door het terugbouwen naar de oorspronkelijke staat, begon de viool zelfs steeds vrijer te klinken. In grote zalen kon ik op hem fluisteren en toch de laatste rij stoelen bereiken.’ Voor het zover kwam, dienden Van Dael en de Amati elkaar te leren kennen. ‘Een viool is nu eenmaal geen dood ding’, zegt ze. ‘Hij moest opnieuw tot leven worden gebracht. Dat vereiste geduld. Zo’n instrument is net een veulen, dat je elke dag aan de longe neemt en langzaam opvoedt. Het is ontroerend om een viool onder je handen te voelen veranderen. Ik zie instrumenten als le­ vende organismen. Ze reageren allemaal verschillend. Je gaat met hen in gesprek. Mijn voorgaande viool bezat een bru­ tale e-snaar en een weinig dragende g-snaar. Dat wilde ik net andersom. Dus ik probeerde die Gagliano zover te krij­ gen. Maar wat ik ook deed, hij bleef een dwarse prima donna. Daardoor meng­ FOTO LINELLE DEUNK 66